Home

Thuiswerken? Dat wordt vooral nog gedaan door de laptopwerker

Vrijwel nergens in Europa wordt nog zo veel thuis gewerkt als in Nederland. Bijna de helft van de beroepsbevolking doet dit vaak of weleens. Dat wil zeggen: de theoretisch opgeleide helft. Uit nieuw onderzoek blijkt dat praktisch geschoolden veel minder thuiswerken. ‘Dit kan de tegenstellingen vergroten.’

is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

‘De laptopklasse leeft in lalaland.’ Het was niet de grootste moraalridder die zich uitsprak over het gebrek aan moraal van thuiswerkers, maar op één punt moet het vrijdag verschenen onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi) techondernemer Elon Musk gelijk geven: sinds de pandemie werken laptopwerkers in een heel andere realiteit dan mensen die een praktisch beroep hebben.

Onderzoekers Kène Henkens en Harry van Dalen van het Nidi onderzochten in welke sectoren nog wordt thuisgewerkt. Ze concluderen dat zich tijdens de pandemie ‘een aardverschuiving’ heeft voltrokken: werkte in 2019 nog 10 procent van de werkenden weleens thuis, nu is dat bijna de helft. De mate waarin verschilt echter per sector. Zo houdt in de financiële sector 59 procent van het personeel minstens twee dagen per week thuis kantoor, in de bouw is dat 10 procent.

Gekeken naar de opleidingsniveaus zijn de verschillen tussen thuiswerkers eveneens groot. Zes op de tien universitair geschoolden werkt één dag of meer per week thuis, tegenover één op de tien vmbo’ers en 17 procent van de mbo’ers.

Dat is natuurlijk logisch: wie mbo- of vmbo-geschoold is, heeft vaak een praktisch beroep en de bankier of consultant werkt nu eenmaal makkelijker thuis dan de kinderopvangmedewerker. ‘Toch verbazen we ons erover hoe scherp die scheidslijn is’, zegt hoogleraar sociologie Henkens. ‘Het betekent dat deze nieuwe aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde vooral terechtgekomen is bij de groep die het al relatief goed had.’

Theoretisch opgeleiden hadden al een betere positie op de arbeidsmarkt. Zij hebben als dertiger twee keer zo vaak een vast contract, verdienen dubbel zoveel en hebben dus een veel lagere kans op armoede. Henkens: ‘Daar komt nu dus ook meer flexibiliteit bij in het combineren van werk en privé: thuiswerken bespaart reistijd, je kunt tussendoor een pakketje ophalen of alvast een pannetje op het vuur zetten.’

Hoezeer thuiswerken als arbeidsvoorwaarde wordt gewaardeerd, blijkt uit een enquête van Stanford University uit 2021. Werknemers gaven daarin aan dat de mogelijkheid om thuis te werken 4 tot 8 procent van hun salaris waard is. ‘Thuiswerken heeft de potentie om de werktevredenheid te verhogen en de werkbelasting te verlagen’, aldus de Nidi-onderzoekers.

Eigen bubbel

Dat wordt steeds belangrijker nu de samenleving vergrijst en werk moet worden gecombineerd met (mantel)zorgtaken, zegt hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer (Universiteit van Amsterdam), die spreekt van een ‘belangrijk onderzoek’. ‘Thuiswerken biedt enorme kansen, maar op dit moment dus maar voor een deel van de werkenden. Voor wie in de kinderopvang werkt, is het een stuk moeilijker om voor een zieke moeder te zorgen dan voor de goedbetaalde manager.’

Kremer ziet bovendien nog een ander risico: dat de segregatie verder toeneemt als verschillende opleidingsniveaus elkaar op de werkvloer minder treffen. Uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek bleek al dat vooral theoretisch opgeleiden vaker in hun eigen bubbel leven. Hun buurten zijn door de hoge huizenprijzen homogener geworden en er zijn steeds minder brede scholen.

Ook op de werkvloer is die segregatie al langer gaande. Veel bedrijven hebben praktische functies als de schoonmaak, klantenservice en catering de afgelopen decennia uitbesteed. Topverdieners omringen zich steeds meer met topverdieners, bleek onlangs uit onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen. ‘De werelden van kort- en langgeschoolden zijn al behoorlijk gescheiden’, aldus Kremer. ‘Dat wordt er niet beter op als de directeur van een verpleeghuis vanuit huis zijn mails stuurt naar het zorgpersoneel.’

Volgens de Nidi-onderzoekers zou het goed zijn als bedrijven meer zouden stilstaan bij de vraag hoe de nieuwe flexibele arbeidsvoorwaarde ook ten goede kan komen aan mensen die niet kunnen thuiswerken. ‘Anders loop je het risico dat beroepen met weinig thuiswerkmogelijkheden op den duur onaantrekkelijker worden’, zegt hoogleraar economie Van Dalen. ‘Terwijl die beroepen juist vaak in de sectoren zijn met grote personeelstekorten.’

Volgens vakbond-vicevoorzitter Kitty Jong van FNV was er al een goede oplossing binnen handbereik: de initiatiefwet Werken waar je wilt. Die moest werkenden meer zeggenschap geven over hun arbeidsplaats. ‘Want natuurlijk zijn niet alle beroepen volledig vanuit huis te doen, maar voor sommige taken in de zorg en het onderwijs kan dat prima’, aldus Jong. ‘Het zou goed zijn als werknemers het daar kunnen afdwingen.’

Helaas voor de bond sneuvelde de wet in de Eerste Kamer en moet zij hier nu per sector afspraken over maken. Zo is in enkele zorgcao’s opgenomen dat verpleegkundigen de administratie taken vanuit huis kunnen doen. Een goede stap, vindt hoogleraar Kremer: ‘We zouden moeten kijken hoe we praktisch werkenden meer bufferruimte kunnen geven om werk en privé beter te combineren.’

Onderzoekers van het Nidi zien nog een andere mogelijkheid: financiële prikkels. ‘Nu krijgen thuiswerkers vaak een thuiswerkvergoeding’, zegt Henkens. ‘Maar misschien ligt het meer voor de hand om degenen die naar kantoor komen een vergoeding te geven.’ Geen van de onderzoekers is in ieder geval voorstander van de methode-Musk: die sommeerde al zijn laptopwerkers vorig jaar gewoon weer fulltime op kantoor te komen.

Zonde, vinden de Nidi-onderzoekers. ‘Dan zou je de baby met het badwater weggooien.’

Farinah Asruf: ‘Fulltime thuiswerken zou ik saai vinden’

Werkt als cateringmanager in een bedrijfsrestaurant van Food&i

‘Toen de pandemie uitbrak, werd ik vrijwel direct gebeld door mijn manager: Farinah, ik zal met de deur in huis vallen, we hebben geen baan meer voor je. Ik werkte toen nog voor een ander cateringbedrijf en zij moesten vijfhonderd mensen ontslaan omdat er niemand meer naar kantoor ging. Ik heb een jaar thuis gezeten, daarna kon ik aan de slag in een restaurant van een kantoor dat het niet zo nauw nam met de coronaregels.

‘Inmiddels werk ik weer op mijn oude werkplek in Rotterdam, onder een nieuwe opdrachtgever. Ik heb er tijdens corona wel even over nagedacht om me te laten omscholen, maar ik ben alleenstaand moeder dus een fulltimebaan van 9 tot 5 lukt sowieso niet, helemaal niet met de dure opvang. In de catering zijn de werktijden precies goed: ik werk van maandag tot en met vrijdag van half 9 tot 3 en dan ben ik op tijd klaar als mijn dochter van school komt.

‘Dit werk is ook echt mijn passie. Ik houd ervan om met mensen in contact te zijn. Ik neem alleen mijn laptop mee naar huis als ik nog wat voorraad moet bijbestellen. Ik kan me dan wel voorstellen dat het fijn is om thuis te werken. Niet fulltime, dat zou ik saai vinden, maar bijvoorbeeld één dag per week op woensdag als mijn dochter vrij is. Dan zouden we samen kunnen lunchen.’

Anke Feldbrugge: ‘Blij dat het gepuzzel met de opvang is weggevallen’

Werkt als datamanager bij ABN Amro

‘Of ik thuiswerk of niet bekijk ik per dag: het hangt helemaal af van mijn afspraken. Op maandag heb ik bijvoorbeeld een grote vergadering met het manage­ment­team. Daarvoor kom ik naar kantoor, maar ik zorg er wel voor dat ik niet in de spits terechtkom. Dan doe ik bijvoorbeeld ’s ochtends eerst thuis wat afspraken en ga ik tijdens de lunch rijden.

‘Voor de pandemie werkte ik nooit thuis. Het was nog geen gemeengoed binnen de bank en zeker in mijn leidinggevende functie – waarin ik ook veel vergader – leek het onmogelijk. Ik vond het soms best stressvol om mijn baan te combineren met privé: om ’s ochtends op tijd op de opvang te zijn en ’s avonds weer terug. Ik ben heel blij dat dat gepuzzel is weggevallen. Als de kinderen ziek zijn, kan ik nu ook makkelijker zeggen: ik werk thuis vandaag.

‘Hybride werken draagt enorm bij aan je wellbeing. Het valt me op hoeveel tijd je overhoudt als je niet hoeft te reizen. Dat zie ik ook terug in mijn team: er zijn mensen die eventjes gaan sporten tussen de middag of een stukje lopen. Ik heb niet het gevoel dat het contact met mensen van bijvoorbeeld de receptie of catering minder is geworden: als ik nu op kantoor ben, maak ik juist vaker een praatje met iedereen.’

Jimmy Teuben: ‘Ik zou liegen als ik zou zeggen dat thuiswerken me niet relaxed lijkt’

Werkt als trambestuurder op de Amsterdamse lijn 2

‘Tijdens corona bleven wij doorrijden om de mensen met vitale beroepen, zoals artsen en verpleegkundigen, naar hun werk te brengen. Dat waren er niet zo veel. Soms was ik wel vijf uur rondjes aan het rijden voor drie passagiers. In de tram lijkt het inmiddels weer net zo druk als voor corona, ook door de toeristen.

‘Ik weet eigenlijk niet hoe dat op het hoofdkantoor zit. Er zit best een afstand tussen het rijdend personeel en kantoorpersoneel. We hebben vooral persoonlijk contact als er een omleiding of verandering in de dienstregeling is. Verder heb ik het gevoel dat het een beetje gescheiden werelden zijn.

‘Ik zou liegen als ik zeg dat het me niet relaxed lijkt om thuis te werken. Lekker aan de eetkamertafel zitten, in je huiselijke sfeer, niemand die in je nek hijgt en zelf je indeling bepalen. Maar ik heb zelf voor een baan gekozen waarvoor je altijd en route bent en ik houd er ook van om onder de mensen te zijn.

‘Doordat ik onregelmatig werk, kan ik mijn werk ook goed combineren met mijn gezin. De vroege dienst begint om 5 uur en de late om 5 uur ’s middags. Als ik avonddienst heb, werkt mijn vrouw overdag en andersom. Zo lossen we elkaar af. En gelukkig zijn er schoonouders die kunnen oppassen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next