Home

Terug naar een kapotgeschoten Aleppo, of zijn de wortels al te sterk?

Gaan we terug? Het is een afweging die miljoenen gevluchte Syriërs dezer dagen maken. En waar sommige gastlanden de vluchtelingen graag een duwtje geven, willen andere de veelal stevig gewortelde Syriërs maar wat graag houden. ‘Die artsen heeft Duitsland nodig!’

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Een schrale troost voor Mohammad Saladdin: veel van zijn vroegere buren zijn nóg slechter af. Van hun huizen resteert niets dan bergen puin, het stenen overblijfsel van de stadsoorlog die van 2012 tot 2016 in Oost-Aleppo woedde. Saladdins woning is tenminste als zodanig te herkennen. Er staan muren (hoewel met enorme scheuren) en twee van de drie kamers hebben een dak (hoewel met gaten van een vierkante meter).

Verder is volstrekt onduidelijk hoe hij denkt over twee weken zijn familie van vijftien personen hier weer te kunnen herbergen. Herstel lijkt onbegonnen werk en zaken als stroom, water en verwarming ontbreken. Deuren en ramen eveneens, en de winter dient zich aan.

Kapotgeschoten

Toch is Saladdin dat vast van plan, zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen ophalen uit Manbij. Naar die stad werden de Saladdins in december 2016 geëvacueerd, volgens een bestand tussen de opstandelingen en het regeringsleger. Oost-Aleppo was grotendeels kapotgeschoten en nergens was de verwoesting zo groot als in Tal Az-Zarazir, de wijk waar Saladdin met een zoon en schoonzoon vier dagen geleden poolshoogte kwamen nemen, acht jaar na dato.

Wat hij aantrof verbaasde hem. ‘Ik wist niet dat het zo erg was’ zegt hij. Met z’n drieën hopen ze niettemin de komende dagen de grootste gaten te dichten – letterlijk. Daarna worden de andere familieleden opgehaald, en verder alleen matrassen, kussens en tapijten. En de winterkou? Saladdin glimlacht en werpt een blik omhoog: ‘We hebben God.’

Het is een afweging die miljoenen ontheemden in kampen in Syrië of naar het buitenland gevluchte Syriërs de komende tijd moeten maken: gaan we terug naar huis? Sommigen zullen van de regering van hun gastland een duwtje in de richting van ‘ja’ krijgen. ‘Syrië is weer veilig’, luidt het dan. De Syrische interimregering zegt de miljoenen vluchtelingen te verwelkomen, zodat ze kunnen helpen met de wederopbouw.

De VN volgen dezelfde lijn. De UNHCR verwacht dat tussen januari en juni zo’n miljoen Syriërs naar hun land zullen terugkeren. Rema Jamous Imseis, regionaal directeur van de VN-vluchtelingenorganisatie, zei zelfs te ‘hopen’ dat dat gaat gebeuren. Tegelijkertijd riep ze gastlanden op mensen niet gedwongen terug te sturen. ‘Het is veel te vroeg om nu al de veiligheid en stabiliteit in Syrië te kunnen bepalen. Er zijn veel onbeantwoorde vragen.’

Ook de ontheemden en vluchtelingen zelf zitten met die vragen. Wat zij nu hebben, moeten zij afwegen tegen wat zij in Syrië zullen aantreffen. Voor velen is dat laatste: niets. Zie de brokstukken in Tal Az-Zarazir, zie de totaal verwoeste steden, dorpen en stadswijken elders in het land die de Volkskrant de afgelopen week bezocht.

Weegschaal

Voor de 52-jarige Saladdin valt het dubbeltje van de afweging net de kant op van teruggaan. ‘In Manbij is het niet veilig meer, daar wordt gevochten tussen rebellen en Koerden’, zegt hij. ‘Bovendien huur ik daar een woning. Met het geld dat ik straks uitspaar aan huur, kan ik mijn huis hier in Tal Az-Zarazir opknappen.’

Met name voor de vluchtelingen in Europa en Turkije ziet de weegschaal er anders uit. Velen hebben er wortel geschoten, zo’n tien jaar na hun vlucht. Zij hebben gezondheidszorg, een baan misschien, hun kinderen gaan er naar school.

Van de Syriërs die van 2014 tot 2016 naar Nederland kwamen – tijdens de ‘piek’ van de vluchtelingencrisis – had twee jaar geleden 86 procent een Nederlands paspoort, becijferde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In 2022 zei 69 procent ook als de situatie in Syrië zou verbeteren niet terug te willen, 5 procent zeker wél. De rest wist het niet. ‘We verwachten dan ook niet dat een grote groep nu zal terugkeren’, zegt onderzoeker Mieke Maliepaard.

West-Aleppo welvarender

Toch ligt niet heel Syrië in puin. In West-Aleppo bijvoorbeeld, het stadsdeel dat tijdens de stadsoorlog in handen van het Assad-regime bleef, is de schade bij lange na niet zo groot. Menige wijk wekt de indruk dat er nooit oorlog is geweest, met dure villa’s, keurige appartementenflats en sjieke koffieshops. West-Aleppo was altijd welvarender dan het volkse Oost-Aleppo.

Ook uit de betere wijken kwamen vluchtelingen, maar dat waren meestal niet families met een kapotgeschoten huis. Eerder jonge mannen die wilden ontsnappen aan de dienstplicht, of anderszins te vrezen hadden van het regime. Terwijl de families uit de volkswijken of van het platteland vaak in kampen in Syrië of in de buurlanden belandden, waagden veel jonge mannen de dure en fysiek zware oversteek naar Europa.

Jong en man

Hoewel moet worden gewaakt voor generalisaties, lijken de data van het WODC die tendens te bevestigen. Syrische vluchtelingen in Nederland zijn relatief jong en 68 procent is man (van wie 40 procent alleenstaand, dus minder dan de helft). Ook het opleidingsniveau is tamelijk hoog: ruim de helft had bij aankomst in Nederland minstens hoger middelbaar onderwijs genoten.

In Duitsland is het beeld vergelijkbaar. Daar verblijven bijvoorbeeld circa zesduizend Syrische artsen. ‘Die hebben wij nodig in Syrië’, zo kreeg de Volkskrant deze week in ontheemdenkamp El-Amal te horen van Ahmad Mansour, coördinator van de medische hulporganisatie Hand in Hand.

Daar denkt de Duitse regering anders over. Die wil de artsen graag houden. ‘Hele delen van de gezondheidszorg zouden wegvallen als alle Syriërs ons land zouden verlaten’, aldus minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser. ‘Syriërs die een baan hebben en geïntegreerd zijn, willen wij aanbieden hier te blijven, ten behoeve van onze economie.’

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next