Om de kersttijd te doden had ik het dubbeldikke nummer van VI aangeschaft. Ik besteed de laatste dagen van het jaar graag aan het leegmaken van de geest en daarvoor bestaat geen betere methode dan de VI lezen. (Of wezenloos op de bank naar het NK schaatsen kijken. Babbelende voetballers en schaatsverslaggevers met hun rustgevende mantra’s – ‘als dat maar goed gaat bij de wissel!’ – daar kan geen zenmeditatie tegenop.)
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De dikke VI opent met een interview met Francesco Farioli, sinds dit seizoen de trainer van Ajax. Ik vond de aanstelling van Farioli meteen een schot in de roos, ook al had ik tot dan nog nooit van hem gehoord. Maar zijn achtergrond als Italiaans filosoof wekte bij mij grote verwachtingen. Ik was benieuwd hoe de wijsgeer het arrogante Amsterdamse soepzootje weer aan het voetballen zou krijgen.
Ajax zette deze week Telstar op z’n plaats (2-0), dus het vermoeden dat Farioli een wonderdokter is, won aan kracht.
De VI-verslaggevers Goodijk en Zwart hadden zich terdege voorbereid op het gesprek. Ze hadden nog even door de bestseller De acht bergen van Paolo Cognetti (ook een Italiaan!) gebladerd en waren zo op een toepasselijk thema voor het gesprek gekomen: ‘De acht te beklimmen bergen van Francesco Farioli’.
‘We moeten elke dag een stukje klimmen’, zei Farioli alvast. Ik begon geïnteresseerd te lezen, in de hoop de denker en ‘de architect van de wederopbouw’ eindelijk wat beter te leren kennen.
‘Tactisch is het niveau van details heel hoog’, verklaarde Farioli onder aan de eerste berg. Wat hij daarmee bedoelde ontging me, maar ik volg het voetbal al een tijdje niet meer zo intensief. Onder het kopje ‘Zelfvertrouwen herstellen’ (berg 2) zei Farioli dat hij de grote tafel in de kleedkamer had weggehaald, ‘zodat de spelers elkaar goed konden aankijken’.
Dat vond ik dan weer een mooi staaltje levensfilosofie. Bij de derde berg (‘Verdediging dichtmetselen’) werd het ingewikkelder. ‘Je kunt je nummer 6 naar achteren halen, je kunt bijvoorbeeld ook een buitenspeler laten inzakken’, zei Farioli. Ik merkte dat mijn belangstelling begon in te zakken.
Dat werd niet beter bij berg 4: ‘Trainen in 4.30 minuten’, waarin Farioli uitlegde dat hij zijn elftal 4.30 minuten had laten trainen op de doeltrap die leidde tot het doelpunt tegen Feyenoord. Het interview met Farioli begon nu aan te voelen als huiswerk, wat juist niet de bedoeling is van het kerstlezen. Ik wist niet wie ik daar de schuld van moest geven: Farioli of de interviewers, die hun neiging over tactiek te gaan lullen niet konden onderdrukken.
Verderop (berg 6) haalde Farioli de voetbalfilosoof Cesare Prandelli aan, die ooit poneerde: ‘Het trainingscomplex gaat je aan het einde van het seizoen tien punten opleveren óf tien punten kosten.’ Hier werd het me al bijna te veel en bij ‘een van mijn grootste verantwoordelijkheden als coach is om een kruiswoordpuzzel te creëren met zo min mogelijk zwarte vakjes’ haakte ik af.
Ik had opeens mijn twijfels of deze Socrates Ajax nieuw leven gaat inblazen. Ik denk dat hij de verwarring eerder tot het toppunt zal opvoeren en dan verhuist naar Bergamo of Lecce. ‘In voetbal kunnen dingen altijd heel snel veranderen’, zei Farioli aan het eind tegen het VI-duo. ‘De goede kant op, maar zeker ook de slechte kant op, vooral voor coaches.’ Het kan vriezen en het kan dooien, bedoelde Farioli, een weinig vertrouwenwekkende waarheid als een koe.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant