Leveren de door het kabinet ingestelde extra grenscontroles een verhoogd gevoel van veiligheid op? Voor de uit Iran gevluchte eigenaar Keyvan Nedjati van het Hiway Motel, aan de Nederlands-Duitse grens, is dat dan vooral misplaatst: ‘Uiteindelijk sluiten mensen zichzelf er alleen maar mee op.’
Lekker veilig ligt Nederland achter z’n bewaakte landsgrens, dat heeft het kabinet dan toch maar voor elkaar. Koplampen doorboren de winternacht, een patrouillewagen van de marechaussee beschijnt het asfalt; na jaren van vrije doorgang zijn de controles begonnen. ‘Grenzen dicht’ is een politieke slogan die door Europa waait en dit is het gevolg – of niet?
Keyvan Nedjati zegt: ‘Voor mij is de grens een symbool dat niet werkelijk bestaat. Nederland doet zichzelf ermee tekort. Dit is één wereld met één stem, en dat is de stem van de vrijheid.’
Toch trekt het land zich terug in de ultieme bubbel.
Hier maakt de grens een vreemde slinger, alsof er iets is uitgeruild: de Duitse politie aan de ene kant, de Nederlandse aan de andere, hun onderkomens lijken op elkaar net als de Duitsers en de Nederlanders. De gebouwen zijn gedrongen en kijken wat wantrouwig door hun kleine geblindeerde ramen, maar pal ernaast ligt vrolijk het Hiway Motel, verlicht als een kerstboom.
Daar komen grenzeloze mensen: truckers die aanleggen voor een pauze en in hun oranje werkjassen binnenlopen om te douchen of eten, Kevin, de kok die uit Letland stamt, net als Gatis achter de toog. ‘Vertel me niets over grenzen’: hij heeft een Amerikaanse moeder en een Russische vader, werkte als lasser in Griekenland voordat Keyvan hem vroeg hiernaartoe te komen.
Keyvan is de eigenaar. Hij groeide eerst op in Iran en daarna in Nederlandse asielcentra, verhuisde naar het Duitse Kranenburg waar wonen goedkoper is (‘Ik ben dus ook een economische migrant’), kocht dit motel en blies het nieuw leven in. Over tien jaar wil hij naar Spanje om te rentenieren.
Inderdaad, grenzen bestaan niet, die zijn bedacht. Zelfs hier moet je goed zoeken om ’m te zien: het is hooguit een verkeersbord, of een streep verf op een vangrail. Maar de aangekondigde bewaking wekt ze evengoed tot leven.
De minister zal in haar dienstauto tevreden luisteren naar de filemeldingen: tien kilometer op de A12, vijf kilometer op de A1 vanwege de grenscontroles – haar beloften aan de kiezer lijken waargemaakt. Hier aan de A77 raast het verkeer vooralsnog onbelemmerd verder en de grote, stoere marechaussees die snel pizza en pasta komen eten in het Hiway Motel beamen dat er te weinig personeel is om alle grenzen te bewaken. Toch doen ze hun best.
Keyvan zegt: ‘Op een grens komen belangen bij elkaar, en dit is ook een belang.’
Zijn grensmotel hoort geografisch bij Siebengewald, een Duits dorp dat in 1817 Nederlands werd als gevolg van het Congres van Wenen, waarop Europa na de val van Napoleon politiek in balans werd gebracht. Elke grens is bedacht door de macht, daarom maakt-ie op de kaart zulke rare haakse bochten. En nooit zijn ze definitief.
We eten schnitzel en Keyvan vertelt hoe hij het zieltogende motel kocht na een lange carrière bij de afdeling mobiliteit van de gemeente. Hij is nu 43 en wil eindelijk laten zien waartoe hij in staat is. Krankzinnige werkdagen, maar het restaurant is onberispelijk en warm. Met die vloer in visgraatmotief, stoere houten tafelbladen, een schaal Arabische koekjes op de bar en als maandmenu soep, stamppot en vlaflip.
Zijn drie kinderen spreken van huis uit Nederlands, Duits en Farsi, ‘dat is een rijkdom die ze hun leven lang met zich meedragen’.
En als het populistisch-rechtse kabinet ter sprake komt: ‘Fanatiek zijn is nooit goed.’
De vraag is waar de drang naar grensbewaking ontstaat, in een grenzeloze wereld.
Niet ver van het Hiway Motel, in Nijmegen, doet Henk van Houtum er onderzoek naar. Hij is hoogleraar politieke geografie en geopolitiek maar wordt ook ‘grensprofessor’ genoemd, als coördinator van het Nijmegen Centre for Border Research aan de Radboud Universiteit.
Als student economie raakte hij ooit gefascineerd, en dat liet hem niet meer los. ‘In de economie worden grenzen doorgaans gezien als een te nemen drempel, vanwege het tijdsverlies en de importheffingen, maar ze hebben ook geografisch, politiek, sociaal en psychologisch grote gevolgen.’
Dat komt niet door de grenzen, ‘die zijn onschuldig, totdat je er beleid op gaat ontwikkelen, dan kunnen grenzen zelfs dodelijk zijn’ – die rond de Europese Unie zijn inmiddels de dodelijkste ter wereld. Maar grenzen ‘bestaan alleen in onze gedachten en op papier’, zegt hij, dat is op een wonderlijke manier ook hoopgevend. ‘Cruciaal is de politieke wil.’
Van Houtum bekijkt de controles als een theaterstuk: niet voor niets worden grenzen bewaakt door marechaussees in uniform, ‘om het concreet te maken’. En wie de grens passeert speelt het spel mee, als een acteur: die doet zich zo onverdacht mogelijk voor.
Toch heeft het grote betekenis.
In de tijd dat Keyvan als kind naar Nederland kwam, de jaren negentig, was Europa in de ban van grensoverschrijdende samenwerking. De binnengrenzen van de Europese Unie gingen open, uitbreiding lag in het verschiet, de euro kwam en de interne markt beloofde voorspoed; de wereld werd een dorp. Het was een decennium van vrijheid en grote verwachtingen.
Dat duurde niet lang, zegt Van Houtum: de terreuraanslagen van 2001, en de daaropvolgende war on terror, versterkten de roep om grensbewaking, ‘dat heeft een enorme impact gehad’. Sindsdien worden niet alleen de Europese buitengrenzen steeds harder, maar ook die daarbinnen.
Dat Nederland nu weer begint met controles noemt hij ‘spektakelpolitiek’, ‘en onwettig bovendien’; het mag in de Europese Unie alleen in uitzonderlijke gevallen, bij een ernstige crisis, ‘en die is er nu niet’.
Er wordt van gezegd dat de maatregelen symbolisch zijn, want de marechaussee heeft te weinig menskracht om de ruim achthonderd Nederlandse grensovergangen te bewaken, en meer geld is er niet voor vrijgemaakt. ‘Maar onderschat de werking niet’, zegt Van Houtum. Het invoeren van grensbewaking, de stoere taal van de minister op tv, staand bij een grensovergang: ‘Controles wakkeren angst voor de ander aan en versterken het wereldbeeld van wij en zij.’
Dat maakt het een vorm van psychologische politiek: ‘Je kunt het gemakkelijk afdoen als wat loze woorden of daden, maar wat de minister doet en daarover zegt versterkt het idee dat grensbescherming nodig en mogelijk is. Het is een boodschap voor binnenlands gebruik.’
Tegelijk vergroten bewaakte grenzen het gevoel van onveiligheid, waarmee de roep toeneemt om hardere maatregelen. Hoe meer controles, zegt Van Houtum, hoe meer irreguliere migratie, hoe meer smokkel, hoe meer politici die de grenzen dicht willen, hoe meer harde grenzen. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: ‘Het is een zichzelf versterkend systeem.’
Met grote gevolgen voor degenen die ermee te maken hebben.
‘Een grens schept afstand tot de ander in ruimte en tijd. Het betekent: wachten of je wel naar binnen mag.’
Keyvan Nedjati werd geboren in Shiraz, stad van wijn en poëzie, en vluchtte als 10-jarige met zijn moeder, broer en zus naar Europa; zijn vader was als militair gevangengezet nadat hij zich tegen het regime had gekeerd.
Een goede grens is een poort, zegt Keyvan, zoals de oude middeleeuwse steden poorten hadden: ‘Ze leiden je naar nieuwe werelden.’ Maar in zijn geval liep het anders.
Dat ze in Nederland belandden was toeval en achteraf een slecht idee. Het wachten op een verblijfsvergunning duurde ruim veertien jaar, en al die tijd leefden ze als asielzoekers in de schaduw van de grens. Onderwijl kwam populistisch rechts aan de macht in de vorm van de ministers Hilbrand Nawijn en Rita Verdonk, het was een gure tijd voor immigranten. Keyvan zag hoe wanhopige Syriërs zichzelf in een asielcentrum met benzine overgoten en Iraniërs uit protest hun mond dichtnaaiden, ‘het was heel naar’.
Hij ging naar school tot zijn 18de, daarna was niets meer mogelijk: ‘Ik wilde ingenieur worden, maar mocht niet meer studeren of werken.’ Die toekomst is hem ontnomen, zegt hij, en misschien is het wel de reden om nu alles op alles te zetten voor zijn bedrijf. ‘Dat lange wachten heeft onze levens veranderd.’
Uiteindelijk kregen ze een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zijn broer werd psycholoog, zijn zus huisvrouw. Keyvan trouwde, werkte zestien jaar bij de gemeente tot hij ontslag nam om voor zichzelf te beginnen. Hiway Motel moet een keten worden, zijn nieuwe aanwinst is een truckstop in Rotterdam en hij heeft een derde vestiging op het oog. Evengoed staat hij zelf graag in de keuken of de bediening; hij kent zijn gasten en laat ze dat ruimhartig blijken.
‘Dat ondernemen zit in me’, zegt hij, ‘het is een gave van mezelf: van niets iets maken.’
Nooit eerder was zijn vrijheid groter.
Grenzen hebben twee gezichten, zegt Henk van Houtum: ‘Je keert je ermee naar buiten, maar ook naar binnen.’ Ze geven het gevoel ergens bij te horen.
Vraag je de automobilisten die aanwaaien bij het Hiway Motel ernaar, dan hebben ze weinig problemen met de grenscontroles: ‘Het is gewoon nodig.’ Er klinkt soms opluchting: het grote idee van een vrije wereld heeft als keerzijde dat houvast ontbreekt. ‘Nederland is Nederland niet meer’, zegt een vrouw die goedkoop boodschappen deed in Duitsland en nu op de terugweg is, ‘tegenwoordig moet je Engels spreken om koffie te bestellen in een café’.
Ook zij vindt dat er ‘te veel mensen van buiten’ naar Nederland komen, en denkt dat grensbewaking ze zal afschrikken. ‘Het is gewoon een fijn idee dat de boel een beetje in de gaten wordt gehouden.’
En er zijn nu eenmaal verschillen tussen landen, zegt een Duitser die onderweg is naar Nijmegen om te winkelen, ‘er is bij jullie een andere sfeer’. Hij woont net over de grens. ‘Ik zie dat Nederlanders die in ons dorp komen, toch ook weer terugverhuizen. Dat heeft denk ik te maken met een bepaald gevoel.’
En zelfs de truckchauffeur die baalt van de opstoppingen als hij door Europa rijdt, begint uiteindelijk over de inklimmers die hij in zijn wagen kreeg in Calais, waartegen metershoge hekken zijn opgeworpen. ‘Je kunt het toch ook niet allemaal laten gebeuren.’
Een grens is duidelijk, open grenzen zijn dat niet.
Als zakenman zou Keyvan op stevige grenscontroles moeten hopen, zegt hij, want dat is goed voor de omzet: hoe meer files voor de deur, hoe meer mensen bij hem koffie komen drinken. Maar hij heeft geen reden tot klagen: in de zomer stoppen hier veel toeristen die door Europa trekken, Italianen en Spanjaarden, en het kerstdiner is bijna volgeboekt.
‘Mensen willen grenzen om hun belangen te beschermen, hun cultuur, maar uiteindelijk sluiten ze zichzelf er alleen maar mee op.’
Keyvan was 34 toen hij zijn vader weer zag; na diens vrijlating uit de gevangenis mocht hij naar Nederland komen, waar hij nu samenwoont met Keyvans moeder. Niemand in het gezin heeft de behoefte ooit nog terug te keren naar Iran, ‘dat land ken ik niet’.
Het liefst noemt hij zichzelf een Nijmegenaar, daar bracht hij het grootste deel door van zijn leven, maar het is evengoed mooi om in Duitsland te wonen, in een groot vrijstaand huis met grond eromheen.
Nog tien jaar en dan naar Spanje, daar is het warm.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant