Als opvolger van de bijna niet op te volgen Jürgen Klopp windt trainer Arne Slot (46) bij Liverpool het Engelse voetbal om de vinger. ‘Arne verdient niets anders dan mooie verhalen.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Arne Slot ís voetbal.
Een anekdote ter onderbouwing van deze stelling (het bericht was eigenlijk te mooi om te checken, maar ja, wat doe je dan, als plichtsgetrouw verslaggever?): Arne Slot had een uurtje stuk te slaan op Schiphol en Telstar - Volendam was bezig. Of hij die wedstrijd uit de eerste divisie alsjeblieft mocht zien, vroeg hij aan het personeel op het vliegveld. Zij zappen voor Arne.
‘Ik vrees dat dit waar is, ja’, reageert hij bij de check. Met de toevoeging, als een soort verzachtende omstandigheid: ‘Mijn zoon was er ook bij en die houdt ook van voetbal!’ Het voorval zegt veel over Slot, de toverende trainer uit Bergentheim. Gek, haast bezeten van voetbal. Een familiemens met fijnzinnige humor. Een vleugje zelfspot en relativeringsvermogen – maar niet te veel.
Natuurlijk, hij is vooral populair in Engeland vanwege zijn puike resultaten met Liverpool, koploper in de Premier League en in de groepsfase van de Champions League. Ze hebben hem nog geen serietje duels zien verliezen, al kreeg hij al twee gele kaarten voor onbetamelijk gedrag. Ze hebben de wat vileine, klagerige kant van hem nog nauwelijks gezien, met zijn geraffineerde aanvalletjes op arbitrage of tegenstanders. Meestal keurig verpakt in luchtigheid, dat wel.
‘It’s beginning to look a Slot like Christmas’, variëren supporters op de kerstklassieker. Hij is vooralsnog een winnaar, al is hij ook populair omdat hij zo gewoon Arne Slot is. Om zijn vloeiende Engels, zijn mooie lach, zijn gevatte antwoorden tegenover gehaaide Engelse verslaggevers (‘zo te zien loop jij langer mee in het voetbal dan ik’) en de ogenschijnlijke lichtheid waarmee hij de loodzware erfenis van de bijna niet te overtreffen Jürgen Klopp draagt. Om al die verwachtingen dus.
Om zijn humor ook, om zijn lef. ‘Hij is een coole gast’, zei analist Roy Keane op tv. Geniaal was zijn antwoord op een vraag over topschutter Mo Salah, die mogelijk vertrekt na het seizoen. Is de wedstrijd tegen Manchester City de laatste van Salah, luidde een vraag. Slot antwoordde, zonder een seconde te hoeven nadenken, dat Salah misschien meer weet over de 115 klachten tegen Manchester City vanwege ontoelaatbare financiële bedrijfsvoering.
Oftewel, zonder het hardop te zeggen suggereerde hij dat City om die reden degraderen en dus niet meer tegen Liverpool met Salah zal spelen. ‘Het is een grap’, voegde hij snel toe. En toen iemand vroeg of Ryan Gravenberch de nieuwe Toni Kroos is, antwoordde hij: ‘Nee, want Ryan komt uit Nederland.’
Maar dan nog: hoe volg je Klopp op? De man die Liverpool elke denkbare prijs liet winnen, de Duitser met uitstraling, met scherpe oneliners, de soms exhibitionistische bespeler van stadion Anfield. Simon Kuper, journalist van de Financial Times, kenner van het Britse voetbal in al zijn facetten: ‘Ik volg Slot niet van nabij, maar ik denk dat hij besloten heeft: ik ga de competitie met Klopp niet aan. Ik heb geen greintje van zijn uitstraling. Dat is niet erg, ik profileer me in de omgang met spelers als een rustige leraar, en ben beleefd tegenover journalisten. Dat is ook makkelijk als je meestal wint. Nu hij wint, worden zijn karakteristieken, vooral zijn bescheiden rust, als krachten gezien. Als hij straks verliest, worden die als zwakten gekenmerkt.’
De Nederlands-Britse schrijver James Worthy – vanwege zijn uit Liverpool afkomstige, inmiddels overleden vader hartstochtelijk supporter van de club – schreef het onlangs verschenen boek De eerste 100 dagen van Arne Slot. Hij pendelde tussen Liverpool en Bergentheim, het dorp in Overijssel waar Slot vandaan komt, om hem beter te leren kennen, en besloot hem een kans te geven. Al was zijn neef Ian, met wie hij voetbal kijkt, vooral sceptisch. Die zei: ‘Slot is zo saai, hij is zo Coldplay.’
Worthy schrok tijdens zijn kennismakingsproces met terugwerkende kracht van een eerdere tweet van hemzelf, uit de tijd voordat hij Slot omarmde: ‘Nu voelt het alsof de opvolger van Jagger Jeroen van den Boom is.’
Maar de hemel boven Arne Slot is rood, de kleur van Liverpool. Wie weet, hoe het zal lopen. Bij Ajax was de zachtmoedige Stefan Kovacs succesvoller dan zijn voorganger, de harde hervormer Rinus Michels. Worthy beschrijft in zijn boek een parallel in de geschiedenis, ook geconstateerd door Kuper: ‘Precies vijftig jaar voor de machtswisseling Klopp - Slot, in de zomer van 1974, treedt de übercharismatische Bill Shankly af en wordt hij vervangen door de grijze muis Bob Paisley. De spelers noemen Shankly, die rond de club blijft hangen, nog steeds ‘Boss’, en noemen Paisley ‘Bob’. Zelfs Paisley noemt Shankly ‘Boss’. Paisley borduurt voort op het werk van Shankly, blijft tactisch en qua organisatie op zijn lijn zitten, maar zal veel meer prijzen winnen dan Shankly. De Paisley-jaren zijn de succesvolste in de clubgeschiedenis. In deze analogie is Klopp Shankly, en Slot is misschien Paisley.’
Slot is net begonnen. Klopp was in zijn negen jaar bij de club als de discotheek met altijd dreunende bassen, gierende gitaren en bonkende muziek. Zijn voetbal was rock-’n-roll. Altijd de diepte zoeken en jagen op de tegenstander, soms tot de toeschouwers er hoofdpijn van kregen. Wanneer ging de storm eens liggen? Rusteloos voetbal. Intensiteit, tot de max.
Slot is dan meer van de disco op het platteland met ontdooiende muurbloempjes, en af en toe een ballade om te schuifelen. Hij doceert aan analisten en zegt dingen als: ‘Als je iemand alleen voor de keeper kunt krijgen, moet je dat doen. Anders kun je beter balbezit houden. Geef geen moeilijke bal die het risico niet waard is.’ Vraag niemand ten dans die misschien nee zegt.
Hij ontwikkelt zijn specifieke, verticale speelstijl, maar houdt iets meer van controle en balbezit dan Klopp. Slot, zoon van een onderwijzer, van de voormalige trainer bij de amateurs Arend, is slim. Hij wijzigde niet heel veel, zeker omdat de selectie vrijwel hetzelfde bleef. Hij nam vooral zijn naam en Nederlandse reputatie mee. De naam van de geniale, alleen te trage voetballer over wie supporters bij PEC Zwolle een spandoek fabriceerden dat de aanbidding verwoordde: ‘Slot zij met ons.’ Dat was om zijn fraaie, creatieve spel in te traag tempo in woorden te vatten. Top voor Zwolle, niet goed genoeg voor de echte top.
Als trainer kon hij uittekenen wat hij als voetballer wilde. Voetballen was in feite een aangenaam tijdverdrijf totdat hij trainer zou zijn, zijn ware bestemming. In Nederland is vrijwel niemand verbaasd over zijn opmars in de grootste competitie. In Engeland is dat anders, want hij was in de top uiteindelijk alleen maar trainer bij AZ en Feyenoord geweest.
Engeland heeft een andere cultuur, waar Britse trainers vroeger vooral iets zeiden over hard werken, en waar tal van vreemdelingen het sinds de buitenlandse invasie lastig hebben. Tot aan Louis van Gaal en Erik ten Hag aan toe, bij wie hun gebrekkige Engels niet hielp bij het pareren van aanvallen.
Slot is nu internationaal de vaandeldrager, om woorden van Guus Hiddink in Voetbal International te gebruiken, zeker nu Ten Hag (Manchester United), Giovanni van Bronckhorst (Besiktas) en Pepijn Lijnders (Salzburg) al ontslagen zijn dit seizoen.
Het is eenzaam aan de top. Slot houdt hele tactische verhandelingen in het Engels, ook live op tv na wedstrijden, over druk zetten met de 9 en met de 10, of met de flankspelers. Hij legt uit wanneer vleugelverdedigers het veld breed dienen te houden en wanneer niet. Hij kan discussiëren met ervaren analisten, hij kan bijdehand zijn. Gewoon, in het Engels, tegen Engelsen. ‘The Dutch Evolution’, staat op sjaals in de kraampjes rond het stadion.
In Nederland wisten ze wel dat Liverpool een van de beste trainers zou krijgen. Feyenoord-directeur Dennis te Kloese: ‘Ik had zowel verwacht als gehoopt dat hij het goed zou doen. Het is heel bijzonder hoe hij zich ontwikkelt en we zijn er ook trots op, ik zeker. We hebben fantastisch samengewerkt bij Feyenoord. Het is terecht dat ze bij Liverpool nu blij zijn met hem en zijn staf.’
Pepijn Lijnders, jarenlang assistent van Jürgen Klopp, en deze week ontslagen als trainer van Red Bull Salzburg: ‘Ik kijk met veel plezier naar het huidige Liverpool, met bewondering voor de spelers en de klasse van Arne. Het is een geweldig verhaal aan het worden.’
Marino Pusic, voormalig assistent van Slot bij Feyenoord en nu trainer van Sjachtar Donetsk: ‘Ik heb voorspeld dat het meteen goed zou gaan, ook in de sceptische Engelse pers. In de basis draait alles om zijn kwaliteiten. Vakinhoudelijk, tactisch. Zijn gedrevenheid, de manier waarop hij zich voorbereidt op een wedstrijd. En communicatief is hij ijzersterk. En hij is sociaal voelend. Vooral zijn sociale intelligentie is van belang. Het vermogen zijn visie over te brengen op een groep, om de omgeving naar zijn hand te zetten en iedereen mee te nemen in de juiste richting. Ja, hij is een controlfreak, maar dat woord heeft een negatieve klank en zo is het niet bij hem. Hij laat gewoon niets aan het toeval over.’
Maar ja, tot nu toe is het ook bijna alleen nog goed gegaan. Bij Feyenoord was zijn derde seizoen het minste, qua voetbal. Clubicoon Willem van Hanegem: ‘Hij is een goede trainer, al vind ik een trainer niet zo belangrijk als wij hem vaak maken. PSV bijvoorbeeld is veel te sterk voor Nederland, zei bijna iedereen, en dan verliezen ze met dezelfde trainer twee keer op rij en is het weer tegenovergesteld. Quilindschy Hartmann en Dávid Hancko speelden bij Feyenoord in een latere fase onder Slot veel defensiever dan daarvoor. En de bal ging soms minuten achterin rond. Als je dan ver naar achteren staat, is er bijna geen opening te vinden. Het eerste jaar met hem was het leukst om te zien, na een trainer die alleen defensief speelde (Dick Advocaat, red.). Nu doet hij het goed, maar ze hebben ook wel een aardig elftal. En Ryan Gravenberch heeft nu een trainer die goed gebruik van hem maakt.’
In de tactiek van Slot is Gravenberch tot nu toe inderdaad de grote winnaar. Bij Klopp was hij vaak reserve. ‘Als een getrouwde man die is verdwaald in een stripclub’, zoals Worthy schrijft. Bij Slot is Gravenberch alles wat de trainer zoekt in de moderne voetballer: dribbelen, opbouwen, lopen, ballen ophalen, een mannetje passeren, creatief zijn. Ook Salah, Cody Gakpo, Darwin Nuñez en Virgil van Dijk spelen beter dan vorig seizoen. Het komt door intense trainingen, altijd in relatie tot wedstrijden. Heel fitte spelers oefenen elke dag op dezelfde speelwijze. Slot inspireert en beïnvloedt elke dag. De klasse op het veld is door veel training min of meer voorgeprogrammeerd.
Maar Slot is nog lang geen kampioen in de zware Engelse competitie. Het zal straks best een tijdje minder gaan. Dan is de vraag hoe de reacties zijn. Klopp zal nooit verdwijnen uit de gedachten. Of Slot de Paisley is en Klopp de Shankley, moet blijken. Pusic: ‘Arne is intelligent en kent de valkuilen van het vak. Hij vervalt nooit in extremen, omdat hij weet dat de wereld er over twee weken anders kan uitzien. Hij is messcherp en met zijn team zal hij ook in mindere tijden zijn punten blijven halen. Hij zal dan nog meer de mouwen opstropen. Arne verdient niet anders dan mooie verhalen.’
Verhalen over een wedstrijd uit de eerste divisie kijken op Schiphol, of verhalen over hele andere vormen van liefde. Kim Olthof, enthousiast over zowel Klopp als Slot, stuurde desgevraagd een filmpje. De 45-jarige voorzitter van de Nederlandse fanclub van Liverpool, verliefd op de club sinds ze met haar vader naar voetbal op tv kijkt, vroeg haar vriend vorig seizoen ten huwelijk op het trainingscomplex van Liverpool. Hij is lid van de Belgische fanclub. Op de achtergrond applaudisseert Jürgen Klopp, die zijn hagelwitte tanden bloot lacht.
Op 20 mei 2025 is het huwelijk van Kim Olthof en Dirk Coeck, in Liverpool natuurlijk. Een paar dagen later bezoeken ze met vrienden als sluitstuk van de feestweek de laatste thuiswedstrijd in de Premier League, tegen Crystal Palace. ‘Ik hoop dat Liverpool dan al kampioen is. Het is al spannend genoeg die week.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant