Nu dictator Assad verdreven is, wil Syrië beginnen met de wederopbouw. De buitenlandse handel is gedecimeerd door sancties. Alleen het opheffen daarvan zal niet voldoende zijn voor herstel: jaren van burgeroorlog hebben de economie ernstige schade toegebracht.
is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Voordat de burgeroorlog uitbrak waren olie en landbouw de grootste inkomstenbronnen voor Syrië. Een groot deel van de olie ging naar Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje. Die export is door sancties niet meer mogelijk.
Hoe Syrië er precies economisch voor staat is moeilijk te zeggen: officiële cijfers zijn maar mondjesmaat beschikbaar. Instanties als de Wereldbank gebruiken daarom omwegen om tot een schatting te komen. Zo is de verwoesting van landbouwgrond af te meten aan het dalende gebruik van kunstmest.
De olieproductie wordt ingeschat op basis van gegevens van NASA; met satellieten wordt gemeten hoe vaak de fakkelinstallaties aanstaan. Hieruit blijkt dat de olieproductie is gedaald van bijna 400 duizend vaten per dag in 2010 naar zo’n 100 duizend vaten in 2024.
De Syrische economie is in de burgeroorlog met ruim 75 procent gekrompen. Het bruto binnenlands product daalde tussen 2010 en 2021 van 60 miljard dollar naar minder dan 15 miljard dollar. In 2010 was de export goed voor circa 20 procent van het bbp, 11 jaar later 7 procent.
Schattingen van de totale kosten voor wederopbouw lopen uiteen van 100 miljard tot een biljoen (1.000 miljard) dollar. De inflatie is torenhoog, en lag in 2023 op 139,6 procent, een ruime verdubbeling van de prijzen in een jaar tijd. Ruim een kwart van de Syriërs leeft in extreme armoede en moet rondkomen van minder dan 2,15 dollar per dag.
Hoewel er nog veel onduidelijk is over het vervolg, zien buurlanden kansen in de wederopbouw: Turkse bouwbedrijven zagen de koers met 10 procent stijgen na de val van Assad.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant