Met een erfenis van miljoenen die op haar wachtte, koos Marlene Engelhorn voor een radicaal ander pad: geld weggeven in plaats van het te houden. ‘Ik heb een potje met geld en daar moet ik het nu mee doen.’
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Daar zit ze, voor het raam van een Weens koffiehuis met uitzicht op een druk kruispunt, onverstoorbaar, licht gebogen naar de tafel toe, Marlene Engelhorn (32), de gefortuneerde Oostenrijkse die dit jaar wereldnieuws werd omdat ze vol overtuiging haar erfenis van 25 miljoen euro heeft weggegeven – en dus niet langer multimiljonair is.
Ze draagt een wit kraagloos overhemd met een blauwe trui eroverheen, een metalen Harry Potter-bril en een springerig kort kapsel. Ze is grappig en vrolijk en kan daverend vertellen, met veel mimiek en dansende ogen, over het verhaal dat ze zelf is geworden. Zelfs als ze haar sleeve met tatoeages ontbloot, een soort verknoopt gebladerte met op het eind een tinnen soldaatje, lijkt haar uitleg alsof ze een sprookje voordraagt.
Dat ze sinds dit jaar zichzelf speelt in het toneelstuk Geld is klasse, is niet meer dan logisch. Waarom zou je iemand inhuren om Marlene Engelhorn te spelen, als je Marlene Engelhorn zelf bij de hand hebt.
Ze drinkt citroenlimonade en laat zich door niets afleiden. Het koffiehuis in het centrum van Wenen is afgeladen en rumoerig, er wordt gegild en gelachen, en zelfs met borden met Wiener schnitzels gesmeten, maar zij blijft bij haar verhaal.
In januari van dit jaar kondigde Engelhorn, een nazaat van de oprichter van het chemische concern Basf, aan dat ze op een bijzondere manier haar miljoenen wilde ‘herverdelen’, het geld waar ze nooit enige moeite voor had hoeven doen en dat in Oostenrijk niet wordt belast omdat er geen erfbelasting bestaat. Want: ‘Dat ik rijk geboren ben, wil toch niet zeggen dat ik rijk hoef te sterven?’ En: ‘Veel mensen hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen met een voltijdbaan en betalen belasting over het geld dat ze verdienen met werken. Dat is een mislukking van de politiek.’
Zij kreeg haar erfdeel van haar in 2022 overleden grootmoeder Traudl Engelhorn-Vechiatto, goed voor een vermogen van circa 4 miljard euro.
Maar hoe geef je als welgestelde, ook wel in het rijkaardsjargon high-net-worth individual genoemd, je miljoenen weg, op een verantwoorde, en zelfs democratische manier?
Tienduizend willekeurige Oostenrijkers kregen een brief van een door Engelhorn ingehuurde organisatie, en daaruit werden vijftig mensen geselecteerd, tussen de 16 en 85 jaar, uit alle lagen van de bevolking. Zij vormden de Guter Rat fur Rückverteilung (een goede raad voor herverdeling) en moesten in zes weekenden overleggen waar het geld heen zou gaan, opgedeeld in commissies. Engelhorns erfenis mocht niet naar ‘ongrondwettelijk, vijandige of onmenselijke’ organisaties met een winstoogmerk, politieke partijen, entiteiten die iets te maken hadden met leden van de Guter Rat zelf of lukrake particulieren.
Uiteindelijk rolden er in juni 77 uitverkozen organisaties en verenigingen uit, met de Oostenrijkse natuurbeschermingsvereniging als spekkoper in de max: 1,6 miljoen euro. De andere gelukkigen waren initiatieven op het gebied van onderwijs, betaalbare woningen, klimaat, gezondheid en integratie.
Marlene Engelhorns geld was ‘teruggegeven’, en de hele wereld was er getuige van. Niet door een stichting die haar naam draagt, of eentje waar zij nog een vinger in de pap heeft, maar door een soort ‘mini-Oostenrijk’, een afspiegeling van het land zelf.
Terwijl de begunstigden werden geopenbaard zat ze aan een grote tafel in haar huis in Wenen naar de livestream van de persconferentie te kijken op haar laptop. Ze schudde van opwinding. Rustig maar, zei een kennis die naast haar zat, het komt allemaal goed. ‘Ik wilde op afstand blijven, dus ik was er niet bij in levende lijve’, vertelt ze. ‘Ja hoor ’es, ik heb het betaald, en ik heb het project bedacht, maar ik deed niet het werk. Niet de research, of maakte de keuzes, of deed mee aan de vergaderingen. De mensen hebben het allemaal zelf gedaan. Ik wilde wegblijven van het founder’s syndrome, dat je je er toch ongevraagd mee blijft bemoeien. Het is moeilijk voor veel rijken om jezelf er helemaal uit te laten, vooral als het sterk gerelateerd is aan jouw naam en gezicht.’
De lijst met winnende organisaties zei haar niet zo veel. Ze vond het interessanter om stil te staan bij hoe die lijst tot stand was gekomen. ‘Dat vijftig mensen bij elkaar gaan zitten, en zeggen: wat hebben we nodig? Wat is echt belangrijk voor de samenleving? En dit was hun antwoord: zorg dat je de klimaatcrisis onder controle krijgt, armoede, het geweld tegen vrouwen, de anti-migratietendens, het racisme.’
Het was een bijzonder moment, zegt ze, maar we moeten ook niet overdrijven door te spreken van een keerpunt in de geschiedenis. ‘Er wordt wel vaker door rijke mensen op een bijzondere manier geld verdeeld, maar die doen dat niet voor het oog van het publiek. Die doen dat in stilte, en dat is ook goed. Moet je horen: de G20 heeft een miljardairbelasting op de agenda gezet. Dat is pas echt wat. Dat is een begin. De publieke bewustwording is in gang gezet. Men begint te begrijpen dat de manier waarop we belasting heffen in conflict is met onze democratische waarden. We moeten het systeem in balans brengen. Daar gaat het om.’
***
Er is haar vaak gevraagd: wanneer kreeg je in de gaten dat je rijk was? Dat je met een gouden lepel in de mond geboren was, buitengewoon bevoorrecht, deel uitmakend van de financieel-maatschappelijke elite? Ja, hoe weet je dat? Ze haalt haar schouders op: niemand heeft het ooit tegen haar gezegd in haar jeugd. ‘Eerlijk gezegd weet je niet dat je rijk bent, want je bent rijk geboren. Het is normaal. Het is normaal dat een vis in het water zwemt. Die vis denkt niet: wat is water? Dus: wat is rijk? Dit is mijn leven. Je leert dat je het een huis noemt, maar het is een villa. Maar niemand noemt het een villa. En die kinderopvang, ja dat is particuliere kinderopvang. Het is een school, maar vooral een particuliere school. Dit is geen vliegtuig maar een privéjet. Wat ik bedoel te zeggen: dingen worden neergezet als normaal, ze voelen als normaal, want je bent niet gewend aan een andere werkelijkheid.’
Ze herinnert zich uit haar jeugd dat ze met een vriendje naar zijn flat ging, en zag dat het afweek van haar welgestelde thuis. ‘Om te beginnen woonde hij niet in een villa. Alles was er anders. De afmeting van gewone dingen, zoals een bank. De frequentie van vakanties, de hoeveelheid cadeaus met kerst. Zijn hele leven. Dat zijn de aanwijzingen die je krijgt als kind. Je ziet het verschil. Je kunt niet precies je vinger er op leggen. Wat je wel weet: je krijgt altijd en overal meer, en wat je krijgt is altijd groter. Maar mijn moeder zei altijd: ‘Denk nooit dat je beter bent dan iemand anders omdat je iets beter kan dan een ander, of meer hebt. Je bent niet beter’.’
Om uit je bubbel te breken, moet je dus ‘cross-class-friends’ maken - dat weet ze al heel lang. Je moet oog in oog komen met een andere werkelijkheid, met mensen bevriend raken die een andere achtergrond hebben. ‘Ik was niet afgesloten van wat er in de wereld gebeurde. Je kunt wel door de krant of nieuws op televisie er achter komen dat er zoiets als armoede is, of arbeiders die in kleine huisjes wonen die bijna uit elkaar vallen omdat het de rijke eigenaren geen moer interesseert. Maar iets komt pas aan als je het zelf meemaakt.’
Voor Engelhorn is één anekdote belangrijk om haar geprivilegieerde bestaan duidelijk te maken. ‘Toen ik 20 was, had een zeer goeie vriend van mij een probleem met zijn huurwoning, hij had er juridische getinte vragen over. Dus vroeg hij mij: ‘Ken jij een goeie advocaat? En ik zei: ‘Wat?’ Hij zei: ‘Nou gewoon, een goeie advocaat.’ Maar waarom vraag je het gewoon niet aan de familie-advocaat, zei ik. Hij zei: ‘Wat is een familie-advocaat?’ ‘Wat bedoel je?’, zei ik, ‘heb je die dan niet? Nee, zei hij’.
‘Ik was permanent omringd door advocaten in mijn leven. Ik dacht als kind dat zij mijn ooms waren, totdat ik mijn echte ooms zag, en dacht: hé, er klopt iets niet. Ik zag ze op verjaardagen, elke trouwerij en begrafenis. Ze waren deel van de familie, want ze beschermden het belangrijkste en meest intieme van de familie: het vermogen. Zo heb ik het ervaren, en zo ervaren veel rijke mensen in mijn kennissenkring het.’
Wat ze ook zag: dat het belangrijkste feest voor rijke families een bedrijfsgerelateerde bijeenkomst was, dan kwam iedereen. ‘Een verjaardag slaan ze nog weleens over. Maar ze willen zo dicht mogelijk bij het vermogen blijven, en dat maakt het geld ook een intiem element van de familie. Belasting betekent een aanval op het hart van de familie, op het geld. Het is van belang dat je voortdurend benadrukt dat je als erfgenaam veel tijd stopt in het familiebedrijf, zodat je nooit kan zeggen dat je die erfenis niet waard bent, dat die zomaar is komen aanwaaien. Terwijl dat is wat er gebeurt.
‘En toen ik opgroeide, raakte ik geïnteresseerd in politiek, in een rechtvaardigere wereld. Toen ik 16 was, was ik onverdraaglijk voor mijn omgeving. Ik wist alles beter. We moeten gewoon niet meer vervelend tegen elkaar doen, zo dacht ik, en dan zou alles goed komen in de wereld. Er zijn mensen die andere mensen pijn doen, kunnen die niet gewoon stoppen? Zien ze niet in dat het stom is? Ik was er nog niet aan toe dat het toch allemaal wat ingewikkelder was, met diepere oorzaken. Het was de wijsheid van een tiener.
‘Het ging pas echt wat met me worden toen ik naar de universiteit ging, niet naar een particuliere school maar naar een openbare universiteit. Ik dacht: ik wil dat de universiteit op een dag trots zal zijn dat ze mij in de gelederen heeft gehad. Ja, dat is een zeer arrogant perspectief, dat zeg ik je eerlijk. Ik studeerde Duitse taal- en letterkunde. Natuurlijk was dat mijn eigen beslissing. Als je zo rijk bent, zoals ik, kun je alles doen wat je wilt. Je betaalt je weg door het leven, je krijgt alles wat je nodig hebt. En als je faalt, kom je er altijd makkelijk vanaf, dan betaal je gewoon de volgende stap.’
‘Ik was en ben dol op literatuur, een echte boekenwurm. Ik ben een nieuwsgierig mens. Ik lees, las en lees, de kranten, boeken, ik las en lees alles dat los en vast zat, nieuwe denkers, oude schrijvers. Albert Camus, Hannah Arendt, Thomas Bernhard, Oscar Wilde. Ik bewonder schrijvers met een hooghartige toon, tongue in cheek. Schrijvers die de ondraaglijkheid van het leven kunnen beschrijven zonder dat het kitsch wordt. Schrijvers die zeggen: hier heb je wat, en je zoekt het verder zelf maar uit wat je ermee doet. En ik had een droom, ik wilde na de universiteit redacteur bij een uitgeverij worden. Ik dacht: dan word ik betaald om te lezen. Heel romantisch.’
Wat haar ook opviel tijdens haar studie: dat ze omringd was met mensen die naast hun studie werkten. ‘Ik dacht, misschien doen ze dat voor hun cv; dat ze later kunnen bewijzen dat ze naast hun studie ook nog deel uitmaakten van het arbeidsproces. Stom natuurlijk, ze werkten vooral omdat ze wel moesten. Het bewijst maar weer eens dat een geprivilegieerd bestaan je blind maakt.’
***
Ja, en toen werd het 2019, ze was 27 jaar, een geëngageerde vrouw, behept met een groot sociaal rechtvaardigheidsgevoel, die zich alles behalve ophield in de beau monde. Wat haar toen overkwam, was in haar optiek niets minder dan een onheilstijding: ze kreeg te horen dat ze in het testament was opgenomen van haar zeer vermogende grootmoeder. Ze zou bij haar overlijden op slag multimiljonair worden.
‘Ik was echt heel heel kwaad. De correcte reactie op dat soort momenten is dat je heel dankbaar bent, en het voornaam aanvaardt. Ik was vooral NIET dankbaar. What the hell, dacht ik, dit is zo onrechtvaardig! Dit gaat in tegen alles waar ik in geloof, eerlijke verdeling van alles, geen machtsmisbruik, gelijke behandeling voor iedereen. Het klinkt verwaand, ik geef het toe. Maar ik ben nu eenmaal geen nederig persoon. Ik ben iemand die zijn hoofd door een muur beukt.
‘Ik wist gewoon niet hoe ik hier op een normale manier mee moest omgaan. Ik begon met mensen in mijn omgeving te praten en te vragen wat zij ervan vonden. Ik ging iedereen lastig vallen met mijn probleem. Probleem? Waar heb je het over?, zei iedereen. Oké, dacht ik, maar ik zie het echt als een probleem. Maar hou op, hoorde ik alleen maar, ik kan nauwelijks iets verzinnen om mijn huur te betalen, dus hou je mond met je erfenis.
‘Dat was echt voortreffelijke feedback. Daardoor begreep ik dat dit te groot was voor mezelf, en dat ik hier niet zo potsierlijk over moest oreren. Zo van: hé, moet je nu eens horen, het heeft iets te maken met mijn macht en mijn privilege, het is tricky en onzinnig om naar me luisteren, maar wil je toch naar me luisteren, want ik heb iemand nodig.’ En zo werden de gesprekken beter, en kon ik ook beter omgaan met kritische vragen hierover. Ook kwam ik in contact met andere rijke mensen die dezelfde vragen hadden. Ze wilden ook weten: hoe kun je vermogen herverdelen? Herverdelen op een juiste manier? Wie weet hoe dat moet? En hoe kun je hier zo nederig over zijn dat je geen fouten maakt?’
Een familielid introduceerde haar bij de Guerilla Foundation, een Berlijnse stichting die geld ophaalt voor ‘grassroots-activisme en sociale bewegingen om systemische verandering in Europa teweeg te brengen’. Ze ging er werken, en in haar groeide het idee om zich ook in algemene zin te keren tegen de traditionele filantropie, die volgens haar er alleen maar op uit is om de scheefgroei in de wereld in stand te houden en zo min mogelijk belasting te betalen.
Ze raakte er bovendien van overtuigd dat ze haar veranderde kijk op haar buitensporige nalatenschap met de wereld moest delen. Want als je zelf rijk bent en je uitspreekt voor meer belastingen, dan heeft dat meer effect dan wanneer niet-rijken dat doen. Daar moest ze gebruik van maken.
In maart 2021 vertelde ze in het Weense weekblad Der Falter voor het eerst haar verhaal, nadien gevolgd door een uitzending op Orf1, het eerste net van de Oostenrijkse publieke zender. ‘Ik had het totaal onderschat. Ik dacht: ik ben gewoon een cool gek dingetje dat je kunt consumeren naast het grote nieuws: o, er is een rijke erfgename die hogere belasting wil, interessant, hup, over naar het volgende topic. Maar de aandacht die ik vervolgens kreeg, ging echt – BOEM – zo door het dak. Opeens, uit het niets, wilde iedereen met me praten. Ik dacht: hoezo? Waarom? Help! Ik werd opeens gezien als voorbeeld voor de rijken. Hoe die mee kunnen gaan in mijn idee om meer belasting te betalen. Ik werd het persoonlijke verhaal in een grotere context. Het was overweldigend.’
Ze richtte met Oostenrijkse en Duitse mede-rijken Tax Me Now op, en Millionaires For Humanity, en ze werd het optimistische, mediagenieke aangezicht van de deugende rijke. ‘Er werd gejuicht om alle aandacht die ik kreeg bij Tax Me Now, want zo werd de boodschap wijdverspreid. Ik ben niet de enige die zich uitspreekt, maar ik maak het meeste geluid. Ik praat veel, ik hou van praten. Bovendien doe ik alles onder mijn eigen naam en gezicht. Journalisten houden van een plaatje bij hun verhaal.’
‘Je hoeft mij niet te vertellen dat we méér nodig hebben dan een uithangbord zoals ik. Het gaat om de praktijk, mensen in een organisatie die hard werken om iets voor elkaar te krijgen. Vergelijk het met de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, je hebt uiteindelijk geen Martin Luther King nodig, je hebt de beweging nodig die blijft bewegen voor de goede zaak. Ik ben vervangbaar. Zo hoort het ook in een democratie.’
In het najaar van 2022 overleed haar oma op 95-jarige leeftijd en de definitieve overdracht van de erfenis hing in de lucht. Engelhorn was onderweg in Wenen, ze stond te wachten op de metro, en checkte uit verveling haar e-mail. Daar was de familieadvocaat: ‘Hallo Marlene, hoop dat het goed met je gaat. Ik wil je laten weten dat de transfer er aan zit te komen’.
‘Boem! Multimiljonair. Advocaten noemen dat a liquidity event, er staat iets te gebeuren rond je vermogen. Wat ze ook zeggen: je kunt het sunsetten, dus alles ineens verdelen, of escalaten, in fases. En nu was ik 30, en moest ik dingen in gang zetten. Ik moest op zoek naar een democratische manier om het geld te herverdelen, zonder mensen uit te sluiten. En ik ben het, die hierover een beslissing nam.’
Het nieuws dat een rijke erfgename haar geld ging weggeven, had er al eerder toe geleid dat ze overstroomd werd met verzoeken. Om te beginnen kwamen er ontelbare e-mails in het Portugees tot haar nadat de Braziliaanse media groot had uitgepakt met haar verhaal. De smeekbedes kwamen overigens overal vandaan, van mensen die het moeilijk hadden, die alles verloren hadden, en die het kapitaal van Marlene Engelhorn als laatste redmiddel beschouwden.
‘In het begin stuurde ik nog een kort briefje, waarin ik hun situatie en narigheid erkende, en zei bang te zijn dat ik hen niet kon helpen. Er waren zoveel mensen die me schreven, hoe moet ik daarop reageren? Wie moet ik helpen? Wie liegt en wie liegt niet? Kan ik hen echt helpen? Ik heb een paar mensen geholpen, maar ik kon niet iedereen helpen. Het was verschrikkelijk, mensen waren ten einde raad. Maar ze hebben mij niet nodig, ze hebben een sociaal vangnet nodig, zodat ze niet vallen.’
‘Ik ben er niet trots op, maar ik wist ook niet hoe ik het anders moest oplossen. Anders zou ik zelf verzuipen. Ik snap dat mensen dit doen, nou, eigenlijk niet, want ik ben nooit in zo een positie gekomen. Ik heb me op de structuren gericht, en niet op de verzoeken uit de persoonlijke levenssfeer.’
Ze had gelezen over burgerraadplegingen in Ierland, Frankrijk en Oostenrijk, en dat leek haar prachtig. Het liet haar zien dat als je mensen tijd geeft en vertrouwen, bijgestaan door de nodige expertise, dat ze met diep onderbouwde beslissingen komen. Niet als een referendum, waar je alleen ja of nee moet invullen, maar met elkaar overleggen, goed voorbereid, doorwrocht. Haar voorwaarde: de burgers moesten goed worden betaald: ze kregen 1.200 euro per weekend in Salzburg, want het was hard werken, in korte periodes.
En zo geschiedde, en zo werden haar miljoenen verdeeld.
De ober wil weten of we nog wat willen drinken, waarna ze nog maar eens benadrukt dat het verhaal dan wel met verve door haar wordt verteld, maar niet om haar persoonlijk gaat. Haar privéleven, of dat van haar familie, doet niet ter zake.
Ze zegt gelukkig te zijn, en koppelt natuurlijk haar welzijn niet aan haar welstand. Maar ondanks dat 2024 het jaar voor haar was dat ze zich eindelijk en op de haar gepaste manier kon ontdoen van haar financiële ballast, spreekt ze van ‘een besmet jaar’. ‘Ik ben supergespannen, vooral vanwege de situatie in de wereld. Dat heeft ook te maken met de resultaten van de verkiezingen in Amerika, de winst van Donald Trump, radicaal-rechts in Oostenrijk. Politiek gezien is het moeilijk om niet te hele tijd zorgelijk te zijn, vol van angst. Het is goed dat het jaar bijna gedaan is, er is veel gebeurd. Er komen nieuwe dingen aan, en ik heb daar een nieuw jaar voor nodig om dat te laten gebeuren.’
Hoeveel geld ze nog over heeft, weet Engelhorn als ex-steenrijke niet. Niet alles is helemaal herverdeeld door de Guter Rat, zegt ze, en preciezer kan ze het niet omschrijven. ‘Ik heb een potje met geld om mijn onkosten te betalen, en daar moet ik het nu mee doen.’
Echt armlastig, of hulpbehoevend zal ze nooit worden. Ze blijft altijd een geprivilegieerd persoon, afkomstig uit een vermogend geslacht, dat valt moeilijk te ontkennen. Er komt ook een moment dat ze een enorme som zal erven van haar ouders, of andere familieleden, dan kan ze nog een keer aan de slag als architect van het democratische herverdelen. Maar misschien is rond die tijd de erfbelasting door haar toedoen wel ingevoerd in Oostenrijk, en zo hoog dat er niets van de erfenis overblijft.
‘Ik moet nu zo snel mogelijk zelf een baan zoeken’, zegt ze. ‘Ik denk dat ik er een ga creëren, een baan die bij me past. Wat dat precies is, weet ik nog niet. Het is een verrassing, ook voor mezelf.’
1992 Geboren in Wenen.
2000 School Lycée Francais de Vienne.
2010 Studie Duitse taal - en letterkunde.
2019 Hoort dat ze een erfenis krijgt.
2020 Sluit zich aan bij Guerilla Foundation.
2021 Eerste interview Der Falter.
2021 Mede-oprichter Tax Me Now.
2021 Mede-oprichter Millionaires for Humanity.
2022 Overlijden grootmoeder, krijgt erfenis.
2022 Boek Geld.
2022 Wint Human Act Award.
2023 TedxVienna: Paying Taxes: The Most Democratic Move You Can Make.
2024 Herverdeelt erfenis.
2024 Speelt in toneelstuk Geld is klasse.
Marlene Engelhorn woont in Wenen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant