Home

Symboolpolitiek is van alle tijden, maar hoe lang kan een coalitie er op blijven drijven?

Je hoeft niet op een oppositiepartij gestemd te hebben om te zien dat het kabinet in 2024 nog weinig van de grond kreeg.

De vrijdag was vanouds het belangrijkste moment van de politieke week. Ambitieuze bewindslieden bespraken in de Trêveszaal hun wetsvoorstellen. De minister-president vertelde na afloop over de plannen, daarna volgden de vakministers met de details. Wie wilde weten wat een kabinet voor had met het land, moest op vrijdagmiddag opletten.

Het kabinet-Schoof hecht vooralsnog niet veel waarde aan die traditie. De premier weidt op vrijdag graag uit over zijn bezigheden, maar de kordate presentatie van een heus wetsvoorstel is hem zelden gegund. Natuurlijk was er een begroting in september, waarvan enkele gevolgen snel merkbaar zullen worden. De krijgsmacht klimt definitief uit het dal van dertig jaar bezuinigingen. De ontwikkelingssamenwerking is het voornaamste kind van de rekening – daarvan blijft nu echt weinig over. Maar op veel departementen hebben de wetgevingsjuristen rustige maanden achter de rug.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dat bevestigt de indruk die het Hoofdlijnenakkoord al wekte bij de presentatie: drie van de vier regeringspartijen zijn gebouwd op bijtende kritiek op de voorgaande kabinetten, maar toen het erop aankwam bleken ze het niet eens te kunnen worden over alternatieven. Op de departementen van Onderwijs, Volksgezondheid en Economische Zaken zijn dan ook geen bijster ambitieuze ministers aangetreden. Minister van Hijum zet op Sociale Zaken het armoedebeleid van zijn voorganger door. Minister Van Weel van Justitie hield het bij wat onuitgewerkte gedachten over inperking van het demonstratierecht. Minister Keijzer wil net zoveel huizen bouwen als het vorige kabinet, met dezelfde instrumenten.

Slechts op twee ministeries moet het roer echt om. Maar minister Wiersma van Landbouw komt vooralsnog niet veel verder dan het intrekken van het natuurbeleid van Rutte IV. Voor minister Faber was daar vrijdag dan toch het grote moment, met de bespreking van twee asielwetten in het kabinet. Gezien de grote meerderheid in de Tweede Kamer die voor die maatregelen al ruim een jaar bestaat, is het echter rijkelijk laat. Intussen wekt Faber door haar stijl van opereren zoveel weerstand, binnen en buiten de coalitie, dat het ook nog maar de vraag is of ze dit pakket schadevrij door beide Kamers gaat loodsen.

En zo kon het gebeuren dat het zwaartepunt van de politieke week verschoof naar de dinsdag. Dan stemt de Tweede Kamer, bij gebrek aan wetsvoorstellen, wekelijks over meer dan honderd zelf ingediende moties. En daar zetten de regeringspartijen, PVV en BBB voorop, hun beste beentje voor. Tegen oprukkende fatbikes, tegen ‘probleemwolven’, tegen uitstootvrije zones in de binnensteden, tegen internationale handelsverdragen, tegen snelwegblokkades door klimaatdemonstranten, tegen pro-Palestinaleuzen, vóór onderzoek naar de opvattingen van Nederlanders met een migratieachtergrond.

Op de sociale media worden de stemmingsuitslagen door Kamerleden uitgevent als markante politieke gebeurtenissen. Maar ministers noteren ze netjes, beloven een onderzoek, en meestal horen we er daarna niet veel meer van.

Een beetje symboolpolitiek is van alle tijden. Maar hoe lang zou het duren voordat de kiezers in de gaten krijgen dat er vrijwel uitsluitend nog symboolpolitiek wordt gevoerd?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next