Home

Het met veel zwier vertelde ‘Wonderkind’ laat de lezer niet los. Tot het verhaal volledig kantelt

In haar debuutroman over de kinderjaren van hoofdpersoon Mia, zet Willemijn Tillmans je twee keer op het verkeerde been. Wat wilde de schrijver: een complex verhaal vertellen? Een helder? Of allebei?

is boekenrecensent van de Volkskrant. Hij is hispanist en vertaler.

In de proloog van haar debuutroman Wonderkind lijkt Willemijn Tillmans een aantal lijnen uit te zetten. Aan het woord is Mia Compré, een vrouw van tegen de 50 die haar jeugd in Geldrop doorbracht, net als Tillmans zelf en net als A.F.Th. van der Heijden, die zij citeert in het motto van haar roman. Mia vertelt hoe ze vlak voor haar 16de verjaardag op een foto stuitte waarop ze is te zien toen ze 12 jaar werd, een keerpunt in haar leven.

Mia pikte de foto in, prikte hem vast op een opvallende plek in haar kamer en vroeg zich in de jaren daarna vaak af: ‘Waar keek ik naar? Of naar wie? Hoe was het mogelijk dat ik naar mezelf kon kijken, zonder te weten waar die andere ik naar keek?’ Als ze begin 20 is verdwijnt de foto in een la om tientallen jaren later weer op te duiken. En dan roept hij het volgende op: ‘Iedere keer wanneer ik naar die foto kijk, zijn er drie Mia’s jarig: het meisje van 12 (…), de jonge vrouw van 16 (…) en ik.’ Het zijn de laatste woorden van de proloog.

Riemen vast

In wat volgt, zo vermoed je, zal de oudere Mia (‘ik’) terugblikken op de andere twee Mia’s. En Wonderkind zal niet alleen over die terugblikken gaan maar óók over dat terugkijken zelf. Over de (on)mogelijkheden van herinnering, over de werking van het geheugen, over identiteit vroeger en nu. We zijn dus gewaarschuwd: dit is geen boek om bij achterover te leunen. Riemen vast!

Maar je bent nog maar een paar pagina’s verder of je weet: die riemen kunnen weer los. Wonderkind blijkt geen gelaagde hersenkraker, maar is het met veel zwier vertelde verhaal van Mia’s kinderjaren tot haar 12de verjaardag. Het wordt verteld door de middelbare Mia, die op de achtergrond blijft, met als gevolg dat je haar aanwezigheid nauwelijks opmerkt en je eigenlijk voortdurend de illusie hebt dat de jonge Mia aan het woord is.

Knap genoeg geldt dit zelfs voor haar voorgeschiedenis, die ze als volgt inleidt: ‘Mijn leven begon vele jaren voor ik geboren werd en ik kwam in meerdere vormen. Ik was van stof, van papier, van bloed, ik wachtte mijn moeder op in haar dromen – ik was overal, toch moest ze lang wachten voor ze me in haar armen kon houden.’

Woedeaanvallen en een alcoholprobleem

Zoals deze krachtige woorden (let op al die ik’s) al suggereren kon de jonge Mia wel tegen een stootje. En dat is maar goed ook, want ze krijgt nogal wat te verstouwen, met name van haar vader, een eenzelvige, onberekenbare, diep gefrustreerde man met woedeaanvallen en een alcoholprobleem die zijn baan kwijtraakt en zich terugtrekt op de zolder van het huis.

Om zijn gevoel van mislukking te compenseren fabuleert hij (zo beweert hij een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de uitvinding van de cd-speler) en projecteert hij de hoge verwachtingen die hij van zichzelf had op zijn dochter. Zij is zijn oogappel, maar echt contact maken met haar doet hij niet en op belangrijke momenten laat hij het hopeloos afweten.

Vroeg ontwakende seksualiteit

Genoeg om een rugzakje jeugdtrauma’s te vullen, maar anders dan Roxane van Iperens alter ego in Dat beloof ik lijkt Mia de omstandigheden waarin ze opgroeit de baas te zijn. Haar sterke persoonlijkheid toont zich bijvoorbeeld in de geschiedenis van haar al vroeg ontwakende seksualiteit.

Tijdens het oppassen laat ze de baby van de buren aan haar tepel zuigen. Wanneer ze ziet hoe een man zich onder een viaduct aftrekt, gaat ze met hem in gesprek, in plaats van weg te rennen. Wanneer ze op 11-jarige leeftijd een poppetje van Star Wars in haar vagina stopt, kijkt niet zijzelf daarvan op, maar de lezer. En zíj́ heeft de touwtjes in handen wanneer ze haar buurjongen een doortastende pijpbeurt geeft.

Maar in het laatste deel kantelt de roman. De vloeiende verhaallijn maakt plaats voor fragmentatie, chronologie voor sprongen voor- en achteruit in de tijd, helderheid voor schimmigheid. Daarmee wordt Wonderkind op de valreep toch nog het complexe boek dat zich in de proloog leek aan te kondigen – en dat is jammer. Niet alleen omdat het laatste deel als een donderslag bij heldere hemel komt, maar ook omdat niet duidelijk wordt wat de schrijver hier nu precies heeft gewild. Je blijft achter met het gevoel pardoes in de steek te zijn gelaten door een verteller die je tot dan toe bij de hand had genomen.

Willemijn Tillmans: Wonderkind. Thomas Rap; 413 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next