Home

Asielzoekers en scholieren zoeken voorzichtig contact in Wassenaars jongerenrestaurant: ‘Eten brengt ons samen’

Ze wonen bij elkaar om de hoek in Wassenaar, maar spreken elkaar zelden. Een jongerenrestaurant moet daar verandering in brengen. Scholieren ‘van de kakkerschool’ en asielzoekers gaan met elkaar aan tafel.

is binnenlandverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Wassenaar.

Eten verbindt, leerde Emir Nazari (21) al toen hij tijdens zijn jeugd in Afghanistan voedsel tekortkwam. ‘Ik werkte elke dag met mijn moeder op het land en kan me nog heel goed herinneren dat ze op een dag geen eten had meegenomen. Vergeten, zei ze, maar ik denk dat we het niet konden betalen. Twee vrouwen die zelf ook niet veel hadden, deelden hun eten met ons. Mijn moeder zei toen: zorg dat je later genoeg te eten hebt om met anderen te delen.’

Sinds anderhalve maand vormt de Wassenaarse tapaszaak Me Gusta om de andere maandag het decor van wat Nazari ‘het eerste jongerenrestaurant van Nederland’ noemt. Gerund door zijn vaste team en wisselende vrijwilligers uit het azc in de buurt.

Ontmoetingsplek

‘Ik had behoefte aan een plek om lotgenoten te ontmoeten, om samen te komen’, vertelt de jonge ondernemer zittend aan een hoge tafel in het restaurant. ‘Mijn tijd in het asielzoekerscentrum was heel eenzaam. Ik was daar een van de weinige Afghanen, sprak geen Arabisch of Nederlands en kon dus met niemand praten.’

Nazari leerde razendsnel Nederlands spreken en ontmoette via vrijwilligerswerk Nederlandse jongeren. Het viel hem op hoeveel ze van elkaar konden leren, op het gebied van taal of koken bijvoorbeeld. En hij bedacht dat die lotgenotenplek voor alle jongeren toegankelijk moest worden. Nazari: ‘Eten brengt ons samen. Kijk maar naar gezinnen. Het enige moment waarop die elke dag samenkomen, is tijdens het eten.’

Rond half vier stromen de eerste vrijwilligers binnen. Voordat ze aan het werk gaan in de bediening en keuken volgen ze een cursus. Vandaag op het menu: een training solliciteren van hr-manager Jur van der Holst.

Jongeren op weg helpen

‘Nederland heeft een groot tekort aan arbeidskrachten’, zegt hij tegen de groep jongemannen die voor hem zit. ‘Jullie zijn dus erg gewild.’ De jongens kijken hem verheugd aan als Sana (20) die zin vertaalt naar het Arabisch. Eén van hen springt direct op. Met zijn telefoon laat hij aan Van der Holst zien welke keukens hij heeft gebouwd. ‘Wij moeten straks maar even verder praten’, zegt de recruiter. ‘Want de mensen die dat kunnen zijn op in Nederland.’

Jorien Meerdink, pleegouder van Nazari, hielp hem met haar Stichting Wesp het jongerenrestaurant op te zetten. Ze hoopt jonge asielzoekers die langskomen verder op weg te helpen. Dat lukt al aardig, zegt ze. ‘Jongeren die hier vorige keer meehielpen, mochten daarna meteen als vrijwilliger aan de slag bij de voetbalclub.’

Het helpt dat de omgeving het initiatief omarmt, zegt Meerdink. ‘Wassenaar staat misschien bekend als rijkeluisdorp waar anderen niet welkom zijn, maar het tegendeel is waar. De restauranteigenaar zei direct ‘ja’ toen we hem dit idee voorlegden. Iedereen wil gratis iets bijdragen: van de oliebollenkraam aan de overkant tot de trainingen aan toe.’

Wassenaarse scholieren

Tegen zessen stromen de gasten binnen, en niet veel later wordt een Indonesische maaltijd geserveerd. Vol passie speelt een Spaanse band Me Gustas Tu voor 65 bami etende jongeren. Die filmen het optreden, zingen mee of scrollen onverstoorbaar op de telefoon. De meesten zijn vluchtelingen en statushouders uit het asielzoekerscentrum om de hoek, maar er zijn ook Wassenaarse scholieren. Van de ‘kakkerschool’ in het dorp, aldus de jongeren zelf.

Die twee groepen komen elkaar natuurlijk weleens tegen op straat, zegt de Nederlandse Cee (14). ‘Laatst hebben we op school chocoladeletters gemaakt voor het asielzoekerscentrum. Maar elkaar echt ontmoeten doen we eigenlijk nooit. Ik hoop dat dat vanavond wel lukt.’

De Palestijnse Mohamad (19) deelt die wens: ‘Ik ben vanavond gekomen om met mensen te praten en zo Nederlands te leren.’ Hij lacht: ‘Maar ik vind het toch wel ongemakkelijk om zomaar op anderen af te stappen.’ Echt mengen doen de jongeren dan ook niet. Ze blijven aan hun eigen tafels zitten. Die lijken gerangschikt op regio en land van afkomst: Midden-Oosten, Afrika, Nederland.

Vriendschap lastig

Makkelijker dan praten, is elkaar een beetje uitdagen. Bijvoorbeeld door jongens aan een andere tafel op hun schouder te tikken en zich dan snel weer om te draaien, zoals een groep meiden van het Rijnlands Lyceum doet. Een jongen gaat daarop met zijn gezicht naar de meiden toe zitten, doet zijn jas achterstevoren aan en zijn capuchon op. Als hij wordt aangetikt, trekt hij die snel omlaag: ‘Boe!’ Ze gieren het uit.

Veel jonge gasten melden zich aan voor de volgende keer. ‘We verwachten dat de mix vanzelf ontstaat als ze elkaar vaker zien’, aldus Meerdink. Maar bevriend zullen ze waarschijnlijk niet raken, zegt Marit (14), een fanatieke schoudertikker. ‘De meesten zijn een stuk ouder dan wij. Ze hebben natuurlijk ook een heel andere taal en cultuur. Niet dat ik dat erg vind, maar het gebeurt daardoor toch minder snel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next