Minister Veldkamp (Buitenlandse Zaken) betichtte woensdag in het Kamerdebat Amnesty International ervan te sjoemelen met de definitie van de term genocide voor de situatie in Gaza. Helaas, hier verdraait de minister zelf iets waarvoor Nederland tekende.
Elke genocide gaat gepaard met massale ontkenning, zegt Amos Goldberg, een Israëlische genocide-expert. Hij zou zijn gelijk bevestigd hebben gezien als hij 18 december naar het optreden van minister Caspar Veldkamp in het Midden-Oostendebat in de Tweede Kamer had gekeken. Aan de orde was de situatie in Gaza.
Kamerleden vroegen de minister naar een recent rapport van Amnesty International dat constateert dat Israël zich schuldig maakt aan genocide in Gaza.
Over de auteur
Dagmar Oudshoorn is directeur van Amnesty International.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoe beoordeelt hij dat rapport, wilden Kamerleden weten. Eerder in het debat wezen zij erop dat bijna een jaar geleden het Internationaal Gerechtshof waarschuwde voor het risico van genocide, dat andere VN-instanties daarna gelijke zorgen uitten, dat Human Rights Watch onlangs sprak van Israëlische misdrijven tegen de menselijkheid en Amnesty nu genocide constateert.
Toen het leek dat de minister een antwoord schuldig zou blijven, drong de Kamer aan. Na een vriendelijk voorzetje van de ChristenUnie kwam het alsnog. De minister was nog bezig het rapport te bestuderen, hij was al bij pagina 100, maar hij had wel begrepen dat Amnesty op pagina 101 sjoemelt met de definitie van genocide. En dat moet je natuurlijk niet doen, was zijn boodschap.
Kritiek op de staat Israël leidt in de Nederlandse politiek altijd tot interessante schijnbewegingen, maar zo zelden tot effectief beleid dat het nu ook coalitiepartijen langzaamaan te gortig wordt. Want hoezo hanteert Amnesty een sjoemeldefinitie van genocide? Wie maar één blik in het rapport werpt, ziet dat Amnesty dezelfde definitie gebruikt als het Internationaal Strafhof, het Joegoslavië Tribunaal, het Rwanda Tribunaal en de Nederlandse Wet Internationale Misdrijven.
Dat is de definitie uit het genocideverdrag (1948) waarbij Israël sinds 1950 partij is. Dat had minister Veldkamp op pagina’s 13, 40, 88 en verder al kunnen lezen. Waarom begon de minister dan over pagina 101 die hij toevallig nog nét niet gelezen had, maar waarover hij het niet laten kon iets te zeggen? Er was een klok, er was een klepel en er was een minister.
Het zit zo. Het Internationaal Gerechtshof hanteert een hoge bewijsstandaard voor genocide. Amnesty volgt in het rapport die standaard. Maar, waarschuwt Amnesty, die standaard moet zo worden gelezen dat het niet onmogelijk wordt om genocide in oorlogstijd aan te tonen. Immers, het genocideverdrag stelt dat genocide zowel in vredestijd als in oorlogstijd kan worden gepleegd én moet worden bestraft. Wat je nooit kan aantonen, kan je ook nooit bestraffen. Dat kan de bedoeling niet zijn van het verdrag. Dat staat er op pagina 101 tot en met 105. Geen sjoemeldefinitie.
Maar ja, zo ver was de minister dus nog niet met zijn bestudering. Is dit dan een onredelijke waarschuwing van Amnesty? Niet volgens Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ook zij lieten een jaar geleden in een interventie voor het Internationaal Gerechtshof weten dat de lat om genocidale intentie aan te tonen niet zo hoog mag liggen dat deze niet gehaald kan worden. O ja, Nederland tekende er ook voor.
Saillant detail: Nederland en de andere vijf landen deden deze interventie in een zaak tegen Myanmar, niet tegen Israël. Juridisch maakt dat geen verschil. Maar politiek blijkbaar alle verschil van de wereld. En zo stelde de minister in de Tweede Kamer een toelichting bij een interpretatie van een juridische bewijsstandaard voor als een opzettelijk verdraaide definitie van genocide. Amnesty sjoemelt wilde hij maar zeggen.
Maar vooralsnog sprak Veldkamp voor zijn beurt, had hij beter moeten weten en zeker beter moeten lezen. Hij heeft nog tweehonderd pagina’s te gaan, en er wachten nog twee nieuwe rapporten van Artsen zonder Grenzen en Human Rights Watch om gelezen te worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant