Het kortgeding tegen een pensioenfonds dat donderdag diende in de rechtbank Rotterdam, kan zomaar de eerste zijn in een reeks juridische procedures rond het nieuwe pensioenstelsel. Dat de onvrede daarover ook na een lange politieke strijd nog diep zit, blijkt in de rechtszaal.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Dat Richard Gorter (84) deze donderdag liever niet in de rechtbank Rotterdam had gezeten, had hij van tevoren in de media al uit de doeken gedaan. Gorter is niet het type dat ‘op de barricade gaat’ en is ‘geen klager’, benadrukte hij in diverse interviews. Toch heeft Gorter de urenlange reis vanuit zijn woonplaats West-Terschelling ondernomen om zijn pensioenfonds voor de rechter te dagen. Op zichzelf beschouwd misschien een kleine zaak, maar wel een die grote gevolgen kan hebben.
De zaak die deze donderdag dient, is op zich vrij eenduidig. Gorter vindt dat hij te weinig tijd krijgt van zijn pensioenfonds om een oordeel te vormen over de gevolgen die de overgang naar het nieuwe stelsel voor hem heeft. Het Beroepspensioenfonds Loodsen (Bpl) gaat als een van de eerste pensioenfondsen op 1 januari volgend jaar over, in jargon ook wel ‘invaren’ genoemd, wat een grote verandering voor deelnemers betekent.
Bij de overgang wordt de pensioenpot van het fonds opnieuw verdeeld, wat doorwerkt in de hoogte van pensioenen. Ook lopen deelnemers na de stelselwijziging meer risico: hun pensioen kan daardoor sneller omhoog, maar ook omlaag. Pensioenfondsen leveren daarom voor de overgang prognoses aan, die tot stand zijn gekomen in complexe berekeningen.
Gorter wil zich goed kunnen inlezen en kijken of de cijfers kloppen. Hij heeft daar, bij monde van zijn advocaat Hans van Meerten, meer tijd voor nodig dan de maand die het fonds hem daarvoor geeft. In de praktijk blijkt dat door de feestdagen zelfs twee weken te zijn, zegt Gorters advocaat. ‘Dat is gewoon echt te kort.’ Dus wil Gorter drie maanden en uitstel van ‘invaren’.
Zo overzichtelijk als die eis lijkt, zo groot zijn de gevolgen volgens het pensioenfonds. De overgang naar het nieuwe stelsel is een collectieve overgang die ‘geen ruimte biedt voor individuele afwijkingen’, benadrukt het fonds bij monde van zijn advocaat. Komt er uitstel, dan moeten alle deelnemers later over, wat bovendien extra kosten met zich meebrengt, aldus het fonds.
Wat de uitkomst ook zal zijn, het kan de overgang naar het nieuwe stelsel niet tegenhouden. Ook als Gorter gelijk krijgt en het fonds pas later over kan, betekent dit niet dat hij de transitie nog kan stoppen. In de wet is immers vastgelegd dat deelnemers geen individueel bezwaar kunnen maken: als een pensioenfonds besluit om de pensioenen naar het nieuwe stelsel te verhuizen, dan gebeurt dat dus in principe ook.
Het neemt niet weg dat ook andere pensioenfondsen met interesse naar de zaak zullen kijken. Want los van de vraag of een deelnemer al dan niet extra tijd nodig heeft, is de zaak mogelijk een voorbode van wat er nog te wachten staat. Waar er nu nog slechts enkele, relatief kleine, fondsen overgaan, moeten de grote fondsen met honderdduizenden tot miljoenen deelnemers de komende jaren nog volgen. Wat nu hier in het klein gebeurt, kan dus zomaar een groter vervolg krijgen.
Voor zo’n scenario wordt ook al langer gewaarschuwd. De Raad voor de Rechtspraak wees al meermaals op de risico’s voor rechtbanken. Zelfs als een klein deel van de vele miljoenen pensioendeelnemers naar de rechter stapt, trekt dat immers al een zware wissel op het juridische apparaat, dat dit grote aantal zaken mogelijk niet aankan.
De voortekenen zijn niet al te gunstig. Nog altijd zijn er veel grotere grieven over het nieuwe stelsel dan de vraag of deelnemers genoeg tijd hebben om zich in te lezen. Dat blijkt ook tijdens de zitten, waarin Gorters advocaten er bijvoorbeeld op wijzen dat de Wet toekomst pensioenen (WTP) niet is getoetst aan ‘EU-recht’, wat zij een ‘principiële vraag’ noemen. Ook benadrukken ze meermaals dat het overzetten van al die pensioenen zonder recht op individueel bezwaar een schending is van het eigendomsrecht.
Dat de eis van Gorter in bredere context moet worden gezien, blijkt ook uit zijn eigen bijdrage. De oud-havenloods vindt dat de 8 procent pensioenverhoging die hij krijgt bij de overgang naar het nieuwe stelsel, te weinig is. ‘Een sigaar uit eigen doos’, noemt hij het. Zijn fonds is in vergelijking met andere pensioenfondsen zeer voorzichtig geweest met verhogingen en daar ziet hij nu veel te weinig van terug. ‘Er zit een stuk pijn achter, dat is duidelijk’, concludeert de rechter.
Hoewel zijn eigen advocaten erop wijzen dat het Gorter in deze zaak enkel om de extra tijd is te doen, legt de oud-havenloods wel degelijk een gevoelig punt bloot. Want waar Gorter er in het nieuwe stelsel nog op vooruitgaat, is dat lang niet zeker voor de miljoenen mensen die de komende jaren nog volgen. Of een fonds de pensioenen kan verhogen, is immers afhankelijk van economische omstandigheden en de keuzes die worden gemaakt. Krijgen mensen minder pensioen toebedeeld in het nieuwe stelsel, dan vergroot dat de kans dat mensen een juridische procedure tegen hun fonds beginnen.
Ook Gorter heeft in ieder geval zijn hoop op de rechter gevestigd. Op de vraag of de oud-havenloods nog een slotwoord heeft antwoordt hij: ‘Dat u de sleutel in handen heeft voor een beter pensioen, want er moet nog een hele hoop aan gesleuteld worden.’
In hoeverre de rechtbank daarin met Gorter meegaat, zal 27 december blijken, dan volgt de uitspraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant