Home

Opinie: Laat werkgevers hun mond houden over loonmatiging, schaarse dingen zijn nu eenmaal duurder

Ondanks de krappe arbeidsmarkt, waarschuwden werkgevers recent weer dat vakbonden moeten oppassen met te hoge looneisen. Ten onrechte: een faillissementsgolf zou best lekker kunnen opruimen aan de onderkant van de markt.

Nederlandse werkgevers klagen sinds jaren over een krappe arbeidsmarkt en onvervulbare vacatures. Op de middelbare school heb ik ooit nog geleerd dat de prijs van een goed of dienst bepaald wordt door de relatieve schaarste. Dat belet de werkgeverslobby echter niet om recent weer te eisen dat de vakbonden op hun tellen moeten passen met hun looneisen. Ze mogen de inflatie niet opjagen met hun looneisen, want als Nederland sneller duurder wordt dan de omringende landen, dan komt ons riante exportoverschot in gevaar.

Dit getuigt van platte belangenbehartiging zonder visie op het economisch proces. Want de krappe arbeidsmarkt, alsmede de iets hogere inflatie in Nederland, zijn nu juist niet het probleem. Ze zijn onderdeel van de oplossing, en wel in twee opzichten. Ten eerste de krappe arbeidsmarkt. Het zijn vooral werkgevers aan de onderkant van de markt die problemen hebben om aan personeel te komen. Dat komt niet omdat er geen sollicitanten meer zijn. Het komt omdat er geen sollicitanten meer zijn die nog voor dít loon en déze arbeidsvoorwaarden willen werken.

Mensen hebben intussen door dat ze geen ‘precaire’ banen meer hoeven te accepteren: dat zijn banen liefst tegen het minimumloon, zonder pensioenopbouw en zonder vast contract of ingehuurd via malafide uitzendbureaus die bij de eerste omslag van de conjunctuur weer soepel geloosd kunnen worden. Rabobank econoom Hugo Erken heeft recent in het economenblad ESB voorspeld dat er in Nederland een faillissementsgolf aankomt en voegde daar meteen aan toe: gelukkig is dat niet erg. Integendeel, het ruimt lekker op aan de onderkant van de markt. We houden er uiteindelijk een sterkere economie aan over. De mensen die in laagproductieve en slecht geleide bedrijven hun baan verliezen kunnen (al of niet met een omscholingstraject) zo weer aan de slag bij betere bedrijven op productievere banen.

Over dit artikel

Alfred Kleinknecht is oud-hoogleraar economie (VU en TU Delft) en gastprofessor bij Kwansei Gakuin University in Nishinomiya, Japan.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ten tweede, het exportoverschot. Als percentage van het nationaal product heeft Nederland de hoogste exportoverschotten in de eurozone. We zijn daarmee het vervelendste jongetje in de euroklas. Waarom? Er was ooit nog een Europese afspraak dat landen maximaal 6 procent van hun nationaal product als exportoverschot zouden mogen hebben. Deze afspraak lapt Nederland sinds jaren royaal aan haar laars. De meeste jaren zitten we rond
8 procent.

Waarom is dit vervelend? Het exportoverschot van een land is per definitie altijd het importoverschot van andere landen. Binnen de eurozone was het in het verleden zo dat de exportoverschotten van Noord-Europa (vooral van de Nederlanders en de Duitsers) neersloegen als importoverschotten in Zuid-Europa. Vóór de Eurocrisis in 2010 boekten Zuid-Europese landen importoverschotten tussen 5- en 15 procent van hun nationaal product. Indien een land importoverschotten boekt, en dus meer ontvangt dan het kan leveren, dan moet dit vereffend worden. In de praktijk gebeurt vereffening vooral via het aangaan van schulden. Vóór 2010 ging dat een hele tijd lang goed, totdat rond 2010 iemand constateerde: ze hebben te veel schulden! De rest is geschiedenis.

Een vervelende eigenschap van het eurosysteem is dat zwakkere eurolanden zich niet meer tegen de Noord-Europese exportmachine kunnen verdedigen door hun munt af te waarderen, waardoor hun export goedkoper en hun import duurder zou worden. Vóór invoering van de euro is hiervoor nadrukkelijk gewaarschuwd. Tijdens de eurocrisis in 2010 is gebleken dat deze waarschuwingen hout sneden.

Er was echter nog een belangrijk tegenargument: indien landen het goed doen en grote exportoverschotten realiseren, dan zou hun beter draaiende economie op den duur grotere prijsstijgingen vertonen dan de matig draaiende landen waar de importoverschotten lokale bedrijven wegconcurreren en de werkloosheid verhogen. In deze landen zouden de prijzen juist langzamer stijgen waardoor hun export relatief goedkoper worden. Het verschil in inflatie zorgt dan ‘automatisch’ voor een zeker herstel van evenwichtiger handelsbalansen.

Helaas, markten werken soms minder dan perfect en met grote vertragingen. Toch zien we nu eindelijk eens dat Nederland als exportkampioen een hogere inflatie boekt. En als Nederland daardoor wat exportmarkten verliest, dan is dat geen probleem maar een oplossing: we bewegen in de richting van evenwichtiger handelsbalansen en dit verkleint de kans op een nieuwe eurocrisis. En daar heeft Nederland zelf alle belang bij.

Laat de lobbyisten van VNO-NCW dus hun mond houden en de marktlogica accepteren: dingen die schaars zijn moeten duurder worden. Een betere beloning van de factor arbeid, lost ook meteen het probleem op dat een almaar groter deel van het volksinkomen (én het volksvermogen!) naar kapitaal gaat ten laste van het aandeel van de arbeid. Want op den duur is het ook niet in het belang van de werkgevers dat de inkomens- en vermogensverdeling almaar verder polariseert. Of willen we toe naar een plutocratisch systeem waar straks de grootste oligarchen van de Quote 500 bepalen wie de volgende verkiezingen winnen?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next