Spits Zakaria Eddahchouri (24) is topschutter van de eerste divisie – en dat als speler van het kleine Telstar, de nummer 11. In de winterstop lonkt een transfer, maar eerst wacht donderdagavond Ajax in de Arena.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Zakaria Eddahchouri, doelpuntenmaker van beroep, krijgt binnenkort een hoed. Dat zit zo: verslaggever Leo Driessen is kind aan huis bij Telstar en draagt altijd een hoed. De spits: ‘Ik zei tegen hem: ik wil ook zo’n hoed. Toen beloofde Leo dat ik na een hattrick een hoed zou krijgen.’
En warempel, vorige week scoorde Eddahchouri drie keer tegen Helmond Sport, waarmee hij op veertien doelpunten kwam, bijna de helft van het totaal van Telstar.
‘Hattrick’ is oorspronkelijk een term uit het cricket, de aloude sport voor nette heren. Wie een bepaalde prestatie leverde, een truc (trick), kreeg een hoed (hat) cadeau. Eddahchouri lacht om het verhaal over het hoofddeksel dat inmiddels door voormalig directeur Pieter de Waard – ook een hoedendrager – is besteld.
Met uitzicht op het veld luistert Eddahchouri in het stadion van Telstar naar een oude verdediger in een rolstoel, die hem huizenhoog prijst als ‘lichtpunt’, als spits die verdedigers ‘horendol’ maakt. De man praat met voormalig trainer Toon Beijer, die vertelt over een oud doelpunt van de spits voor diens vorige club, Koninklijke HFC, dat de aandacht van Telstar trok.
Eddahchouri is oprecht blij met een compliment van Willem van Hanegem, die een wedstrijd van Telstar bezocht en stelt dat de spits overal terechtkan. Van Hanegem vindt hem op Ricardo Pepi van PSV lijken, qua stijl. Snel, hard werken, schieten met rechts en met links, goed met koppen.
‘Als iemand als Willem van Hanegem dat zegt, is dat een mooie vorm van waardering’, zegt Eddahchouri. Ik kom uit een Feyenoord-familie. Mijn vader en mijn opa keken naar Van Hanegem.’
Het uitverkochte duel met Ajax in de Johan Cruijff Arena, donderdag in de tweede ronde van het bekertoernooi, is het gesprek van de dag in Velsen. Misschien had Telstar meer kans gehad in een thuiswedstrijd, denkt Eddahchouri. Anderzijds: het is de grootste wedstrijd in zijn loopbaan, in zo’n groot stadion.
‘Ik bekijk het als een wedstrijd tegen Helmond Sport. Zo is mijn benadering. Er valt een wedstrijd te winnen, of te verliezen. Ajax is de topfavoriet, maar wij gaan erin met de mindset om te winnen. Anders hoef je niet te gaan.’
Hij is optimistisch en gelooft meer in kansen dan in belemmeringen. In de jeugd bij Feyenoord moest hij als 14-jarige jongen vertrekken omdat de club Orkun Kökcü en Lion Kalentjev had aangetrokken van FC Groningen. Later voetbalde hij bij Go Ahead Eagles, maar bijna nooit als spits.
‘Ik werd niet in mijn kracht gebruikt. Ik speelde op 8, op 10, als linksbuiten. Dat heeft een complete speler van me gemaakt, maar het was niet het juiste moment. Als je net bij de senioren komt, is het belangrijk dat ze je kracht benutten. Ik werd langzaam geprepareerd voor het eerste elftal, maar niet op mijn goede positie. Ach, dingen lopen zoals ze lopen.’
In de jeugd van Go Ahead reisde Eddahchouri op en neer vanuit woonplaats Papendrecht: drieënhalf uur heen, drieënhalf uur terug. ‘Dat was pittig.’ Later kreeg hij een studio in Deventer.
Als hij niet was geslaagd als voetballer, had hij met zijn havodiploma iets met commerciële economie willen doen. Zijn vader is al 35 jaar onderhoudsmonteur in de haven van Rotterdam. ‘Maar ik dacht altijd: ik word toch voetballer. Nooit heb ik getwijfeld. Zonder arrogant te zijn vind ik dat ik bepaalde kwaliteiten heb. Betaald voetbal halen was mijn enige doel.’
Altijd ondervond hij steun van zijn ouders, bij wie hij nog woont, en van zijn drie oudere broers. ‘Iedereen is gelijk bij ons. Ik krijg geen andere behandeling omdat ik de jongste ben, of omdat ik voetbal. Als het aan mijn moeder ligt, woon ik mijn hele leven bij haar.’
Maar wie weet maakt hij een verre transfer in de winter. Telstar is een kleine club en bij een goed bod zal hij gaan. ‘Ik ben er verder totaal niet mee bezig. Wat mij te doen staat, is onverstoorbaar zijn.’
Elke dag proberen beter te worden. Hij keek altijd speciaal naar de Fransman Karim Benzema. Zonder zich te meten aan diens kwaliteiten: ‘Ik denk dat ik zo’n type spits ben. Compleet, met links, met rechts. Hij laat zich ook uitzakken, is gevaarlijk in de diepte. In de box. Hij kan koppen. Daarom keek ik naar hem, als moderne spits.’
Tegen Jong PSV maakte hij zelf zo’n complete goal. Een dribbel, mannetje passeren, diagonaal schot. Techniek, snelheid en het vermogen om af te werken kwamen bij elkaar.
Uit tegen Dordrecht, dat was volgens hemzelf zijn mooiste goal. ‘Een voorzet van Danny Bakker naar de tweede paal, voor de verdediger komen en de bal schampen met het hoofd. Uit zo’n doelpunt haal ik kracht en voldoening, daar kick ik op. Een echte spitsengoal. Dan heb ik het gevoel: hiervoor sta ik op het veld.’
Altijd denkt hij als spits. ‘Intikkers zijn de moeilijkste goals. Het voorwerk, met de aanname, het bewegen en passeren, is niet makkelijk, maar een bal ‘binnen pissen’ kan ook moeilijk zijn, omdat je rust moet houden. De makkelijke kansen zijn vaak moeilijker te benutten. Als je te wild schiet of te chaotisch bent, is de kans op een goal kleiner.’
Opmerkelijk is dat hij meestal met de binnenkant van de voet schiet. ‘Dat heb ik ontwikkeld, ook door aan keepers te vragen wat ze lastig vinden. Een bekeken, geplaatste bal hoeft alleen het zijnet te raken, want dan is de keeper kansloos.’
Met de wreef kun je harder schieten, met de binnenkant kun je beter plaatsen. ‘Maar een spits staat niet alleen in het veld om goals te maken. Ik wil meedoen in het positiespel of een bal breed leggen. We hebben een goed team, maar we spelen te vaak gelijk. Van de acht gelijke spelen in de competitie hadden we er zeker vier of vijf moeten winnen.’
Een gelijkspel telt niet donderdag, tegen Ajax. De wedstrijd gaat door tot een van beide heeft gewonnen. En wat die hoed betreft: die is onderweg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant