Home

Tijdens ons laatste lied begon het concurrerende koor heel hard door ons heen te zingen

Ik zette een rode muts op, hing een Hema-lichtjessnoer om mijn jas heen en fietste naar de openbare plek in de stad waar ik met mijn koor zou optreden voor kerst. We treden altijd buiten op, dan hoef je geen zaal te huren en heb je automatisch publiek.

Weinig maakt me gelukkiger dan kerstliederen zingen, ik ben nu eenmaal een simpel mens. En mijn koor zingt de betere kerstliederen, moet ik zeggen: obscure dingen uit de 15de eeuw en zo, toen kerst nog maar net uitgevonden was.

We stelden ons op en begonnen te zingen, en algauw gebeurde het hoogst haalbare wat ik tijdens die optredens altijd hoop te bereiken: toeristen begonnen ons te filmen, en ik dacht dat zij dachten dat ze in een romantische komedie beland waren.

Ik zong niet per se alle noten goed, maar in de buitenlucht doet dat er minder toe. Na het derde liedje kwam er een vrouw met een muts in de vorm van een kerstboom naar onze dirigent toe. Ze vroeg iets aan hem. Ik dacht dat ze met ons op de foto wilde, of zelfs een cd van ons wilde kopen, of ons gewoon wat kleingeld wilde geven.

Ze bleek van een ander koor te zijn, dat die avond precies op dezelfde plek een concert wilde geven. Onze dirigent zei dat we nog een half uur bezig zouden zijn.

Het andere koor stelde zich alvast op, een meter of tien verderop. Af en toe kwam er uit hun delegatie iemand naar ons toe om ons dwingend aan te kijken, net wanneer we bijvoorbeeld in een gevoelig, rustig stukje van een oude Italiaanse canon zaten.

Ik wierp blikken opzij. Het was een veel groter koor dan het onze. Ze hadden heel veel lichtjessnoeren om, op hun hoofd en om hun nek en sommigen om hun hele lichaam. Ik schaamde me ineens voor mijn eigen lichtjessnoer en zocht in mijn jaszak naar het knopje om het uit te zetten.

Tijdens ons laatste lied, Er was een jongetje van Ramses Shaffy – niet per se mijn eigen lievelingslied maar nu, gezien het concurrerende koor, ineens wel – begonnen ze heel hard door ons heen te zingen. Twee kerstgedachten zongen tegen elkaar in. Het andere koor bleek ook een piano mee te hebben, en versterkers.

Met ons koor maakten we Er was een jongetje af, wat in onze versie altijd op gevoelige fluistertoon eindigt. Dat viel een beetje weg. We pakten onze bladmuziek en de fiets die we hadden gebruikt als standaard voor de dirigent, en gingen weg.

Rondom het andere koor was een grote drom mensen ontstaan. We hoorden ze Leef! zingen, van André Hazes. ‘How lovely, they are caroling!’, hoorde ik een Amerikaanse toerist zeggen, en ze spoedde zich met haar gezin naar het andere koor.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next