Home

Claude zingt zich met zichtbare lol door het leven heen, ook straks als de Nederlandse troef op het Songfestival

Voor Claude verliep 2024 uitstekend. Hij verwierf bekendheid op tv, bracht zijn debuutalbum uit en is, zo werd donderdag bekend, de Nederlandse inzending voor het Songfestival van 2025. ‘Ik vind het heel fijn dat mensen mijn stem soms ervaren als een warme deken.’

is redacteur popmuziek van de Volkskrant.

Claude zingt zich door het leven heen. Hij staat zingend op en gaat zingend weer naar bed. En interviews, zo blijkt vandaag, begint én eindigt hij zingend.

Als we hem opzoeken voor een gesprek over zijn wonderbaarlijke doorbraakjaar, horen we hem in de verte door een paar toonladders zweven, met die inmiddels bekende, volumineuze maar toch ook gewichtloze bariton. ‘I hope you’re happy, I hope you’re happy now’, davert het door een klein kantoor van zijn platenmaatschappij aan de Amsterdamse Houthavens, waar hij met een paar labelcollega’s over een laptop gebogen staat.

Claude is serieus opgewonden over de aanstaande Nederlandse première van de Disneyfilm Wicked. ‘Ik ben gek op Disney’, zegt hij als we ergens in een stille studio in een zachte bank zakken. ‘En ik wil dus straks gelijk naar die film. Ik zit nu al de hele dag met dat liedje Defying Gravity in mijn hoofd. Weet je hoe dat gaat?’

Hij zingt het nog even voor, met theatraal aangedikte musicalkracht. ‘Disney is geweldig. De kleine zeemeermin ook, als Ariël Part of Your World zingt, ken je dat?’ Daar gaat hij weer. ‘I wanna be, where the people are.’

Als je Claude Kiambe (21) tegenover je krijgt, word je eerst overvallen door dat ongeremde enthousiasme van hem, de zichtbare lol in het leven. En zijn optimisme is begrijpelijk, al zal hij er straks ook nog wat sombere kanttekeningen bij maken.

De artiestenhemel

Met Claude is het in 2024 belachelijk goed gegaan. Zijn naam – hij heeft nu al genoeg aan alleen die voornaam – is met een vuurpijl de artiestenhemel ingeschoten. Hij trad aan in de muzikale tv-show Beste zangers, waarin grote Nederlandse sterren zich bogen over zijn liedjes en uitvoeringen gaven van bijvoorbeeld zijn onweerstaanbare antidepressivum Ladada (Mon dernier mot). En hij bracht vorige maand zijn debuutalbum uit, Parler Français, dat ook niet bepaald van triestigheid aan elkaar hangt.

Hij stond al in een uitverkochte Ziggo Dome als gast van het liedjesduo Susan & Freek, waar de hele hal wéér dat Ladada meezong, met zwaaiende armen in de lucht. Claude: ‘Dat gaat gewoon vanzelf bij dat nummer.’ En kijk nu naar zijn eigen concertagenda de komende weken: shows in de grootste poppodia van Nederland en België, allemaal hartstikke uitverkocht.

Snelcursus volwassen worden

Dat noodtempo waarmee hij door de Nederlandse entertainmentindustrie schiet, is best angstaanjagend, zegt hij. ‘Het voelt als een snelcursus volwassen worden, waarbij twee dingen door elkaar lopen. Je ontwikkelt je nog als persoon, als gewoon mens. Maar intussen word je ook in heel korte tijd een artiest, een bekend persoon. Waar best veel druk op komt te liggen.’

Twee jaar geleden had niemand van hem gehoord, al was zijn naam wel opgedoken in het talentencircuit, en het programma The Voice Kids. Hij zong daar een liedje van het Belgische popfenomeen Stromae, dat ook zó snel zó groot was geworden. ‘Een geweldige artiest en een inspiratiebron.’

Claude kwam met zijn aanstekelijke blijmoedigheid en vooral erg innemende zangstem in de kaartenbakken van de talentenscouts terecht, en bij labels en professionele muziekschrijvers. Hij kon twee jaar geleden ineens aanschuiven in de studio van de hitmakers Arno Krabman en Joren van der Voort, die artiesten als Snelle, S10 en Susan & Freek van hun Nederlandstalige oeuvre voorzien.

Samen met hen schreef Claude zijn eerste liedjes, zoals Ladada, steeds in een mooie muziekmix van levenslied en opwindende dancepop. En in een mengtaal van Frans en Nederlands, waarmee Claude al iets onthulde over zijn afkomst. Over een levensverhaal waarmee hij zelf misschien ook nog eens zou kunnen dienen als inspiratiebron.

Ver verleden

Claude werd in 2003 geboren in de Centraal-Afrikaanse republiek Congo-Kinshasa. Hij groeide op in ernstige armoede. Zijn vader was omgekomen in de Congolese burgeroorlog, die woedde tot aan Claudes geboortejaar; hij heeft er weinig herinneringen aan en praat er niet graag over.

Zijn moeder vocht daarna voor haar gezin. Zij besloot dat ze een betere plek moest zoeken en vertrok. Claude bleef tijdelijk achter met zijn drie broers en twee zussen. ‘Ik ben de op een na jongste, dus mijn oudere broers en zus zorgden goed voor me. We stelden ons gerust met het idee dat onze moeder een veilige plek voor ons aan het zoeken was. Dat het voor ons misschien ook beter zou worden, dat we een toekomst zouden krijgen.’

Hij vindt het lastig om over het verre verleden te praten, zegt hij, en hij weegt zijn woorden wat meer. ‘Kijk, het was niet een heel leuke tijd. Het is niet zo dat ik het nu blokkeer of zo, maar... Ik schakel meestal snel over op het positieve. Ik praat liever over hoe het nu gaat. Ik denk dat het een soort lichamelijke reflex is.’

Hij denkt natuurlijk weleens terug aan zijn erg jonge jaren in Congo-Kinshasa. ‘Dan zie ik ook wel de mooie dingen. Het warme weer, het leven op straat, de muziek. We hadden niet veel, maar we hadden wel elkaar. En wát we hadden, deelden we. We trokken veel met elkaar op. Veel mensen hebben er toch een bijzondere levenskracht, ondanks de armoede.’

Het grote onbekende

In 2013 kwamen goede berichten uit Nederland. De kinderen konden hun moeder achterna reizen, richting het grote onbekende. Ze kwamen uiteindelijk terecht in het asielzoekerscentrum van Alkmaar, waar ze de asielprocedure moesten doorlopen. Als Claude hierover begint te vertellen, komen de zinnen weer vanzelf. De herinneringen liggen nu eenmaal dichter aan het oppervlak. Voor de 9-jarige jongen begon in Alkmaar ook het nieuwe leven. ‘Ik heb in het asielzoekerscentrum echt een heel leuke tijd gehad. Ik vond het leuk om de Nederlandse taal te leren. Ik maakte vrienden. Ik genoot van alle activiteiten.’

Het is wel bijzonder, zeg ik, om iemand met zo veel geestdrift te horen praten over de ervaringen in een asielzoekerscentrum. In een tijd waarin steeds vaker op grimmige toon wordt gesproken over asiel, over vluchtelingen en migratie. Claude haalt er een beetje de schouders bij op. ‘Ik zie dat negatieve niet. Zo’n centrum is echt een bijzondere plek, met zo veel cultuurverschillen. Iedereen die er zit heeft natuurlijk het een en ander meegemaakt. Maar veel mensen hebben ook het gevoel dat het nu beter is. Dat het slechter kan.’

Hij was echt niet de enige die het behoorlijk naar zijn zin had in Alkmaar. ‘We leerden elkaar onze taal. Ik leerde van mijn vrienden Arabisch spreken, of Somalisch, of Farsi. We gingen bij elkaar eten, dingen proeven uit andere culturen.’

Hij ziet nog steeds die vrienden van toen. Soms op bijzondere plekken. ‘Ik moest pas een clip opnemen bij een van mijn nieuwe nummers en daar dook ineens een vriend van mij op, uit het asielzoekerscentrum. Hij had zich ingeschreven als figurant voor die clip, zo grappig. Ik zei: huh, wat doe jij hier nou? Gezellig.’

De vriendenclub uit het azc spreekt soms ook nog af, voor een etentje. ‘Een tijd geleden kwamen we weer bij elkaar om samen te lunchen in Alkmaar. Meester Kees, die ons Nederlands heeft geleerd, was er ook bij. Ik keek om me heen en ik dacht: we hebben het gewoon gedaan, we spreken nu allemaal Nederlands. Toen we elkaar leerden kennen, spraken we allemaal een andere taal en moesten we elkaar nog met gebaren duidelijk maken wat we wilden.’

Nederland-ervaring

Hoe hij Nederland nu ziet, na ruim tien jaar Nederland-ervaring? Het eerste wat in hem opkomt: ‘Het is hier veilig. Ik ben pas op vakantie geweest naar Bali en toen ik terugkwam, dacht ik: we hebben het goed hier.’ Ook mooi: ‘De dingen zijn hier goed geregeld. Ja, het is wel een leuk plekje. En ook wel een thuis, ja.’

Minder plezierig? Het pokkeweer. ‘Toen ik hier net aankwam, heb ik het zó koud gehad. Ook in de zomer, dan was het hier 20 graden en zag ik mensen fietsen in een hemd en een korte broek en dacht ik: huh? Ik stond zelf helemaal te rillen van de kou. Ja, ik kom dus uit 40 graden, dan krijg je dat.’

Na het asielzoekerscentrum begon Claude, ondanks die aanpassingsproblemen van de rillerige soort, al snel een doodnormale Nederlandse loopbaan. Hij ging met het hele gezin wonen in Enkhuizen en naar de havo: ‘Ook een geweldige tijd. Het was een fijne school en ik had een heel goede band met mijn leraren. Daarna ging ik hotelmanagement studeren, dat leek me een goede opleiding. Maar dat viel tegen. Ik moest naar Leeuwarden, best ver reizen. En dan hadden we ongeveer één keer in de twee weken een dag les, ik vond dat gewoon heel weinig. Ik miste het dagelijkse ritme: iedere dag in de schoolbanken, lekker studeren. De gezelligheid, mensen om me heen. Dat paste beter bij me.’

Hij stopte met zijn opleiding en ging op zoek naar een andere studie. Maar intussen vond hij ook een baan in de horeca, waar hij tafels bediende en het ook niet kon laten mee te zingen met wat er uit de speakers kwam. Met liedjes van Beyoncé bijvoorbeeld, onmogelijk om stil bij te blijven. ‘De zingende ober’, staat ergens boven een filmpje dat over hem werd gemaakt door een regionale zender. ‘Haha, nee toch? Ik ben echt nóóit zo genoemd.’

Ladada

Maar Claude zong wel degelijk, dagelijks. ‘Ik kan geen vijf minuten zonder zingen.’ En in deze tijd, twee jaar geleden, kwam zijn eerste liedje uit, dat hij mocht maken met die beroemde liedschrijvers na een winst in een talentenjacht. Claude gaf zich op voor de wedstrijd Are You Next, die werd georganiseerd door de videozender Xite en het platenlabel Cloud 9. Hij nam, nog tussen de hotellessen door, een clipje op en stuurde dat in, als bewegend auditiemateriaal. En hij won de talenjacht en dus de hoofdprijs: een opnamesessie met Krabman en Van der Voort.

Hun Ladada werd een enorm succes, een dikke nummer 1-hit die het goed deed in volkscafés, afspeellijsten, popradio en een volle Ziggo Dome.

Wat is dat toch met dat nummer? Waarom haakt het zo vast in je hoofd en gaan die armen steeds omhoog? Hoe kwam dit van de tekentafel? Claude: ‘We maakten onze eerste liedjes bij die eerste sessies, in de studio met deze bekende producers dus, die de muziekmarkt heel goed kennen. Ik kwam daar aan als een soort studentje. En zij zeiden: nou, oké, wat gaan we doen? We hadden helemaal geen plannen, er stond niets op papier. Dus ik zei: ik heb hélemaal geen idee.

‘Toen vroegen ze: wat vind je fijn? Dat vond ik een heel mooie vraag. Want muziek maken is je blootstellen, iets laten zien van je persoonlijkheid. Ik vertelde dat ik thuis vaak gewoon achter de piano ging zitten, een beetje meezingen of neuriën wat er in je hoofd opkomt. Toen zeiden ze: oké, wat leuk, dat gaan we dan nu ook doen. Maar we gingen eerst praten over heel veel dingen, over wat ik had meegemaakt, wat ik mooi vond, noem maar op. Echt heel lange gesprekken.

‘Op een gegeven moment ging Joren achter de piano zitten. Arno pakte een gitaar. Bedenk maar wat, zeiden ze. Doe gewoon je ding, neurie lekker. Ik zat op de bank en ik ging van: na na nanaah, oh hoo. Zij: goed, en kun je dat nu wat harder doen? En kun je nu hardop gaan denken, woorden vastzetten op bepaalde plekken?’ Ik dacht: oké, spannend. Maar toen kwam er natuurlijk wel veel Frans uit, want dat is mijn moedertaal. Frans en Nederlands door elkaar, zoals ik de laatste jaren vaak ook denk. Zij werden daar heel enthousiast van, al werken ze verder altijd in het Nederlands. Dit is wie je bent, zeiden ze. Laten we hierop doorgaan.’

Zo bouwden de producers met de jonge en onervaren Claude aan die eerste liedjes als Vas-y, en later ook zijn doorbraaknummer Ladada. ‘Ik had een vriend meegenomen naar die sessie, omdat alles zo nieuw was voor mij. Die zat echt te kijken van: wat bizar dat hier gewoon iets heel nieuws ontstaat. En dat was het voor mij ook. We waren gewoon iets aan het maken, aan het produceren, vanuit het niets.’

De speelse mengeling van Frans en Nederlands, en ook die herkenbare en wat donkere stem van Claude, maakten zijn liedjes onmiddellijk herkenbaar: een belangrijke voorwaarde voor succes in de pop. ‘Ja, zoals je Ariana Grande direct herkent, of zanger Paskal van Bløf. Dat is toch wel een hoger doel eigenlijk, in de muziek, dat mensen je er direct uitpikken. Zo van: dít is Claude. Ik vind het ook heel fijn dat mensen mijn stem soms ervaren als een warme deken. Dat ik iets kan betekenen met mijn instrument.’

Zware tijden

Dat kan hij, want er zit nog iets raadselachtigs in zijn muziek, in zijn liedjes die je steeds wat op het verkeerde been lijken te zetten. Het nieuwe nummer La Pression bijvoorbeeld, weer een hit in wording, begint met een rustige gitaarslag, een dromerig keyboard en een optimistisch plukkende baslijn. Warm en opgewekt. Maar Claude weeft er best piekerende zinnen doorheen: ‘En ik weet, soms zijn het zware tijden’, zingt hij. ‘En lijkt het op het einde. Mais reste fort, et voilà.

Claude maakt zich zorgen over de wereld, zoals iedereen. En die somberte moet ook een plek krijgen in zijn muziek. ‘Maar niet met vervelende woorden of dingen die kunnen choqueren. Ik denk dat mensen daar geen behoefte aan hebben en het past ook niet bij mij. In La Pression zit ook nog een andere zin, die moet je ook gehoord hebben: ‘Kom omhoog uit de diepte.’ Geef niet op, wil ik zeggen. Hoe slecht het ook lijkt te gaan.’

Claude schreef La Pression na een onrustige nacht. ‘Ik kon niet slapen en lag maar op mijn telefoon te scrollen, naar Instagram te kijken. Er gebeurde zo veel in de wereld – in Congo en Soedan, in Palestina en Israël. Ik zag hoe het aantal doden steeds opliep, iedere keer als ik op mijn telefoon keek. Ik bleef hier maar over nadenken, het was heel onrustig in mijn hoofd.’

De volgende dag meldde Claude zich weer in de studio, op afspraak, voor een nieuwe sessie. ‘Ik zei dat ik niet in de stemming was om een vrolijk liedje te gaan schrijven. Dat was niet hoe ik me voelde op dat moment. Ik heb toen lang gepraat over de toestand in de wereld en wat dit met mij deed. Daar reageerden Arno en Joren heel goed op. Ze zeiden: oké, dan moeten we dit toegankelijk gaan maken, om ook deze gevoelens in een liedje te krijgen.

‘We begonnen te spelen, met die rustige gitaar. Daarna gingen we zingen en het werd echt heel emotioneel. En tegen het einde van het liedje wilden we omschakelen, zo van: het komt altijd goed, er is altijd een uitweg.’ Het werkte niet alleen voor het liedje, maar ook voor het onrustige hoofd van Claude zelf. ‘Ja, het werd ook voor mij een uitlaatklep.’

Warme wolk

Met Kerst gaat hij naar zijn familie, uiteraard. Naar zijn moeder, broers en zussen. ‘Wij zijn christelijk, dus we gaan gezellig samen zijn, maar ook bidden en zingen.’ Voor de wereld, dat mag duidelijk zijn, heeft hij een hartstochtelijke wens. ‘Vrede. Ja, echt, alsjeblieft. Zoals ik eerder al zei: ik kan me flink zorgen maken, in mijn bed liggen piekeren. Maar wij zijn hier, in Nederland. Wij leven door. Dan moet je beseffen dat er mensen zijn die alle vreselijke oorlogen nú aan het beleven zijn, op ieder moment. Bombardementen. Ouders die hun kinderen kwijtraken. Kinderen die hun ouders kwijtraken. Het is gewoon heel intens wat er gebeurt en ik wil dat het stopt.’

Gaan we nu verdrietig uit elkaar en de kou weer in? Natuurlijk niet. ‘Disney zit alweer in mijn hoofd’, zegt hij. En Claude wandelt weg, met een zoveelste liedje van Wicked als een warme wolk om hem heen.

Het album Parler Français van Claude is verschenen bij Cloud 9. Claude treedt 14/12 op in TivoliVredenburg, Utrecht; 20/12: Paradiso, Amsterdam; 22/12: De Roma, Antwerpen. Alle shows zijn uitverkocht.

Cv Claude Kiambe

16 september 2003 Geboren in Congo-Kinshasa.
2013 Naar Nederland, verblijf in het asielzoekerscentrum van Alkmaar.
2017 Winst talentenjacht Enkhuizen met het liedje Uit elkaar van Yes-R.
2019 Deelname tv-programma The Voice Kids, met het nummer Papaoutai van Stromae.
2022 Eerste nummer 1-hit met Ladada (Mon dernier mot).
2023 Optreden festival Eurosonic Noorderslag.
2023 3FM Award voor Beste nieuwkomer.
2023 Optreden op het zomerfestival Paaspop.
2023 Ambassadeur van de Vrijheid, optreden bij het Bevrijdingsconcert op de Amstel in Amsterdam.
2024 Deelname aan het programma Beste zangers.
2024 Debuutalbum Parler Français.
2024 Eigen, uitverkochte clubtournee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next