22 ongedocumenteerden die in de speciale bed-bad-broodopvang in Rotterdam verblijven, moeten voorlopig nog gewoon onderdak krijgen. De rechtbank in Rotterdam vindt dat hun belang zwaarder weegt dan dat van minister Marjolein Faber, die de financiering voor de speciale opvang stopzette.
De zogenoemde bed-bad-broodopvangplekken in verschillende Nederlandse steden krijgen vanaf 1 januari geen geld meer van de overheid. Deze plekken bieden onderdak aan mensen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen en eigenlijk illegaal in Nederland verblijven, maar vaak ook met psychische problematiek of bijvoorbeeld verslavingen kampen. Deze vorm van opvang moet voorkomen dat de mensen op straat belanden.
Minister Faber (Asiel) wil inzetten op terugkeer van deze uitgeprocedeerde mensen en wil niet langer meebetalen aan de bed-bad-broodopvang. Verschillende steden, waaronder Utrecht en Eindhoven, besloten vervolgens zelf de opvang te blijven betalen.
De gemeente Rotterdam besloot de speciale opvang wel stop te zetten. 22 uitgeprocedeerden stapten vervolgens naar de rechter. Die oordeelt nu dat de mensen op straat dreigen te belanden door het sluiten van de bed-bad-broodopvang. Het is ook niet duidelijk waar zij wél terecht zouden kunnen, terwijl "een behoorlijk deel" van deze mensen psychisch of fysiek (zeer) kwetsbaar is, aldus de rechtbank.
En dus moeten de vreemdelingen in Rotterdam ook na 1 januari onderdak blijven krijgen. Dat hoeft niet te gebeuren in de opvang waar ze nu al verblijven; volgens de rechter is het belangrijk dat ze gebruik kunnen maken van een 24 uursbasisopvangvoorziening. Daarbij moeten ze onderdak, voedsel en de mogelijkheid hebben om zich te wassen. De nachtopvang voor daklozen, waar het ministerie ze op wees, is daarvoor niet voldoende.
De rechter benadrukt dat er nog geen algemeen oordeel is geveld over het besluit om niet langer geld te geven aan de bed-bad-broodplekken. Deze zaak was een zogenoemde tijdelijke voorziening, waarbij het mogelijk is om een maatregel aan te vragen in afwachting van een inhoudelijke rechtszaak.
In de rechtszaak over de Rotterdamse opvang wezen ongedocumenteerden bijvoorbeeld op Europese regels op het gebied van mensenrechten als onderbouwing waarom zij nog steeds opvang zouden moeten krijgen. Maar het is aan een andere rechter om dat uit te pluizen.
Minister Faber hoorde donderdag tijdens het debat over de asielopvang in het land over de gerechtelijke uitspraak. De minister zei later met een reactie op de uitspraak te komen.
Ook in andere steden lopen nog soortgelijke procedures. Maandag vond een zitting plaats in de rechtbank in Den Bosch over de bed-bad-broodvoorziening in Eindhoven en woensdag werd in de rechtbank in Utrecht gesproken over de opvang daar.
Source: Nu.nl algemeen