Home

‘Genoeg Syriërs zijn beducht voor wat er komen gaat’

De toekomst van Syrië is met veel vraagtekens omgeven sinds de val van dictator Bashar al-Assad. Correspondent Rob Vreeken ging op zoek naar antwoorden. ‘Succes is niet gegarandeerd.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Dag Rob. Je was de afgelopen week in Syrië. Wat trof je daar aan?

‘Op dit moment ben ik nog in Aleppo. Er is hier erg veel stuk, zeker in het centrum en de oostelijke wijken waar tijdens de burgeroorlog zwaar is gevochten. Hele woonwijken zijn helemaal kapot. Ik spreek hier veel inwoners die blij zijn dat de oorlog voorbij is en het herstel kan beginnen.

‘Toch zijn genoeg Syriërs beducht voor wat er komen gaat. Christenen die ik heb gesproken weten niet goed wat ze kunnen verwachten nu er vrijwel zeker een islamitisch bestuur gaat komen. De vraag is hoe streng dat bewind zal worden. Zo zijn er meer groepen: Koerden, Druzen, Alawieten. Ze hebben allemaal toch gemengde gevoelens over de toekomst.’

Waar maken zij zich zorgen over?

‘De belangrijkste rebellen zijn soennitische moslims. Die zijn ook demografisch gezien in de meerderheid in Syrië. Zelfs wanneer er verkiezingen komen, zullen zij de meerderheid behalen en mogelijk hun wil opleggen aan andere bevolkingsgroepen. De vraag is dus hoeveel ruimte zij laten bestaan voor minderheden.

‘Rebellenleider Al-Sharaa heeft een verzoenende toon aangeslagen richting andere bevolkingsgroepen, maar het moet nog blijken hoe duurzaam dat zal zijn. Bij de Taliban zag je ook dat machthebbers eerst zalvende woorden spraken.

‘Al-Sharaa’s uitspraken zijn voor een deel ook strategisch. Voor de opbouw van dit land en het herstel van de economie is veel internationale steun nodig, ook van westerse landen. Al-Sharaa weet dondersgoed dat hij die steun kan vergeten als hij zich rabiaat opstelt en de rechten van minderheden niet respecteert. In de diplomatieke gesprekken met onder andere de Fransen en de Britten wordt bijvoorbeeld al gehamerd op het belang van vrouwenrechten.’

Je bent al jaren correspondent in Turkije, waar veel Syrische vluchtelingen zitten. Hoe was het om in Syrië te zijn nu dat land op zo’n groot kruispunt in zijn geschiedenis staat?

‘Als journalist is dit een uitermate fascinerende en boeiende tijd. Er zijn ontzettend veel vraagtekens over de toekomst van dit land, dus je wilt met zo veel mogelijk mensen spreken. Alles wat je ziet en hoort is eigenlijk relevant. Dat is voor een verslaggever een heel dankbare situatie. De keerzijde van de medaille is dat ik ook ontzettend veel verwoesting heb gezien. Veel mensen hebben niets meer na jaren van oorlog. Dat is uitermate treurig om te zien.

‘Ik ben ook in landen als Egypte, Libië en Tunesië geweest, toen die in een soortgelijke overgangsfase zaten. In geen van die landen heeft de democratie wortel geschoten. Ik ben heel benieuwd hoe het Syrië zal vergaan. Maar succes is dus niet gegarandeerd.’

Je trok onder meer naar Idlib, de thuisbasis van de rebellengroep van Al-Sharaa. Anders dan elders in Syrië kent dat gebied relatief stabiel bestuur, zo schreef je. Hoeveel hoop biedt dat voor de rest van het land?

‘Het zou natuurlijk mooi zijn als de nieuwe machthebbers dat kunnen regelen voor heel Syrië. Maar het is niet gezegd dat Idlib een model is voor de rest van het land. HTS, de rebellengroep van Al-Sharaa, had het hier in zijn eentje voor het zeggen. Dat is vanuit democratisch oogpunt niet wenselijk. De vraag is dus hoe ze zorgen voor stabiel bestuur en veiligheid op straat, zonder dat op dictatoriale wijze te doen. Dat zal nog heel spannend blijken. HTS heeft niet de dominante rol die ze in Idlib wel hadden.’

Hoe kijken de vluchtelingen in het kamp nabij de Turkse grens dat je bezocht naar alle ontwikkelingen?

‘Er zijn goede en slechte vluchtelingenkampen. Dit was er een van de laatste categorie. Ik sprak met een man die wollen dekens over een plastic zeil had gespannen tegen de kou. Modder stroomt hier zo het kamp in. De mensen hier zijn in de eerste plaats bezig met overleven.

‘Ze zijn natuurlijk wel blij dat er een sprankje hoop op een betere toekomst is, maar hoeveel perspectief zij zelf hebben is onduidelijk. De meeste mensen hebben waarschijnlijk geen huizen om naar terug te keren, en geen geld om iets nieuws te bouwen of te huren. Ik sprak een man die al acht jaar in dit kamp zit, in dezelfde tent op dezelfde plek, zonder inkomen. Die zit hier voorlopig nog wel even.’

Dat zal voor meer Syriërs gelden, ook de mensen die nog in het buitenland verbijven.

‘In Turkije hebben de meeste Syriërs een woonruimte. Ze kunnen onderwijs krijgen en hebben recht op gezondheidszorg. Dat zou je op moeten geven om terug te gaan naar plekken die soms volledig in puin liggen. Aan collega’s stuurde ik al een foto van een totaal verwoeste wijk, met daarbij de cynische tekst: ‘Syrië is weer veilig’. Voor veel vluchtelingen in het buitenland is het afwachten hoe de nieuwe regering zich ontwikkelt. Geef ze eens ongelijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next