‘Kiss my ass’, zegt de tatoeage net boven zijn bilspleet. Waarom? Omdat hij zijn verleden eindelijk achter zich wil laten.
De confrontatie aangaan met het verleden, dat hebben broers Paul en Paul(tje) eigenlijk nooit gedaan. Maar ja, de broers hebben dan ook wat te stellen gehad. ‘Een rare familie’, noemt Paultje het. Zijn vader vergreep zich aan zijn eigen dochter (en dus de zus van Paul), en daaruit werd Paultje geboren. En alsof dat nog niet heftig genoeg is, was diezelfde vader ook nog een SS’er die in Auschwitz werkte.
Aan het begin van de schitterende documentaire Paul en Paultje (donderdagavond te zien op NPO 2 en NPO Start) komt Paultje vrij uit de gevangenis. Waarom hij daar zat, wordt nooit duidelijk. Hoeft ook eigenlijk niet, want de film van Hugo Drechsler draait toch vooral om de relatie tussen de twee broers. Paultje is vrijgelaten omdat hij gedialyseerd moet worden. Zijn nieren zijn naar de klote, en als hij niet ingrijpt, is hij binnen een week dood.
Hij kan nergens heen, en oudere halfbroer (en oom) Paul staat bepaald niet te springen om Paultje in huis te nemen. Een bakkie thee kan hij krijgen, maar verder mag-ie niet komen. ‘Kijk maar waar je ken slapen, het park is groot genoeg.’ Uiteraard blijkt dat in praktijk net even anders te gaan, want ja: het blijft toch familie. Maar soepel loopt het niet: als Paultje per ongeluk mini-tompoezen koopt in plaats van de gewone, is er meteen mot.
Toch voelt vooral Paultje een diepe behoefte om dichterbij te komen, om eindelijk eens te praten over dat vreselijke verleden. Paultje wil zó graag, maar Paul is geen man van reflectie. ‘Waarom moet ik iets laten merken? Wat schiet dat wat op dan?’ En als Paultje vertelt dat hij naar de psychiater gaat, en Paul uitnodigt om mee te gaan, wordt hij weggehoond: ‘Even je levensgeschiedenis vertellen, ze kunnen me wat.’
Drechsler registreert in bezwerend zwart-wit en prachtig statische shots, en geeft ons daarbij nooit te veel uitleg of achtergrond. De kleine gebaren vertellen het hele verhaal. Paul en Paultje hadden in minder begaafde handen misschien snel kunnen verworden tot Man bijt hond-typetjes, maar worden in deze prachtfilm getroebleerde figuren van wie je als vanzelf gaat houden. Veel scènes hadden iets slapstickachtigs kunnen krijgen – zoals de geweldige scène waarin Paultje een verjaardagsfeest organiseert voor zijn broer, inclusief zanger – maar in Paul en Paultje komen ook die scènes altijd met een flinke scheut warme, bloedmooie tragiek.
En zie uiteindelijk maar eens níét emotioneel te worden, als de twee broers dan eindelijk een moment van genegenheid delen (‘Niemand mot ‘m, maar hij is wel m’n broer’ ). Paul en Paultje is op de valreep een van de mooiste documentaires van het jaar.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie en is eens in de vijf weken tv-recensent.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant