De Israëlische inname van de bufferzone kon internationaal op veel kritiek rekenen. Onterecht, vinden sommige NU.nl-lezers. Want Turkije bemoeit zich toch ook al langer met Syrië? En hoe zit het dan met de Amerikaanse troepen daar? NU.nl sprak met drie experts.
Over één ding zijn de drie deskundigen het meteen eens: wat Israël op het moment in Syrië doet - het innemen van de bufferzone bij de Golanhoogten onder het mom van zelfverdediging - is in strijd met het internationaal recht.
"Dit is juridisch niet in de haak", zegt Henri de Waele, hoogleraar Internationaal en Europees recht. "Wat Israël eerder heeft gedaan met de Golanhoogten en nu met een stuk van Syrië, mag niet van het internationaal recht", zegt ook Marcel Brus, hoogleraar Internationaal Publiekrecht.
Wil je het onderbouwen om een land in te vallen, dan moet je eerst kunnen onderbouwen dat er sprake is van dreiging vanuit dat land. "Maar er waren geen aanvallen vanuit Syrië op Israël", zegt Brus. "En Israël bombardeert nu militaire doelen, schepen, wapenopslagplaatsen en vliegvelden."
Het land zegt daarmee te voorkomen dat er dreiging vanuit Syrië richting Israël komt. "Maar preventieve zelfverdediging is vanuit internationaal recht niet toegestaan", merkt Brus op. "Er is geen enkele grond waarop Israël die inval kan onderbouwen."
Hoe zit dat met Turkije? Dat viel in januari 2018 Noord-Syrië binnen en voerde vanaf dat moment meerdere grondoffensieven uit. Daarnaast heeft Turkije meerdere bufferzones in Syrië gecreëerd.
"Je moet nagaan of er voor Turkije volgens het internationaal recht een reden is waarom het land zich in Syrië met het conflict kan bemoeien", zegt Brus. Dat kan dus als Turkije direct wordt aangevallen vanuit Syrië, of als de Syrische regering om steun heeft gevraagd. "Ik denk dat die juridische grondslag voor Turkije heel dun is."
De acties van Turkije zijn dus "in elk geval dubieus te noemen", zegt ook De Waele. Het is internationaal rechterlijk 'toegestaan' voor een land om troepen in een ander land in te zetten wanneer dat land erom vraagt. Of om dat land op uitnodiging te steunen in een gezamenlijke actie uit zelfverdediging. Maar wanneer de regering daar niet om verzoekt, kun je vraagtekens zetten bij zulke bemoeienis.
Dat geldt voor Turkije, maar ook voor de aanwezigheid van Amerikaanse troepen. "De VS is op verschillende momenten en op verschillende manieren in het Midden-Oosten actief, dus iets algemeens zeggen wordt moeilijk", zegt De Waele.
Wat wél duidelijk is: de afgezette Syrische president Bashar Al Assad heeft ze niet uitgenodigd. "Het is daarom een beetje linke soep van de Amerikanen om rechtstreeks de oppositie te steunen", vervolgt hij. En het gaat niet alleen om de directe inzet van de luchtmacht, maar ook om het leveren van materiaal of advies: "Ook dat is op zich discutabel."
Maar, merkt Gerard Jonkman namens kenniscentrum The Rights Forum op, de VS en Turkije zijn zeker niet de enige die zich met het land bemoeien. "Syrië is op dit moment een schaakbord waar minimaal vijftien tot twintig partijen met een potje schaak bezig zijn." Kortom, een chaos. "Iedereen heeft zijn eigen belangen en spelregels."
Al die landen oefenen een redelijke invloed op bepaalde aspecten in Syrië uit: of militair, of financieel, of politiek. Denk aan Iran, Rusland, Qatar, Saoedi-Arabië of Irak. Die bijdragen gaan juridisch misschien niet meteen een grens over. "Maar met steun wordt al invloed gekocht", zegt Jonkman. "Dan is de vraag al: moet je dat willen?"
Source: Nu.nl algemeen