De Spaanse regisseur Pedro Almodóvar (75) worstelt met de dood en zijn eigen sterfelijkheid. In The Room Next Door kijkt hij het beest in de bek door de ogen van de hoofdpersonen. ‘Optimisme is een houding die je jezelf kunt aanmeten, juist in duistere tijden.’
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Een interview met Spaanse grootmeester Pedro Almodóvar (75) is een meertalige ervaring. Zoveel wordt vrij snel duidelijk in het videogroepsgesprek dat eind oktober met hem is georganiseerd om wat journalisten te woord te staan over The Room Next Door, zijn eerste Engelstalige film, die begin september de Gouden Leeuw won voor beste film op het filmfestival van Venetië.
The Room Next Door is in veel opzichten een euthanasiedrama, maar dan op z’n Almodóvars. Julianne Moore speelt bestsellerschrijver Ingrid, die in contact komt met oude vriendin en collega Martha (Tilda Swinton). Die laatste blijkt terminaal ziek te zijn, en heeft een bijzonder verzoek voor Ingrid: of zij haar misschien een paar maanden wil vergezellen tot het einde?
Natuurlijk, er zijn nog talloze behandelingen mogelijk om de boel wat te rekken, maar de kwaliteit van leven zal gestaag verdwijnen. En wat heeft het eigenlijk nog voor zin, als ze straks niets meer kan en door die behandelingen niet eens meer de kracht zal hebben om te lezen of leven?
Nee, dan liever het einde in eigen hand houden. Martha heeft al een middeltje besteld om er op korte termijn een einde aan te maken, maar zoekt vooral nog wat gezelschap en plezier, omdat ze wil terugblikken op alles wat ze heeft gedaan en gelaten in het leven. Andere vriendinnen durven het niet aan, maar Ingrid – die zelf een diepgewortelde angst heeft voor de dood – besluit Martha uiteindelijk toch bij te staan, omdat ze haar vriendin een goede dood gunt.
Grote thema’s dus, en dan moest Almodóvar ook nog regelmatig schakelen tussen talen, voor zijn eerste lange Engelstalige film. Hoewel hij het Engels goed beheerst, uit hij zich naar eigen zeggen prettiger in het Spaans.
Toch valt Almodóvar ook tijdens het gesprek vaak terug op het Engels, vooral wanneer de ingehuurde tolk zijn woorden niet helemaal naar wens vertaalt. Een zekere wanhoop wordt gaandeweg langzaam zichtbaar bij de arme tolk.
Als je zelf maar weet hoe je je precies wilt uitdrukken komt alles goed, wil Almodóvar maar zeggen. ‘De gebaren, de interpretaties en de toon die ik wens van de actrices, die veranderen niet per se door een andere taal. Natuurlijk is het wel even spannend, maar als ik de dialogen tijdens het repeteren voel in mijn hart, zit er nauwelijks verschil tussen al die talen.’
Tijdens het schrijven van de film herkende Almodóvar zich naar eigen zeggen vooral in Ingrid, de door Moore gespeelde schrijver die een diepe angst heeft voor alles wat raakt aan sterfelijkheid. ‘Voor mij is het accepteren van sterfelijkheid net zo moeilijk als voor Ingrid. Ik benader de dood zelfs nu ik ouder ben met de grootst mogelijke angst.’
Om te begrijpen waar die angst voor de dood vandaan komt, moeten we volgens Almodóvar terug naar zijn jeugd. Want de mensen die hem ‘hadden kunnen beïnvloeden’ in het denken over de dood, deden dat vooral op een negatieve manier. Hij refereert aan de priesters op zijn katholieke school, door wier gedrag hij op zijn 10de niet meer wilde geloven in God.
‘Katholieken vinden vaak steun in hun geloof als de dood om de hoek komt kijken, maar dat comfort heb ik nooit echt gehad. Geloof is een geschenk, niet iets wat je zomaar kunt aanschaffen voor jezelf.’
In zijn geboortedorp in de regio La Mancha was het ook moeilijk om te praten over de dood of sterfelijkheid, omdat dit in de jaren vijftig en zestig toch vooral iets was wat vrouwen deden. De rituelen, het uiten van gevoelens, het nadenken over de dood: dat was in die omgeving volgens Almodóvar niet iets wat ‘werd besproken met het mannelijke nageslacht’.
Toch bracht het maken van The Room Next Door Almodóvar uiteindelijk wel degelijk dichter bij zijn gevoelens over de dood, en liet het hem wennen aan het idee van sterfelijkheid.
‘Ik geloof bijvoorbeeld helemaal niet in het idee van reïncarnatie, maar wilde dat wel heel graag in de film stoppen, in de vorm van de sneeuw die we zien in de slotscène. Uiteindelijk vond ik de meeste inspiratie in het personage van Julianne. Zij vindt het heel moeilijk om geconfronteerd te worden met de dood, maar door Tilda’s personage leert ze juist hoe ze het leven kan vieren.’
Almodóvar spreekt in dat kader van een soort ‘plicht tot optimisme’, juist op de momenten dat alles zwaar of uitzichtloos dreigt te worden. In de film komt dat mooi tot uiting in een door John Turturro gespeelde professor, een ex van zowel Ingrid als Martha, die de hoop volledig heeft opgegeven. Hij geeft voortdurend lezingen over de gevolgen van klimaatverandering en neoliberalisme, en heeft daardoor nul vertrouwen in de toekomst van mensheid en planeet.
Almodóvar wilde het wereldbeeld van die ‘grumpy guy’ laten contrasteren met Ingrid, die door Martha juist leert dat je ook op de donkerste momenten meer kan hebben aan wat hoop en optimisme. ‘Zelfs in tijden van de apocalyps kunnen er kleine momenten zijn van vreugde, en dus moet je daar júíst aandacht aan besteden.’
Hij refereert aan de ‘donkere tijden’ voor de democratie, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. ‘Overal ter wereld rukken fascisten op die de democratie proberen aan te vallen. Maar ik leef volgens het idee dat we die krachten kunnen tegengaan door het leven zo veel mogelijk te vieren.’
Almodóvar doelt hier zowel op het fascisme als op de dood: ‘Als we maar blijven vieren, hebben die vijanden of slopers van de democratie niet de mogelijkheden om het leven te vernietigen, hoezeer ze dat ook proberen.’ Tegen de tolk: ‘Maar eigenlijk houd ik ook weer helemaal niet van het woord ‘vijanden’. Jammer dat we daar geen ander woord voor kunnen verzinnen.’
Even later voegt hij toe: ‘Het is wel een beetje een pose, een houding om niet te veel te vervallen in pessimisme. Optimisme is niet alleen een manier om weerstand te bieden, maar ook iets dat kan helpen om een nare situatie makkelijker te maken. In Spanje is de politieke situatie enorm gepolariseerd en gespannen. Als je zelf vrolijk probeert te zijn, kan die ergernis afnemen. Optimisme is een houding die je jezelf kunt aanmeten, juist in duistere tijden, en dat is wat Martha in deze film ook doet.’
Maar wanneer de tolk het woord ‘pose’ probeert te vertalen als een vlucht of ontsnappingspoging, grijpt Almodóvar toch even in, in het Engels: ‘Het is wel degelijk een slimme, intelligente pose, omdat je iets probeert te verzachten dat verschrikkelijk en wanhopig is.’
Uiteindelijk werkte dat in de film ook door in het kleurenpalet. Almodóvar staat sowieso bekend om zijn expressieve kleurgebruik, maar hield zich voor deze film naar eigen zeggen wat meer in dan normaal. Toch mocht het ook weer geen film worden die ‘te donker of sober’ zou worden.
‘De film moest juist barsten van licht en levenslust, omdat dat ook symbool staat voor Martha die in haar confrontatie met de dood juist enorm veel levenslust en vitaliteit vindt. Zo moet je haar beslissing om euthanasie te plegen uiteindelijk ook zien: het is een daad van vrijheid. Ze kiest voor een waardig einde, om het leven af te ronden op een moment waarop de kwaliteit van leven nog net goed genoeg is. Die levenslust moet overkomen in de kleuren, meubels en locaties. Een dood die niet sober is, maar juist barst van het leven.’
Hoewel de ‘finish’ voor Almodóvar naar eigen zeggen nadert, blijft de regisseur zelf het liefst vooruitkijken. Hij werd dit jaar 75, en voelt nog altijd veel meer de behoefte om vooruit te kijken dan terug te blikken op alles wat is geweest.
‘De ene film is een groter succes dan de andere, maar ik ben blij dat ik altijd heb kunnen werken in vrijheid. In zekere zin maakt het niet uit wat ik heb gedaan, het gaat erom wat ik nu doe en nog ga doen. Soms moet ik mezelf er echt toe zetten om stil te staan bij wat ik al heb gedaan. Er zijn prachtige dingen gebeurd in die 44 jaar dat ik films maak, maar het spijtige is dat ik daar nooit aandacht aan besteed. Ik hoop dat ik op een dag een fan kan worden van mijn eigen werk, het zelf kan analyseren, en dat ik voortaan word vergezeld door de dingen die ik heb gedaan in het verleden.’
Almodóvar denkt even na, en besluit dan vrolijk: ‘Maar mijn reis is nu toch vooral gericht op het nu en de nabije toekomst, en ook alweer op wat daarna komt. Ik ben al bezig met mijn volgende film, gewoon weer in het Spaans, en met die film erna. Maar misschien klinkt het een beetje hysterisch hoor, want volgens mij is het best gezellig om af en toe in het verleden te leven.’
We willen graag weten wat de Volkskrant-lezers de beste films en series van 2024 vinden. Ga naar volkskrant.nl/stemmen en kies uw favorieten. De stembus sluit woensdag 1 januari om 23.59 uur. De uitslag staat 8 januari op volkskrant.nl en 9 januari in katern V.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant