Er zijn vaker natuurvergunningen vereist voor projecten die een negatief effect op de natuur kunnen hebben. Ook worden de eisen voor die vergunningen strenger. Dat is het gevolg van twee uitspraken die de Raad van State vandaag heeft gedaan.
Vergunningen die in het verleden zijn verstrekt, verliezen door de uitspraak deels hun geldigheid als de vergunninghouder andere activiteiten wil ontplooien. "In het verleden zijn soms ruime vergunningen verleend voor activiteiten die leiden tot stikstofdepositie op natuurgebieden", zegt hoogleraar bestuursrecht en duurzaamheid Kars de Graaf van de Rijksuniversiteit Groningen.
"Tot nu toe was er zonder nieuwe vergunning veel mogelijk als de nieuwe of gewijzigde activiteiten binnen de 'ruime jas' van je bestaande vergunning bleven. Vanaf vandaag kun je bestaande rechten niet langer ongebreideld inzetten om stikstof op de natuur te deponeren."
Een voorbeeld: stel, een veehouderij heeft een vergunning voor vier stallen, maar heeft er maar drie in gebruik. Tot en met gisteren mocht die veehouderij binnen de bestaande vergunning een vierde stal in gebruik nemen. Vanaf vandaag is dat zonder vergunning verboden.
Centraal in de uitspraak staat het begrip 'intern salderen'. Dat wil zeggen dat als een bedrijf dat al stikstofdepositie veroorzaakt een nieuw project wil beginnen waarbij ook stikstof vrijkomt, dit werd weggestreept tegen de uitstoot op de bestaande locatie. Dat mag nu niet meer als daarvoor geen vergunning is verleend.
De uitspraak heeft ook gevolgen voor activiteiten die vanaf 1 januari 2020 zijn gerealiseerd. Als indertijd op basis van dat 'intern salderen' is geconcludeerd dat een vergunning niet nodig is, dan moet nu alsnog worden beoordeeld of een natuurvergunning kan worden gegeven. Die vergunningen moeten uiterlijk 1 januari 2030 in orde zijn.
"In de praktijk betekent deze uitspraak dat veel bedrijven, maar ook andere activiteiten zoals woningbouwprojecten, alsnog een natuurvergunning nodig hebben," zegt stikstofadvocaat Liesbeth Berkouwer.
"Het is de vraag of ze die kunnen krijgen omdat de regels voor die vergunningen sinds vandaag ook strenger zijn geworden. Of een natuurvergunning verleend kan worden hangt af van de eerder verleende vergunning. Verder speelt soms een rol of die eerdere vergunning ook feitelijk is benut."
Hoogleraar De Graaf noemt de uitspraak impactvol. "Vanuit het perspectief van natuurbescherming zeg ik ook: dit was nodig. In het verleden zijn er veel rechten uitgegeven om stikstof uit te stoten en ondertussen gaat de natuur verder achteruit. Ik vind het verstandig dat die rechten niet meer onbeperkt kunnen worden ingezet."
Hoeveel bedrijven en activiteiten worden getroffen door de uitspraak is onbekend. De Raad van State doet daar zelf geen uitspraken over en ook Berkouwer en De Graaf kunnen geen schatting geven van het aantal getroffenen.
Vanaf 2015 ging de Nederlandse overheid ervan uit dat stikstofneerslag in de toekomst zou afnemen, en daarom mochten bedrijven alvast uitbreiden. Dat was geregeld in Programma Aanpak Stikstof. Maar in 2019 bepaalde de Raad van State dat dat programma niet deugde en in strijd was met Europese regelgeving.
Advocaat Berkouwer: "Het is geen tweede PAS, maar dit is een stevige koerswijziging en een bommetje zo vlak voor de kerst. In veel gevallen kan het echt een opgave worden om de natuurvergunning netjes op orde te krijgen."
Binnenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws