In de Tweede Kamer neemt ook vanuit coalitiepartijen VVD en NSC de druk op het kabinet toe om de koers van ‘stille diplomatie’ jegens Israël te wijzigen. ‘De gebruikte methodes hebben niet tot het gewenste resultaat geleid’, constateerde Eric van der Burg (VVD) woensdag.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Van der Burg sprak daarmee over het uitblijven van een staakt-het-vuren en de blijvende moeilijkheden met het doorlaten door Israël van humanitaire hulpgoederen tot Gaza. Minister Caspar Veldkamp (NSC) van Buitenlandse Zaken moet de druk richting Israël opvoeren. ‘Tot nu toe hebben we de minister veel ruimte gegeven, maar het wordt steeds lastiger om die lijn te blijven volhouden.’
Van der Burg verwees onder anderen naar premier Dick Schoof, in een debat voorafgaand aan de EU-top: ‘Stille diplomatie heeft volgens premier niet geleid tot resultaten die met ons gedeeld kunnen worden.’
In datzelfde EU-debat legde Pieter Omtzigt (NSC) de premier op de pijnbank inzake de verplichting van Nederland om genocide te voorkomen. ‘Met de tussenuitspraak van het Internationaal Hof is er aanleiding om te denken dat dat (genocide, red.) in Gaza zou kunnen gebeuren. Wat doet de Nederlandse regering om zich ervan te vergewissen of er wel of geen genocide plaatsvindt?’
Omtzigt zei dat deze verplichting volgt uit het Genocideverdrag van 1948, en verwees daarbij naar een uitspraak van het Hof van Justitie in 2007 (in de zaak Bosnië tegen Servië).
Schoof kon de vraag niet beantwoorden, maar zei schriftelijk te zullen terugkomen op de kabinetsvisie op de Nederlandse verplichtingen terzake, ook in het kader van het Statuut van Rome (dat de grondslag legde voor oprichting van het Internationaal Strafhof). Omtzigts partijgenoot Isa Kahraman herhaalde woensdagavond dat het kabinet ‘al het mogelijke’ moet doen om humanitaire hulp in Gaza te krijgen en ‘te voorkomen dat genocide of misdaden tegen de menselijkheid gepleegd worden’.
Vervolgens kreeg Kahraman het met de hele linkse oppositie en de VVD aan de stok toen hij, in een poging Wilders’ reis naar Israël en de bezette gebieden goed te praten, de vergelijking maakte met de recente reis van Tweede Kamerleden naar Taiwan, ‘alhoewel dat geen kabinetsbeleid is’. Jan Paternotte (D66) concludeerde dat Geert Wilders met zijn reis de rechtsstaat ondermijnde, en dat Kahraman zijn aankondiging vooraf, dat hij de PVV-leider hierop zou aanspreken, niet had uitgevoerd. ‘Zwak, zwak, zwak.’
Hoewel de kritiek vanuit twee coalitiepartijen toeneemt (de BBB en de PVV waren afwezig tijdens het debat, de laatste partij wegens ziekte), blijft de afstand met de linkse oppositie groot. Want ook al nadert voor de VVD ‘het moment om de strategie te veranderen’, Van der Burg wilde niet vooruitlopen op welke drukmiddelen dan zouden moeten worden ingezet tegen de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu.
Het regende vanuit de oppositie suggesties hoe dat wel zou kunnen: een economische boycot, een algeheel wapenembargo, ‘Netanyahu op de sanctielijst en het EU-associatieverdrag met Israël door de shredder’ (Denk). Het voorzichtigste voorstel tot vergroten van de druk op Israël kwam van Derk Boswijk (CDA), in een pleidooi om de EU-buitenlandchef Kaja Kallas te vragen om een ‘evaluatie van Art. 2 van het Associatieverdrag’ (waarin respect van de betrokken partijen voor mensenrechten is vastgelegd).
Maar minister Veldkamp vond het ook daarvoor nog te vroeg. Veldkamp noemde de situatie in Gaza ‘verschrikkelijk’ (Schoof noemde het dinsdag ‘catastrofaal’). Hij uitte kritiek ‘op de wijze waarop Israël de strijd voert’ en toonde zich ‘zeer bezorgd’ over berichten die hem daarover bereiken. ‘Tegen Israël zeggen we: democratieën vechten anders. Daar blijven we ze op wijzen. Als Israël elementen van het generaalsplan uitvoert (gericht op de verwijdering van alle Palestijnen uit Noord-Gaza, red.), is sprake van schending van mensenrechten. Het liefst zou ik een internationale commissie daarnaar onderzoek zien doen. Dat is afgelopen jaar niet van de grond gekomen.’
Veldkamps verdediging van pogingen ‘als klein landje aan de Noordzee’ om humanitaire hulp in Gaza te krijgen, een staakt-het-vuren te bereiken en de gijzelaars vrij, en zijn afwijzing van de krachtiger stellingname van landen als Noorwegen en Ierland, stuitte op scherpe kritiek van Kati Piri (GroenLinks-PvdA) en andere partijen (volgens Volt zit Veldkamp ‘blind in een tunnel’ en bewandelt hij ‘absoluut de verkeerde route’).
Piri vroeg de minister of hij zich kon voorstellen dat mensen ‘woest’ worden van de ‘dubbele maat’ die het kabinet toepast door over de hele wereld mensenrechtenschendingen te bekritiseren, maar dit in Israël afhankelijk te maken van een toekomstig oordeel van een Internationaal Hof. De oppositie hekelde ook Veldkamps uitspraak dat hij ‘niet wil proclameren maar engageren’ en verweet Veldkamp dat zijn analyse van de situatie niet klopt: ‘De inzet van het kabinet is niet alleen niet effectief, maar ook de analyse klopt niet’, zei ze. ‘Want Netanyahu is de man door wie heel veel van deze dingen (staakt-het-vuren, humanitaire toegang tot Gaza, vrijlating gijzelaars, red.) niet gebeuren. Vindt de minister nou echt dat zijn beleid het beste is?’
Veldkamp antwoordde dat hij de keuze van Noorwegen en Ierland respecteert, ‘maar ik maak tot nu toe een andere keuze’.
De Kamer kwam er in vier uur niet uit en in goed overleg werd besloten het debat voort te zetten in het nieuwe jaar. Dan staat ook de kabinetsreactie op het recente rapport van Amnesty, dat Israël van genocide beticht, op de agenda.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant