Home

Knokploegen markeren de overgang van orde naar geweld, het recht van de sterkste

Het begint met knokploegen. Die gaan vaak aan het recht van de sterkste vooraf. Met ploertendoders en knuppels helpen ze dat recht te vestigen. Ze organiseren zich op gefluisterde afspraken in geheime ruimtes, de wet heeft nog zeggingskracht. Maar wanneer zij ten tonele verschijnen, is het centrale gezag vaak al zo aangetast dat het niet meer effectief kan optreden tegen het klimaat van sinister geweld.

Knokploegen zijn een teken van sociaal-maatschappelijke desintegratie, ze markeren de overgang van orde naar geweld. Ze brengen ‘de agitatie van verhitte straten, van opgejaagde menigtes, van mensen die bang zijn voor de politieke tegenstander’ – zo beschrijft Gabriele Tergit in 1932 de naziterreur in een van haar fameuze rechtbankverslagen (verzameld in het prachtige Over de lente en de eenzaamheid).

Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het begint met een knokploeg, het eindigt met oorlog, noteert Tergit diezelfde dag. ‘De staat heeft de terreur de vrije loop gelaten, jarenlang, legde die geen strobreed in de weg, men mocht dreigtirades houden, burgeroorlogstroepen bijeenroepen, men mocht vredelievenden zowel als niet-vredelievenden met terreur bedreigen, moord verheerlijken, er mochten twee soorten recht worden geproclameerd, voordat de staat ingreep. Nu worden zowel het recht als de staat met de volle scherpte van de wet vernietigd.’

Soms gaan knokploegen aan het recht van de sterkste vooraf, soms helpen ze die macht juist in het zadel te houden. Ik zag ze in de nadagen van de eerste termijn van Donald Trump, toen die zich met zijn nagels aan de macht vastklampte: Proud Boys en Oath Keepers in de straten van Washington, gekomen om amok te maken.

Ik had de onkreukbare democraat Barack Obama geïnterviewd in de danszaal van een hotel, buiten trokken rechts-radicale, paramilitaire gangs door de straten, klaar om de democratie te vernietigen. De kwade stank van racisme, misogynie en Jodenhaat sloeg van ze af. Gehuld in kaki en zwart dook een gemaskerde militie op uit de donkerte van een ondergrondse parkeergarage, een griezelig gezicht; de onderwereld braakte haar heerscharen uit.

Het was november 2020, twee gistende maanden later zouden ze het Capitool bestormen.

Chaos is het middel en het doel van zulke milities – daarom is in de stichtingsfase van een autoritair regime hun aanwezigheid noodzakelijk. Later, als het regime stabiliteit zoekt, moet het ermee afrekenen, zoals er met de SA werd afgerekend gedurende de Nacht van de Lange Messen. (Die benaming is een geval van tijdsverdichting, de Nacht duurde in werkelijkheid een weekeinde lang.)

Nu duiken er knokploegen op in de straten van Tblisi, de titoesjki, nauw geaffilieerd met de veiligheidsdiensten en Georgische Droom, de regeringspartij die met Russisch gefinancierde verkiezingsfraude de macht behield. Ze vallen betogers en journalisten aan. Ook gedurende Euromaidan waren titoesjki actief, in hun hooligan-uniform van sportjacks en sneakers, zij aan zij met de ordetroepen – niet de enige reden waarom de protesten in Georgië aan die episode doen denken.

Zo gaat dat vandaag de dag toe op het oude continent dat zucht tussen twee kwaden: een terugtrekkend Amerika en een oprukkend Rusland. We bevinden ons in het voorportaal van een nieuwe grote oorlog, waarschuwen onze generaals, en Mark Rutte, uit zijn nietszeggende schulp gekropen, zegt het hen na. Mijn dochters zien het nieuws en luisteren naar Rutte en vragen: ‘Wordt het echt oorlog?’

De oudste droomt luchtalarm.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next