In het noordwesten van Syrië leven mensen al jaren onder het gezag van de HTS, dat nu het hele land gaat leiden. Dat lijkt ordelijk en in relatieve vrijheid te verlopen, ziet correspondent Rob Vreeken ter plekke. ‘Van onze lokale partners hoor ik dat je ’s avonds gewoon naar buiten kunt.’
is correspondent voor de Volkskrant. Om een idee te krijgen wat Syrië de komende jaren te wachten staat, reisde hij naar de provincie Idlib, waar HTS sinds 2017 de dienst uitmaakt.
Hoe gaat het nieuwe Syrië eruitzien? Het antwoord is misschien wel te vinden in Idlib, de provincie die al zeven jaar wordt bestuurd door de opstandelingen van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de miraculeuze winnaars van de burgeroorlog. En een deel van het antwoord is te vinden in het Al Shifa-ziekenhuis, het enige nog functionerende in Idlib, sinds het andere ziekenhuis begin december op de valreep werd getroffen door Russische bommen.
‘We hebben gebrek aan alles’, zegt orthopedisch chirurg Mahmut Saleme. Hij heeft het in de eerste plaats over medicijnen, apparatuur en medische hulpmiddelen. Het ziekenhuis maakt een afgeleefde indruk; roestige bedden met gehavende matrassen.
Op een daarvan ligt de 5-jarige Taim. Hij heeft vleeswonden, een gebroken rechteronderbeen en een gezicht vol zwarte brandplekken. Angstig kijkt het jongetje vanonder zijn groezelige wollen deken naar de volwassenen rond zijn bed. Ook dat is het nieuwe Syrië: een bevolking die moet herstellen van oorlogswonden en psychische trauma’s.
Het ‘gebrek aan alles’ van chirurg Saleme geldt evenzeer voor het hele land. Het nieuwe Syrië ligt in puin, na dertien jaar oorlog. Autoritten door de provincie Idlib en rond de stad Aleppo laten daar geen twijfel over bestaan; elders in het land is het niet anders. Hele dorpen en stadswijken zijn kapotgeschoten. Op z’n best staan er betonnen geraamten overeind. Geen sterveling te zien.
De nieuwe machthebbers staan voor een enorme opgave. Meer dan veertien miljoen vluchtelingen en ontheemden kunnen pas fatsoenlijk naar huis terugkeren als er inderdaad een huis is. Meestal is daarvan geen sprake. Voor wederopbouw is iets van een economie nodig, waarvan ook amper sprake is, plus enige stabiliteit. Ook dat ontbreekt in delen van het land waar concurrerende, soms maffiose rebellengroepen de dienst uitmaken.
Hier in Idlib is dat totaal anders. In de noordwestelijke provincie is het veilig op straat, zo stelden waarnemers al ruim vóór de machtsovername vast. Gesprekken de afgelopen dagen met burgers en hulpverleners bevestigen die indruk. HTS heeft andere opstandelingengroepen uitgeschakeld dan wel opgeslokt. De HTS-leider Ahmed al-Sharaa, die tot voor kort de strijdnaam Abu Mohammad al-Jolani gebruikte, heeft de zaken goed op orde.
Al spoedig na de oprichting in 2017 van HTS (een gematigde afsplitsing van Al Qaida) werd in Idlib een civiel bestuur gevormd, de Syrian Salvation Government, bestaande uit technocraten. Elf ministeries telt de ‘regering van redding’, van Justitie tot Landbouw en Gezondheid.
Achter zijn bureau in het glimmend nieuwe ministerie van Media hecht woordvoerder Mohammed el-Esmar eraan vooral de uitdagingen te schetsen waar Syrië voor staat: de ingestorte economie, verwoeste steden, miljoenen ontheemden in kampen. ‘Dat heeft nu prioriteit.’
Voor gevoelige politieke vragen zou hij graag een interview met ministers regelen, maar dat gaat nu lastig. Ze zijn alle elf naar Damascus vertrokken. Daar vormen ze de kern van de interim-regering die Syrië de komende drie maanden gaat besturen. Interim-premier is Mohammed el-Bashir, tot voor kort voorzitter van de Salvation Government in Idlib.
Wordt El-Bashir dus de machtigste man van het land? Nee, dat is zonder twijfel HTS-leider Sharaa – een herhaling van de verhoudingen die golden in Idlib. ‘De Salvation Government werd door HTS gevormd als een puur bestuurlijk lichaam’, zegt Aso Dzay, coördinator voor Noordwest-Syrië van de Nederlandse Stichting Vluchteling.
Dat gebeurde om legitimiteit te krijgen bij de bevolking en om met internationale partijen te kunnen werken. HTS staat immers nog steeds te boek als terroristisch. ‘Maar de echte macht lag bij HTS. Sharaa had het voor het zeggen.’
Stichting Vluchteling streek na de aardbeving van februari vorig jaar neer in Syrië en werkt in de ontheemdenkampen samen met vijf lokale hulporganisaties. Vanuit die positie kreeg Dzay een goed beeld van het functioneren van het rebellenbestuur. Dat is vooralsnog gunstig, zeker wat de hulpverlening aangaat.
‘Het is veilig en stabiel. Van onze lokale partners hoor ik dat je ’s avonds gewoon naar buiten kunt. De autoweg vanaf de Turkse grens heeft bijvoorbeeld snelheidscontrole met radar. Medewerkers van ngo’s krijgen allemaal een blauwe badge van de Humanitarian Assistance Coordination. Ze werken systematisch, het is goed georganiseerd.’
Vergelijk dat eens met het deel van Noordwest-Syrië dat wordt gecontroleerd door het Turkse leger en met Turkije samenwerkende opstandelingen, zoals het Syrisch Nationaal Leger (SNA). Moord, ontvoering, corruptie en afpersing zijn daar schering en inslag. In een recent rapport spreekt Human Rights Watch van willekeurige arrestaties en detentie, zelfs van kinderen, en van seksueel geweld en marteling door SNA-facties en leden van de Turkse strijdkrachten.
Met het werk van de ngo’s bemoeien HTS en de Salvation Government in Idlib zich niet, volgens Dzay. ‘We kunnen onze gang gaan, ze verbieden niets. In Salqin, ten westen van Idlib-stad, werken we aan geweld tegen vrouwen. Nooit problemen gehad. Idem in Kafr Yahmoul, in het noorden van Idlib, waar we een vrouwencentrum hebben.’
Sharaa doet sinds 2017 zijn best HTS te presenteren als gematigd. Minderheden hoeven zich volgens hem geen zorgen te maken. ‘Diversiteit is onze kracht’, zei hij vorige week. Een plicht voor vrouwen zich te bedekken heeft Idlib nooit gekend. Dat de rebellenregering geen vrouwelijke ministers telt, is omdat er ‘op dit moment heel veel werk moet worden verzet’, zegt woordvoerder El-Esmar. ‘Dat is niet geschikt voor vrouwen.’
Maar daarmee is niet alles gezegd over wat het nieuwe Syrische bewind voor vrouwen in petto heeft. HTS is wel degelijk een salafistische organisatie, niet alle ideologische veren zijn afgeschud. En de meeste soennieten in Syrië zijn in cultureel opzicht conservatief; in Idlib zag de Volkskrant in twee dagen vrijwel geen vrouw zonder hoofd- of gezichtsbedekking. De islamitische autoriteiten kunnen in de verleiding komen die normen en waarden ook op te leggen aan de minderheid met vrijzinniger opvattingen.
‘Een bewind als de Taliban? Nee hoor’, zegt Ahmad Mansour, medisch coördinator van Hand in Hand (HiHFAD), een van de partners van Stichting Vluchteling. ‘Als Sharaa dat doet, zal hij nooit de buitenlandse steun krijgen die Syrië zo hard nodig heeft.’ Een islamitische regering, voegt hij er geruststellend aan toe, daarbij moet je je zoiets voorstellen als Saoedi-Arabië. ‘Dat wil zeggen Saoedi-Arabië nú, niet dat van tien jaar geleden.’
Ai, een ongelukkig voorbeeld, vindt Dzay. ‘Saoedi-Arabië is geen democratie. De grote vraag is: krijgt Syrië een meerpartijenstelsel? Komen er vrije verkiezingen? Dat moet allemaal nog blijken.’
Afgelopen jaren was er in Idlib een machtsstrijd tussen islamitische groepen die werd gewonnen door HTS. Ook waren er interne strubbelingen in HTS waarbij radicalen op een zijspoor werden gezet of zelfs in de gevangenis belandden.
Begin dit jaar waren er wekelijkse protesten op vrijdag tegen HTS. De onvrede betrof vooral de prijsstijgingen, maar leider Sharaa werd ook beschuldigd van tiranniek gedrag en machtsmisbruik. Dat kan een veeg teken zijn, maar de gebeurtenissen kunnen net zo goed positief worden uitgelegd. De protesten werden immers niet alleen getolereerd, in reactie erop kwam er een klachtenbureau, de financiële pijn werd verzacht en een commissie werd ingesteld om de toegang tot leiderschapsposities te verruimen.
De grote uitdaging voor de HTS-leiders wordt de uitbreiding van hun gezag naar heel Syrië. Idlib was overzichtelijk, daar konden ze betrekkelijk ongestoord hun gang gaan. De nieuwe regering krijgt veertien provincies onder haar hoede, met een veelheid aan gewapende groepen en minderheden als alawieten, christenen, druzen en niet te vergeten de Koerden met hun al dan niet voldongen feit, een autonome regio.
In ontheemdenkamp El-Amal, nabij de Syrisch-Turkse grensovergang Bab al-Hawa, is het nieuwe Syrië een wel heel verre belofte. De zandpaden tussen de tenten liggen vol water, regen stroomt vanaf de naastgelegen heuvels zo het kamp in. De 54-jarige Mohammad Saleh verzorgt de potplantjes die zijn grauwe tent enige blijheid geeft. Over het plastic zijn aan elkaar genaaide wollen dekens gehangen, dat houdt de warmte nog een beetje binnen, en de winterkou buiten.
Acht jaar al woont hij hier met zijn vrouw en vijf kinderen, nu in de leeftijd van 10 tot 16 jaar. Stromend water is er niet, elektra komt van een klein zonnepaneel, de inhoud van het gat onder het wc-hok buiten wordt geregeld leeggepompt.
Vorige week ging Saleh naar zijn dorp in de provincie Hama, om te zien wat er over is van zijn huis. Wat hij aantrof: helemaal niets. ‘Ik ga absoluut terug naar Hama’, zegt hij gelaten. ‘Maar wanneer? Geld om te bouwen heb ik niet. Iemand moet me helpen. Tot die tijd blijven we hier.’
Door de modder komt een kluwen jongetjes aanbanjeren. Ze zwaaien met een kleine, zelf gekleurde Syrische vlag. Niet die van het Assad-regime, maar de nieuwe, van de rebellen, groen-wit-zwart met drie rode sterren. ‘Syrië’!’, roepen ze vrolijk. ‘Ons land!’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant