Home

Het was een ongekend sportjaar, maar blijft dat ook zo en wat kunnen we er eigenlijk mee?

In 2024 viel, vanuit Nederlands perspectief, veel te juichen. Bij de Spelen in Parijs werd de kroon gezet op ruim twintig jaar topsportbeleid. Maar moet in de toekomst nog wel een plek bij de beste tien olympische sportlanden worden nagestreefd?

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Sport en politiek werden gescheiden door slechts een dranghek. In de brandende zon omhelsde de hardlopende premier Dick Schoof ’s werelds beste hardloopster: Sifan Hassan. Zij verrichtte na haar bronzen medailles op de 5.000 en 10.000 meter een klein wonder op de marathon. Met een beetje ellebogenwerk van beide kanten was Hassan de wereldrecordhoudster Tigst Assefa in de laatste bocht gepasseerd. Het was bij de Olympische Spelen in Parijs de perfecte bekroning van ruim twee weken ongekend Nederlands succes.

De ontzagwekkende prestatie van Hassan ging de wereld over. Ze werd door de wereldatletiekbond uitgeroepen tot atleet van het jaar. Woensdagavond is ze favoriet bij de verkiezing van Nederlands sportvrouw van 2024.

Hassan mocht de laatste zijn die in Parijs voor Nederland goud pakte, maar ze was zeker niet de enige. De roeiers domineerden op de roeibaan in Vaires-sur-Marne. Harrie Lavreysen hield huis op het velodroom in Saint-Quentin-en-Yvelines en is dankzij zijn gouden hattrick (sprint, keirin, teamsprint) nu de succesvolste Nederlandse olympiër aller tijden.

Kalme Pirmin Blaak

De ene titel was nog mooier dan de andere. Kies maar eens even tussen de verrassingszege van de 3x3-basketballers dankzij de stalen zenuwen van aanvoerder Worthy de Jong of de thriller op het hockeyveld bij de mannen. Zij werden met dank aan de kalmte van keeper Pirmin Blaak voor het eerst in 24 jaar weer kampioen. Zo sterk als in Parijs was sportland Nederland nog nooit.

Ook los van de Olympische Spelen was 2024 een opvallend goed Nederlands sportjaar. Neem Mathieu van der Poel, die als eerste sinds de Belg Rik van Looy in 1962 als regerend wereldkampioen in één voorjaar de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won. Of Abdi Nageeye, de eerste Nederlander die misschien wel de bekendste marathon ter wereld op zijn naam schreef. En natuurlijk Max Verstappen, die zijn onwaarschijnlijke vermogens als coureur tentoonspreidde, juist in een jaar waarin er zo veel aan zijn auto mankeerde.

Zonder twijfel hoort 2024 in het rijtje met memorabele sportjaren, al kan het aan 1988 niet tippen. De euforie die destijds bij de EK-titel van Oranje loskwam, is nooit meer vertoond. Bij de terugkeer van de gemengde estafetteploeg is er geen woonboot gezonken. Voetbal is nu eenmaal van een andere orde – groter dan alle andere sporten bij elkaar.

Oranje

Aan groot voetbalgeluk ontbrak het in 2024, al reikte Oranje wel veel verder dan van tevoren gedacht. Op weg naar het EK in Duitsland waren de voorspellingen niet bijster hoopgevend, maar al na de eerste wedstrijd van het toernooi laaide het altijd sluimerende vuur van verwachtingen weer hoog op. Maar om die in te lossen had het elftal van Ronald Koeman te weinig kwaliteit in huis, met name aanvallend.

Het jaar 2024 laat zich dus niet met de voetbalhemel van 1988 vergelijken. Maar buiten de Europese titel was 1988 in sportief opzicht een veel minder jaar. Het olympisch succes in Seoul was mager: goud voor Nico Rienks en Ronald Florijn in de dubbeltwee en voor Monique Knol op de racefiets.

De vergelijking met sportjaar 2000 is veel meer op zijn plaats. Toen kreeg in Sydney de Nederlandse olympische topsport enorm veel zelfvertrouwen. Onder leiding van Leontien van Moorsel (3 titels), Inge de Bruijn (3 titels) en Pieter van den Hoogenband (2 titels) bleek Nederland tot de grote sportlanden te behoren. In totaal haalde de Nederlandse equipe een record van 12 gouden plakken, goed voor de achtste plaats in de medaillestand.

Gerichte aanpak

Het zou een kanteljaar worden, een benchmark voor de toekomst van de Nederlandse olympische sport. In de decennia daarna werd met nog meer gerichtheid aan de topsportinfrastructuur in Nederland gesleuteld. Er kwam meer geld, meer regie bij NOCNSF.

Ook heel belangrijk: de olympische sportkoepel ging nadrukkelijker keuzen maken in de verdeling van het geld. De sporten met de grootste kans op succes kregen de grootste toelage. En of het nu om de atleten op Papendal ging, de roeiers op de Bosbaan of de baanwielrenners in Apeldoorn, centralisering werd de norm. Een bundeling van krachten.

De impact van de nieuwe koers was niet onmiddellijk zichtbaar; zoiets heeft tijd nodig. In Tokio werden er al meer medailles dan ooit veroverd, 36 in totaal, en afgelopen zomer ging in Parijs het record aan gouden plakken van Sydney eraan. Er werden vijftien titels veroverd, als het definitieve bewijs dat succes in topsport maakbaar is.

Een van de belangrijkste voorwaarden is geld, een flinke zak geld. Alles bij elkaar, van topsportprogramma’s en nationale trainingscentra tot stipendia voor sporters, ging er afgelopen jaar zo’n 115 miljoen euro naar de Nederlandse topsport. Hoewel de Nederlandse politiek zich inhoudelijk weinig bemoeit met de topsport, kwam iets meer dan de helft uit het budget van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De rest van het geld dat NOCNSF verdeelde, vloeide via de Nederlandse Loterij en sportbonden en trainingscentra zelf naar de topsport.

Voor een olympische cyclus van vier jaar gaat het dus om bijna een half miljard euro uit publieke middelen en loterijgelden. Wie de strenge boekhouder speelt, ziet voor die investering 34 medailles terug bij de Zomerspelen in Parijs en 17 medailles bij de Winterspelen in Beijing van twee jaar geleden; 9 miljoen euro voor één olympische plak dus, of dik 20 miljoen voor een gouden medaille.

Ontnuchterend

Maar die rekensom is niet het enige aspect van de topsport. Er is ook een maatschappelijke waarde, toch? Zien sporten doet sporten?

Dat is in elk geval een gedachte die breed leeft. Maar de wetenschap biedt een ontnuchterende blik. Er is niet of nauwelijks een effect van excellerende topsporters op recreanten of jeugd. Een een olympische plak zal de verwachte obesitasepidemie onder de jeugd niet keren. Net zomin als succes in een bepaalde sport voor een toeloop van nieuwe beoefenaars zorgt. Er was geen Epke-effect in de gymnastiek en er zal ook geen Worthy-effect komen in de basketbalzaal.

Sowieso is de maatschappelijke waarde van topsport maar heel moeilijk vast te stellen. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt vooral dat het iets is wat wordt ervaren. Die perceptie is wel meetbaar: ongeveer 65 procent van de Nederlanders gelooft dat topsport een positieve bijdrage aan de samenleving levert.

Het belangrijkste positieve aspect? Saamhorigheid. Dat effect is er wel degelijk. Het was voelbaar in Parijs, toen er een olympische opwinding door Nederland trok. Heel veel mensen beleven nu eenmaal heel veel plezier aan het kijken naar sport en gaan mee in de euforie als er goed wordt gepresteerd. Zie wederom 1988. Dat is een collectief gevoel, maar die overwinningsroes houdt niet lang aan.

Tegenover die saamhorigheid staat ook nationaal chagrijn. Als Nederlandse sporters of teams slecht presteren, heeft dat eveneens impact. De stemming rond Oranje zakte na de verloren halve finale tegen Engeland op het EK nog harder in dan die was opgekomen. Gelukje: de kater duurt minstens net zo kort als de vreugde bij succes.

Geen effect op politieke stemming

Nederland is door de successen op de sportvelden geen wezenlijk ander land geworden. Schoof stond daar wel, aan de finish van de marathon in Parijs, en genoot van het moment, maar effect op de politieke stemming had dat niet. Anders had de wetenschap dat deze olympisch kampioen als vluchteling naar Nederland kwam misschien wat ontspanning in het debat rond migratie kunnen brengen. Kennelijk is de trend, die in ook veel andere landen zichtbaar is, sterker: die van migratiemoeheid en terugkeer van grenscontroles.

Wat brengt de toekomst? De bezuinigingen die aanvankelijk werden voorzien, zullen in elk geval voorlopig de topsport niet treffen. De complete pot van NOCNSF voor topsport voor komend jaar, het eerste jaar op weg naar de Spelen van Los Angeles in 2028, blijft min of meer op hetzelfde niveau. Dat is in een tijd waarin veel branches erop achteruitgaan al heel wat. Maar André Cats, directeur topsport bij NOCNSF, stelde dat de Nederlandse topsport nog 20 miljoen euro meer nodig heeft. Om duurzaam tot de tien sterkste sportlanden in de wereld te horen, is het huidige budget onvoldoende.

Maar voor de saamhorigheid die sport teweegbrengt, is niet per definitie publiek geld nodig. Neem Verstappen. Hij enthousiasmeert zelfs niet-sportfans en de Formule 1 doet het zonder Nederlands overheidsgeld. Hetzelfde geldt voor Van der Poel. Zijn salaris wordt betaald door zijn ploeg, die zich met sponsoren weet te bedruipen. En ook voetbal is een bedrijfstak waarin geld rijkelijk vloeit.

Klappen breedtesport

Ondertussen krijgt de breedtesport wel klappen. Het ministerie van VWS zet het mes in belangrijke subsidies en gemeentelijke overheden hebben sowieso de komende jaren minder geld te besteden. Sportverenigingen zien geldbronnen opdrogen en moeten hun contributie verhogen. Dat schrikt leden met een kleinere beurs af. Het eerste gevolg is dat minder mensen zullen gaan sporten, een directe tik voor de volksgezondheid.

Uiteindelijk zullen verenigingen het financieel niet meer kunnen bolwerken. Dat zal grote gevolgen hebben. De verenigingsstructuur in Nederland is een bijna onzichtbare lijm die veel samenhoudt, niet alleen in de sport, maar ook in dorpen, steden en wijken. Als die lijm oplost, is dat een maatschappelijk probleem.

En hoewel de impact van topsport op breedtesport beperkt lijkt, geldt het omgekeerde niet. Topsport steunt op wat eronder zit. Uiteindelijk zal het verbrokkelen van de clubcultuur ook effect hebben op de topsport. Femke Bol is begonnen bij atletiekvereniging Altis in Amersfoort. Niemand wordt als topsporter geboren, zelfs Karolien en Finn Florijn niet. Zij verloren hun hart aan roeien bij de plaatselijke Leidse roeivereniging Die Leythe.

In 2024 heeft Nederland zich bewezen als topsportgrootmacht. Maar zou de ambitie niet verder moeten reiken dan het vasthouden van deze status? Zou het kunnen lukken om van Nederland een sportland in de breedste zin van het woord te maken? Top 10 worden wereldwijd als het aankomt op mensen die bewegen, die gezond zijn en plezier beleven op het sportveld? Misschien moeten we wel streven naar een land waar niet de medaillespiegel, maar het welzijn van iedereen leidend is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next