Wanneer is een wolf nou precies een ‘probleemwolf’? Staatssecretaris Jean Rummenie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft daar voor het eerst een lijst met criteria voor.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
In een brief aan de Tweede Kamer formuleert hij definities voor een wolf die tot problemen leidt, en hoe die ‘probleemwolf’ zou kunnen worden aangepakt. Het gedrag van de wolf moet binnen dertig meter van mensen plaatsvinden, en tenminste tweemaal in korte tijd, zo blijkt.
Een ‘probleemsituatie’ ontstaat volgens de staatssecretaris onder andere wanneer een wolf toenadering zoekt tot mensen en hun huisdier(en) aanvalt. Wanneer incidenten in hetzelfde gebied ‘in een periode van enkele weken’ plaatsvinden, is ook sprake van een probleemsituatie, waarin zou mogen worden ingegrepen. Dat geldt ook wanneer wolf en mens minstens tweemaal tot minder dan dertig meter bij elkaar komen, wanneer de wolf minstens tweemaal een aangelijnde hond al of niet agressief heeft benaderd en wanneer een wolf zich tweemaal binnen twee weken op minder dan dertig meter van een bewoond huis vertoont waar zich honden bevinden. Verder is ook sprake van een ‘probleemwolf’ wanneer het dier een hond of een mens doodt.
De belangrijkste definitie betreft het geval waarin een wolf in twee weken tijd minstens tweemaal vee heeft aangevallen dat ‘goed beschermd’ is met ‘een goed functioneel raster’ of dat zich bevindt in een goed afgesloten stal.
De definiëring van het begrip ‘probleemwolf’ is van belang, omdat eerder beleid en maatregelen steeds vastliepen op de vraag wat precies een probleemwolf is. Die discussie vertraagt eventueel ingrijpen bij incidenten, zoals die zich afgelopen jaar hebben voorgedaan.
Vast staat er overigens ook nu nog niets: Rummenie gaat eerst nog in overleg met onder anderen provinciebesturen en wolvendeskundigen.
Een van die laatsten, ecoloog Glenn Lelieveld, is weinig enthousiast over het document dat Rummenie dinsdag naar de Kamer stuurde. ‘Deze nota roept alleen maar weer nieuwe vragen op’, zegt hij. ‘Zoals: wat is precies agressie? Wat is provocatie? Wat is een goed afgesloten stal? Zo los je niets op.’
Volgens Lelieveld is het document ook overbodig: ‘Er bestaat al sinds 2020 een Europees normeringsrapport over wolven en eventuele problemen, opgesteld door wetenschappers en waarop Europese rechtspraak ook terugvalt: How to deal with bold wolves, waarin alle definities al staan.’
Volgens Lelieveld blijft het definiëren van een probleemwolf in de praktijk moeilijk, zolang niet de juiste aanpak wordt gekozen. ‘Als er een paar incidenten zijn geweest, hoe kom je er dan achter welke wolf dat steeds is geweest? Daar zijn een paar stappen voor nodig. De eerste zou moeten zijn de oorzaak van het probleemgedrag aanpakken. Dus als een afrastering kennelijk niet voldoende werkt, dat eerst aanpakken. Stap twee zou zenderen kunnen zijn, het ophangen en wildcamera’s en het verzamelen van zo veel mogelijk informatie over die ene wolf. Pas daarna zou paintballen en eventueel afschieten een optie kunnen zijn. Wij falen als maatschappij steeds al bij die eerste stap. Het probleem rond wolven zit niet in definities, maar in ons onvermogen die stappen uit te voeren.’
Rummenie besluit zijn brief met de mening dat er ‘voor een groot roofdier als de wolf wat mij betreft in het dichtbevolkte Nederland beperkingen zijn aan de beschikbare ruimte’.
Rummenie wil met zijn Landelijke Aanpak Wolven ‘zo goed mogelijk zorgen dat we in Nederland veilig kunnen leven en vee kunnen houden, zonder vrees voor wolven.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant