Home

‘Misschien hebben we elkaar gewoon niets meer te vertellen’, zegt mijn vrouw

Het is helder en koud. De laatste slierten blauw bieden hemelshoog dapper weerstand tegen de onvermijdelijke overname door het grijs. Er staat een zachte, niet hinderlijke wind. Straks gaat het stormen en worden de parken gesloten. ‘Gevaar voor vallende bomen en takken’, vermeldt een gelamineerd vel papier dat met tiewraps aan het hek van het park is bevestigd. Het staat er in drie talen: Frans, Nederlands en Engels.

Voor mijn verjaardag heeft mijn vrouw me een weekend meegenomen naar Brussel. Nog nooit ben ik hier geweest, maar het bevalt zeer. Grootstedelijker dan Amsterdam, overzichtelijker dan Parijs, eindeloos veel te schransen, Belgisch bier, fraaie winkels en straten geplaveid met kasseien. Manneken Pis heb ik nog niet gezien, dat hoeft ook niet. Jean-Claude van Damme heb ik ook nog niet gespot, dat hoeft wel.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Als het begint te schemeren en onze stappenteller de tel is kwijtgeraakt, zoeken we een warm café op. Het heet Chez Richard en op de ramen zijn nepsneeuwvlokken geplakt. Binnen schijnt warm licht uit de grote art-nouveaulampen die aan het plafond hangen en er klinkt warm geroezemoes.

We bestellen bier van een lokale brouwer en kijken in stilte om ons heen. Vrijwel iedereen is druk in gesprek. Naast me zijn twee dames gaan zitten. Ze zien eruit of ze naar het theater gaan of er net vandaan komen. Ze praten honderduit, hevig gesticulerend, in snel en onverstaanbaar Frans. ‘Kijk al die mensen nou’, zeg ik jaloers tegen mijn vrouw, ‘waarom zijn wij nooit zo druk in gesprek?’

Waar moet je het eigenlijk nog over hebben als je al dag en nacht met elkaar bent? ‘Misschien hebben we elkaar gewoon niets meer te vertellen’, zegt mijn vrouw. ‘Had ik Esther Perel maar meegenomen’, verzucht ik.

Hoewel ze altijd welkom zou zijn, bedoel ik niet Esther Perel zelf, maar haar kaartspel: een vuistdik pak kaarten met talloze gespreksonderwerpen. ‘Als ik drie maanden opgesloten zou zitten in mijn huis, zijn de drie onmisbare dingen...’, of ‘Als mijn partner een affaire zou hebben, zou ik...’, dat soort dingen, waar je dan enthousiast en druk gesticulerend over kunt doorpraten in een Brussels café, terwijl je langzaam aangeschoten raakt van zwaar Belgisch bier. Maar Esther Perel is hier niet.

We zwijgen rustig verder. Op een bankje bij het meer waar ik altijd zwem staat op een verguld plaatje de volgende tekst gegraveerd: Aimer, ce n’est pas se regarder l’un l’autre, c’est regarder ensemble dans la même direction. Het is een citaat van schrijver Antoine de Saint-Exupéry. ‘Liefhebben is niet naar elkaar kijken, maar samen in dezelfde richting kijken.’ Dat doen we hier, in een schemerend Brussel, waar de wind begint op te steken en de straten leeg raken. Samen kijken, naar hen die wel praten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next