Home

Met ‘Jesus’ leek nihilist Lou Reed even in de Heer te zijn geraakt, maar het bleek een eenmalige exercitie

Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. In Jesus vraagt Lou Reed of de timmermanszoon hem kan helpen tijdens zijn zwakke momenten.

Jesus, help me find my proper place

Help me in my weakness

Jesus, The Velvet Underground (1969)

Kardinaal Gianfranco Ravasi, cultuurminister van het Vaticaan, liet een dag na de dood van Lou Reed van zich horen. Hij twitterde op 28 oktober 2013 twee regels uit een van Reeds bekendste nummers, Perfect Day.

Dat Ravasi de Amerikaanse rock-’n-roll-animal in het zonnetje zette, vond niet de ganse katholieke kudde gepast. Dus verkondigde de kardinaal een paar uur later dat hier drugsgebruik niet werd verheerlijkt, om vervolgens een Bijbelse spreuk aan te halen, ook uit Perfect Day: ‘You’re going to reap just what you sow’. Vrij vertaald: je oogst wat je zaait.

Ravasi had het zichzelf een stuk makkelijker kunnen maken door te citeren uit Jesus, uitgevoerd door The Velvet Underground en ook geschreven door Lewis ‘Lou’ Allan Reed (1942-2013). In het nummer vraagt hij of de timmermanszoon uit Nazareth hem kan helpen op zijn zwakke momenten, tijdens zijn zoektocht door het leven.

Het is goed mogelijk dat Ravasi het nummer niet kende, of waarschijnlijker: dat hij deze religieuze exercitie niet helemaal vertrouwde. Reed had naam gemaakt als een ongeleid nihilistisch projectiel, een man die alle perverse randen van de New Yorkse samenleving verkende op het gebied van seks (SM, travestie) en harddrugs.

Die contradictie werd in 1969 het best verwoord door de legendarische muziekschrijver Lester Bangs. In een recensie in Rolling Stone van het derde album van de band, getiteld The Velvet Underground, schreef hij: ‘Hoe definieer je een groep die in slechts twee jaar tijd van Heroin naar Jesus is overgegaan?’ Een adequate vraag van Bangs, die later nog vele stukken over zijn obsessie met Lou Reed op het papier ramde.

Met The Velvet Underground & Nico – Andy Warhol ontwierp de wereldberoemde bananenhoes – keerde de band in 1967 zijn rug naar de tijdgeest van love & peace, vol ongepolijste, avant-gardische uitingen en met zangeres Nico (Christa Päffgen) als Teutoons uithangbord. Het vervolg, White Light/White Heat, stond bol van experimenten in tekst en een vervormde sound. Het derde album dat volgde, zonder John Cale, was veel meer ingehouden van toon.

Bangs vroeg zich in zijn review af of Reed verliefd was, zoveel liefde dook er op die plaat op, net als ‘vrijheid’. Maar de grootste verrassing vond hij toch Jesus, ‘niets anders dan een gebed’. Bekeerd tot het christendom was Reed allerminst, en dat zou ook nooit gebeuren. Laten we Jesus maar een eenmalige hang naar de Heer noemen.

Reed was opgegroeid in een Joodse familie uit Brooklyn, maar zijn afkomst kwam nergens terug in de muziek. Zijn ware god noemde hij rock-’n-roll. In zijn latere leven ruilde hij the walk on the wild side in voor yoga, meditatie en vooral tai chi. Hij oefende dagelijks op zijn dak en was een fanatieke leerling van tai chi-meester Ren GuangYi. Ook maakte hij meditatieve muziek.

Uiteindelijk stierf Reed aan een leveraandoening, het logische gevolg van zijn verslavingen. Zijn laatste – toch religieuze – woorden waren: ‘Breng me naar het licht.’

John & Paul

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next