Steeds vaker winnen amateurclubs in het KNVB-bekertoernooi van profclubs. Maar kun je dit inmiddels nog wel een stunt noemen? "We zijn een beetje klaar met de reputatie van bierdrinkers."
Wie aan de kleedkamer van een amateurclub denkt, zal zich waarschijnlijk een gedateerd en muf ruikend hok voorstellen, een modderige vloer en een bank waarop niet voor iedereen plaats is. Maar bij Rijnsburgse Boys doet niets aan amateurvoetbal denken.
Een imposante tribune met luxe businessstoelen en een sponsorruimte schitteren naast het hoofdveld. De Tweede Divisionist pronkt in de kleedkamers met een fysioruimte en een ijsbad voor optimaal herstel. Aan de muur van het kantoor van trainer René van der Kooij hangen zelfs zogeheten prestatiehesjes, die de inspanningen van de spelers meten. Zelf analyseert hij wedstrijdbeelden.
Twee maanden geleden won Rijnsburgse Boys in de KNVB-beker van Roda JC (3-1). Enkele kilometers verderop was Quick Boys met 3-0 te sterk voor Eredivisionist Almere City. "En die uitslag was in lijn met het spelbeeld", aldus Quick Boys-trainer Thomas Duivenvoorden.
De overwinningen van de Zuid-Hollandse clubs waren de zoveelste voorbeelden van een amateurclub die een profclub verrast. In de laatste twee seizoenen gebeurde dat maar liefst tien keer. Deze week kan het in de tweede bekerronde zomaar wéér raak zijn.
Duivenvoorden kan zich niet vinden in de reputatie van het amateurvoetbal. "Volgens mij denkt de buitenwereld nog dat wij voor elke wedstrijd naar de McDonald's gaan en ons achteraf bezatten. Dat is allerminst het geval. Als je kijkt naar de faciliteiten, het niveau en onze aanpak, zou ik dit als semiprofessioneel beschrijven."
De 38-jarige Duivenvoorden, die een jaar geleden zijn baan opzegde om zich fulltime op het trainerschap te richten, laat de sponsorruimte zien van Quick Boys, de huidige koploper in de Tweede Divisie. "De club genereert zo'n 1 miljoen euro aan sponsorinkomsten per jaar."
Geld speelt een steeds grotere rol in de Tweede Divisie. Mark van der Weijden, de topscorer van de competitie, weet er alles van. Voor de 28-jarige spits betaalde Rijnsburgse Boys afgelopen zomer een transfersom van 10.000 euro. Ter vergelijking: Eerste Divisionist Telstar betaalt helemaal geen transfersommen, omdat daar geen geld voor is.
Ook de lonen in de Tweede Divisie zijn allerminst amateuristisch te noemen. Berry Powel kan erover meepraten. De oud-spits van onder meer FC Groningen en De Graafschap koos in de nadagen van zijn carrière voor een avontuur in het amateurvoetbal. "Zeker als je in de top speelt, kan je daar prima van rondkomen", zegt de huidige technisch directeur van De Graafschap,
"Daarnaast heb je ook nog de tijd om te werken aan een sponsordeal. Een speler als Mark van der Weijden zou bijna bereid moeten zijn om geld in te leveren, wil hij zichzelf één niveautje hoger laten zien."
De professionalisering van de Tweede Divisie is ook in de samenstelling van de selectie terug te zien. "Twintig jaar geleden speelden bij Quick Boys nagenoeg alleen maar jongens uit de regio. Dat is nu verleden tijd", zegt Duivenvoorden.
"Het niveau is hoger en dan moet je het soms verder weg zoeken. Op dit moment maken nog twee jongens uit Katwijk deel uit van onze selectie."
Volgens Duivenvoorden heeft de KNVB een grote rol gespeeld in die beleidsverandering. De voetbalbond gooide de opzet met regionale competities in 2010 omver, waardoor amateurteams voor het eerst op landelijk niveau tegen elkaar gingen spelen in de Topklasse. Vanaf 2016 doen ze dat in de Tweede Divisie.
"Je brengt betere spelers bij elkaar, wat voor meer weerstand en dus een hoger niveau zorgt", zegt Duivenvoorden. Dat hebben Almere City, De Graafschap en NAC geweten. De drie profclubs legden het af tegen Quick Boys.
Steeds vaker maken spelers uit het hoogste amateurniveau de stap naar het profvoetbal. Zo raakte Duivenvoorden afgelopen zomer twee spelers kwijt aan Telstar en één aan FC Volendam. Daarnaast maakte zijn linksbuiten, Sem van Duijn, de overstap naar Jong AZ.
Niet alleen spelers klimmen van het amateur- naar profvoetbal. "Ook steeds meer trainers zien dit als een opstap naar het profvoetbal", weet Powel. Van der Kooij en Duivenvoorden ambiëren allebei een functie als proftrainer. Duivenvoorden en Spakenburg-trainer Chris de Graaf zijn toegelaten tot de cursus voor een profdiploma.
Als spelers uit het amateurvoetbal naar een club uit de Keuken Kampioen Divisie gaan (of andersom), merken ze volgens Quick Boys-trainer Duivenvoorden vaak weinig verschil in faciliteiten.
"Wij werken hier goed en professioneel met elkaar samen. De lat ligt hier hoog en de spelers betalen dat ook terug", zegt hij. "Spelers die uit de Keuken Kampioen Divisie komen, zeggen regelmatig dat het hier beter geregeld is."
Het voornaamste verschil blijft dat voetballers uit de Keuken Kampioen Divisie elke dag trainen en een stukje fitter zijn. "Wij zaten er na zestig minuten doorheen, terwijl Roda wel negentig minuten aan de bak kon", zegt spits Van der Weijden over de bekerzege met Rijnsburgse Boys op Roda JC. Zelf verliet hij na een uur met kramp het veld.
Van der Weijden was tegen Roda eenmaal trefzeker en hoopt donderdag opnieuw belangrijk te kunnen zijn voor Rijnsburgse Boys. Of hij deze keer wél een hele wedstrijd blijft staan, zal niet alleen van hem afhangen.
"Na de wedstrijd tegen Roda kreeg ik een appje van de fitnesstrainer, die me vertelde dat ik op basis van mijn datahesje nog wel even door had gekund", zegt hij met een lach. "Maar ik vond het wel mooi geweest."
Source: Nu.nl algemeen