Slachtofferhulp Nederland heeft in de nasleep van de explosies op de Tarwekamp in Den Haag al zo'n negentig mensen geholpen. Verwacht wordt dat het aantal nog verder zal oplopen.
Bij de ontploffingen op 7 december kwamen zes mensen om het leven en raakten vier mensen gewond. Onder de slachtoffers waren drie leden uit één gezin. Een 8-jarige jongen uit datzelfde gezin overleefde de ramp. Door de explosies en de daaropvolgende brand werd een deel van een huizenblok verwoest.
Omdat de explosies midden in een woonwijk waren, zijn volgens Slachtofferhulp veel mensen direct en indirect betrokken geraakt. "Zolang je geen veilige thuisbasis hebt, staat dit het herstel in de weg. De situatie is heel bedreigend geweest", zegt teamleider Connie Cornelisse.
"Dat heeft niet alleen dramatische gevolgen voor de directe nabestaanden, maar ook voor klasgenoten en collega's van de slachtoffers is dit ingrijpend", aldus Cornelisse. Ze stelt dat tien dagen na de explosie mensen zich nog altijd melden bij de hulporganisatie. "Mensen die in eerste instantie hebben aangegeven dat het wel ging, maar na een aantal dagen alsnog ondersteuning wensen, omdat zij klachten ervaren."
In het onderzoek naar de explosies aan de Tarwekamp zijn vier mannen aangehouden. Zij worden verdacht van brandstichting en het veroorzaken van een explosie. Ook worden ze verdacht van het in brand steken van een auto.
Twee van de vier verdachten werden een week voor de aanslag in Den Haag al aangehouden, meldde Omroep Brabant vorige week. Het gaat om twee mannen van 23 en 29 uit Roosendaal. Volgens de omroep werden zij op 1 december midden in de nacht aangehouden op een parkeerterrein.
Rond de Tarwekamp geldt tijdens de jaarwisseling een vuurwerkverbod. Meerdere wijkbewoners hadden hier bij de gemeente Den Haag om gevraagd.
Binnenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws