Home

Grote steden weten lerarentekort iets terug te dringen, maar dat is waarschijnlijk tijdelijk

Het lerarentekort is voor het eerst in lange tijd gedaald, zowel in als buiten de grote steden. Toch steekt niemand in het onderwijs de vlag uit: het aantal vacatures voor leerkrachten en schoolleiders zal de komende jaren blijven oplopen.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over onderwijs.

Door het inzetten van invallers, zijinstromers en ondersteunend personeel proberen scholen de gaten in hun formatie dicht te lopen. Het primair en voortgezet onderwijs kunnen nu in elk geval vaststellen dat ze het tekort daarmee het afgelopen jaar iets hebben kunnen terugbrengen.

Op de basisscholen daalde het lerarentekort naar 8,1 procent van de totale werkgelegenheid, ofwel 7.700 fte. Vorig jaar was dit nog 9,7 procent (9.800 fte). Ook in het voortgezet onderwijs daalde het tekort, zij het minder hard: van 5,8 procent naar 5,1 (3.800 fte).

In het mbo is het geschatte tekort tussen de 3,3 en 5 procent (900-1.400 fte). Dit valt te lezen in de Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo van het ministerie van OCW. Er is voor het eerst gevraagd naar het lerarentekort in het mbo.

Gymdocenten

Op de middelbare scholen bestaan grote verschillen tussen de aantallen vacatures voor de verschillende vakdocenten. Zo is er helemaal geen tekort aan gymdocenten of docenten CKV (Culturele en kunstzinnige vorming), maar zijn er honderden leraren nodig om wiskunde, natuurkunde, Nederlands of Duits te geven. Er zijn nu bijvoorbeeld 640 onvervulde fte aan leraren Nederlands, in 2034 loopt dat naar verwachting op tot 812.

Het Nederlandse onderwijs kampt al decennialang met een tekort aan leraren en schooldirecteuren. Het lerarentekort was opgelopen tot 13 duizend fte vorig jaar in het primair en voortgezet onderwijs. Nederland staat daar overigens niet alleen in: 18 van de 21 Oeso-lidstaten hebben volgens recent onderzoek te maken met onvervulde vacatures op scholen.

De Haagse wethouder Hilbert Bredemeijer spreekt daarom nu van een lichtpuntje. ‘Ik kan me in de vijf jaar dat ik onderwijswethouder ben, niet herinneren dat ik iets positiefs heb meegemaakt qua lerarentekort.’ In de G5 (de grootste vier gemeenten plus Almere) is het lerarentekort in het primair onderwijs veel hoger dan in de rest van Nederland: 15,8 om 6,6 procent.

Buiten grote stad

Steeds meer leraren en schoolleiders kiezen er daarbij voor om buiten de grote stad te gaan werken, merkt ook Bredemeijer. ‘We vragen ook veel van ze als grote stad. Mensen kiezen voor het onderwijs om kinderen iets bij te brengen, niet om maatschappelijke problemen op te lossen. Dat moeten wij doen als samenleving. Het aanpakken van armoede mag nooit het probleem van een school zijn.’

Toch daalde ook in de G5 het lerarentekort, en in Den Haag nog het meest: van 20,7 naar 17,3 procent in het primair onderwijs en zelfs van 10,1 naar 5,2 procent in het voortgezet onderwijs. ‘Daar mogen we trots op zijn met elkaar’, zegt Bredemeijer. ‘Het laat zien dat heel gerichte maatregelen werken.’

Daarvan licht hij er twee uit: het ‘fors’ inzetten en begeleiden van zijinstromers. En het ‘wijkgericht’ aanpakken van problemen, zoals bijvoorbeeld in stadsdeel Laak gebeurt. ‘Het lerarentekort is daar nu 27,2 procent, maar dat was jarenlang veel hoger. En dat in een wijk met 50 procent laaggeletterdheid, armoede en veel arbeidsmigranten. Al die problemen moet je tegelijk aanpakken.’

Lange termijn somber

Den Haag roept het kabinet daarom op gericht te blijven investeren om het lerarentekort in te lopen. Want hoewel de instroom en uitstroom in de lerarenkamer elkaar nu voor even in evenwicht lijken te houden, zijn de vooruitzichten op de lange termijn somber.

‘Mooi dat er resultaten worden geboekt’, reageert staatssecretaris Mariëlle Paul (Funderend Onderwijs). ‘Maar al die inzet blijft wel bikkelhard nodig. Want net als op de hele arbeidsmarkt zijn en blijven de tekorten groot.’

Het kabinet stelde vanwege de coronacrisis 8,5 miljard euro beschikbaar aan het onderwijs. Scholen moeten deze NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs), die ze vooral besteden aan extra leraren en onderwijsassistenten, uiterlijk dit schooljaar hebben uitgegeven. Veel van deze ‘NPO-banen’ zijn inmiddels opgeheven, waardoor het aantal vacatures in het onderwijs is gedaald. Ook daardoor is het lerarentekort gedaald.

Het aantal leerlingen zal echter naar verwachting de komende tien jaar stijgen, waardoor het lerarentekort in het primair onderwijs hoger uitkomt dan nu. In het voortgezet onderwijs blijft het tekort oplopen, hoewel het aantal middelbare scholieren juist daalt.

Bredemeijer hangt daarom de vlag niet uit: ‘Een paar jaar geleden stond het Malieveld vol met onderwijzers die een hoger loon eisten. Daar is best goed naar geluisterd, maar de vergrijzing blijft doorgaan. Het lek is dus absoluut nog niet boven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next