De val van het regime van dictator Bashar al-Assad wordt tot in Afrika gevoeld. Een Russische luchtmachtbasis in Syrië was cruciaal voor het vervoer van materieel en manschappen naar het continent. Is er een logische nieuwe plek voor een legerbasis?
is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
De Russische autoriteiten bestempelden de Syrische rebellen die dictator Bashar al-Assad tot aftreden dwongen aanvankelijk als terroristen. Inmiddels is hun toon gematigd en hebben zij zich tot de diplomatie gewend om hun militaire aanwezigheid in Syrië te behouden. De Russen hebben een grote vliegbasis nabij Latakia in het noordwesten van Syrië, naast een marinebasis in de Middellandse Zeehaven Tartus.
Nu het regime van Assad is gevallen, is de toekomst van de Russische militairen in Syrië ongewis. Beide bases waren tot op heden buitengewoon belangrijk voor Rusland. Militair materieel arriveerde per schip in Tartus, waarna het over land werd verscheept naar de noordelijker gelegen vliegbasis.
Dat vliegveld fungeerde tot voor kort als verbindingsschakel tussen Rusland en Afrika: na een grote omweg via Irak en Iran maakten vrachtvliegtuigen in Syrië een tussenstop om bij te tanken. De vrachtvliegtuigen zijn zo groot en zwaar, dat ze niet in een keer van Rusland naar Afrika kunnen vliegen.
Vanaf de vliegbasis vlogen de ze door naar Libië en Mali en vervolgens naar Burkina Faso en de Centraal Afrikaanse Republiek. Onder meer in die landen levert Rusland wapens en manschappen voor uiteenlopende doeleinden, van bescherming van de militaire overgangsregering van Burkina Faso tot het vechten tegen jihadisten in Mali. Veel van die activiteiten werden opgezet door de Russische huurlingengroep Wagner. Na de dood van Wagnerleider Jevgeni Prigozjin werden deze activiteiten deels overgenomen door het ‘Afrikakorps’, dat door Moskou wordt aangestuurd.
Of de Russen, een trouwe bondgenoot van de afgezette dictator Assad, hun Syrische bases mogen behouden, valt te bezien. Als zij deze moeten opgeven, zullen ze op zoek moeten naar alternatieve plekken waar hun vliegtuigen een tussenstop kunnen maken. Alleen zo kunnen zij hun activiteiten en de afgelopen jaren fors gegroeide invloed op het Afrikaanse continent behouden. Een logisch alternatief voor de Syrische legerbases lijkt er niet te zijn. Waar kunnen de Russen terecht?
In het Noord-Afrikaanse Libië werken de Russen samen met krijgsheer Haftar. Hij controleert een gebied in het oosten van Libië, dat onder meer de luchthaven van Al Khadim en het aan de Middellandse Zee gelegen Tobruk omvat. Via die havenstad zouden de Russen zwaar materieel zoals trucks en wapentuig aan land kunnen brengen, waarna het via de lucht naar de Sahel kan worden gebracht.
Toch is de situatie in Libië anders dan in Syrië; daar hadden de Russen officiële afspraken met Assad, de soevereine leider van het land. Die status heeft Haftar niet, waardoor de Russen ook geen officiële luchtbasis kunnen opzetten. Daarbij komt dat Haftar 81 jaar oud is. Zijn zoons strijden volgens analisten al om wie het stokje gaat overnemen na de dood van hun vader. Dat komt de stabiliteit van de krijgsheer als potentiële partner van de Russen niet ten goede.
Dat de Russen graag een basis willen openen in Soedan, werd afgelopen juni nog eens benadrukt door het Kremlin. Met een marinebasis nabij Port Soedan zouden de Russen strategische toegang krijgen tot de Rode Zee. Van daaruit zouden de Russen de westelijker gelegen landen in de Sahel over land kunnen bereiken. Daarvoor zou er wel een einde moeten komen aan de Soedanese burgeroorlog, die sinds april in het Oost-Afrikaanse land woedt.
Hoewel de Russen in Syrië vooralsnog hebben aangetoond dat zij militaire bases kunnen opzetten en behouden in tijden van een burgeroorlog, is het de vraag of zij die gok nog eens willen wagen. Tegelijkertijd zit het Soedanese leger te springen om Russische wapens, dus heeft Rusland een sterke onderhandelingspositie. In juni beloofde de Russische viceminister van Buitenlandse Zaken, Mikhail Bogdanov, het Soedanese regeringsleger al ‘onbeperkte kwalitatieve militaire hulp’.
In augustus vierden Rusland en Egypte het 80-jarig jubileum van hun diplomatieke samenwerking. De Russen beschrijven Egypte als ‘toegangspoort naar het Afrikaanse continent’, aangezien het Noord-Afrikaanse land goed is voor een derde van de totale handel met het Afrikaanse continent. Daarmee is Egypte de belangrijkste handelspartner voor Rusland. Ook is Egypte sinds januari officieel lid van het door Rusland geleide Brics, een samenwerkingsverband van opkomende economieën.
Ondanks die nauwe banden achten experts het onwaarschijnlijk dat Rusland een marine- en/of vliegbasis opent op Egyptisch grondgebied. Daarvoor zouden de diplomatieke gevolgen voor de Egyptenaren, die ook goede banden onderhouden met onder meer westerse landen, te groot zijn.
In maart vorig jaar meerden twee Russische oorlogsschepen aan in de haven van het Oost-Afrikaanse Djibouti. Dat bezoek ging gepaard met topoverleg tussen Russische afgevaardigden en de regering van Djibouti, waarbij het belang van de vrije doorvaart en de ‘vriendschap’ tussen Rusland en Djibouti werd benadrukt. Over het openen van een Russische basis werd niet openlijk gesproken.
Djibouti is strategisch gelegen aan de Rode Zee en de Golf van Aden, waar veel vrachtverkeer tussen Europa en Azië doorheen vaart. Om die reden hebben China, Japan, Italië en Frankrijk daar een basis. Ook de grootste Amerikaanse legerbasis van het Afrikaanse continent, Camp Lemonnier, ligt in Djibouti. De Russen hebben in 2012 voor het eerst uitgesproken dat zij zich ook in Djibouti willen vestigen, een verzoek dat Djibouti later onder druk van de VS heeft afgewezen, omdat de regering van Djibouti ‘wilde voorkomen dat het land terrein zou worden voor een proxy-oorlog’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant