Het is altijd schipperen bij de keuze voor aan te bevelen tentoonstellingen: leggen we de nadruk op de regio, of ook ruimte en aandacht besteden aan exposities in het buitenland? Waarom kom je nooit los van het idee elitair te zijn (waarom dat überhaupt erg zou zijn, is een gekmakende discussie die niets aan actualiteit verliest) en is elke publiekslieveling of bekende kunstenaar ook de moeite van het bespreken waard? Dat zijn niet alleen vragen waar een coördinator beeldende kunst mee worstelt (bijvoorbeeld bij het samenstellen van deze lijst op basis van de positief besproken exposities in NRC), maar – zo blijkt – ook musea.
Oer-Hollandse helden als Frans Hals en Van Heemskerk zijn even veilige als goede exposities. Werk van vrouwen wordt genoeg tentoongesteld, en gelukkig steeds minder onder de noemer „vergeten vrouwen”, maar gewoon, omwille van hun werk. Een terugkeer naar de vertrouwde en gestandaardiseerde „schoonheid” van het verleden lijkt daarnaast weer de weg terug te vinden. Een route die met dit radicaal-rechtse kabinet steeds meer een veilige (maar niet per se gewenste) keuze voor musea wordt. Alsof we met z’n allen genoeg hebben van woedende, actuele kunst. Gelukkig hebben we Miriam Cahn en Małgorzata Mirga-Tas nog, alsook de biënnales in Venetië en Dakar. Dat die laatste trouwens maar eens in het standaard repertoire van niet te missen biënnales opgenomen mag worden.
Toef Jaeger
De expositie van Laure Prouvost gaf aan de hand van video, sculptuur, performance, textiel en tekst uiting aan hoopvolle boodschappen over onderwerpen als ecologie, het vrouwenlichaam en migratie.
Hans den Hartog Jager: Laure Prouvosts grote solo in De Pont, Tilburg was zo ontregelend dat deze krant ’m even over het hoofd zag. Best begrijpelijk. Op het eerste gezicht is het allemaal heel vrolijk, haar vliegende oma en haar suïcidale glazen vogels, maar een stap verder besef je dat Prouvost je wereld radicaal door elkaar schudt, inclusief een nieuw taalsysteem waarbij ze woorden voortdurend van nieuwe betekenissen voorziet. Prouvosts expositie verliet je vrolijk, terwijl je wereld toch volkomen was verkruimeld – een genot.
Curator Ad de Jong maakte met deze expositie van 50 beelden van 38 kunstenaars een zintuiglijke verrijkende tentoonstelling waar geen enkel letterlijk beeld van een moeder in voorkomt.
De werken zijn bekend van Frans Hals, maar bij elkaar hingen ze er mooi bij in de zuidvleugel van het Rijksmuseum.
Gijsbert van der Wal: „Als je ooit aan iemand duidelijk wilt maken wat er leuk is aan de schilderkunst”, schreef ik in februari in mijn recensie van het grote Frans Hals-overzicht, „dan moet je nu met hem of haar naar de zuidvleugel van het Rijksmuseum.” Daar sta ik nog steeds helemaal achter. Het was een feest van raak gepenseelde monden, ogen, handen, snorren, mouwen, vingers en haarlokken. Ik heb medelijden met iedereen die de tentoonstelling heeft moeten missen.
De rondreizende Europese biënnale Manifesta 15 in Barcelona vond plaats aan de rafelranden van de stad, met ruimte voor poëtische verbeelding.
Thomas van Huut: Ongrijpbaar en ambitieus. Deze biënnale paste bewust niet in een citytrip van een weekend. Verspreid door de hele metropoolregio Barcelona deed Manifesta iets bijzonders: de publiekstrekkende biënnale-formule inzetten om te laten zien dat de Catalaanse kunststad meer is dan La Rambla, maar juist niet om nóg meer internationale toeristen te trekken. Wel om te bouwen aan een nieuw stedelijk netwerk. Of dat slaagt is niet binnen de twaalf weken dat de manifestatie duurde te beoordelen, waarschijnlijk wel in de komende jaren.
De textielinstallaties van Benjocki bieden een extreem vertraagde blik op de geschiedenis, door de langzame, ambachtelijke manier van werken en door het inzoomen op ogenschijnlijk onbelangrijke details.
Janneke Wesseling: Met de tentoonstelling Weaving Resilience liet Kristina Benjocki zien hoe geschiedenissen voortdurend worden herschreven en hoe de beelden die daarbij horen steeds nieuwe betekenissen krijgen. Benjocki thematiseert de traumatische geschiedenis van haar land Servië in installaties van door haar vervaardigde weefsels in katoen, linnen, jute en wol. Zij grijpt terug op weefsels die werden vervaardigd door haar overgrootmoeder, grootmoeder en moeder. Zo verbindt Benjocki officiële geschiedschrijving met persoonlijke geschiedenissen zoals die liggen opgeslagen in tastbare objecten.
De overzichtstentoonstelling van Viviane Sassen bevestigt haar status als kunstenaar en modefotograaf van wereldformaat, maar is ook een pleidooi om het vermeende onderscheid tussen kunst en mode achter ons te laten.
Tonya Sudiono: Na het jarenlang strikt gescheiden houden van haar modefotografie en autonome kunst, komt de Amsterdamse fotografe Viviane Sassen (1972) er eindelijk voor uit: mode en kunst hoeven geen disciplines te zijn die strikt gescheiden dienen te worden. De expositie laat zien wat voor explosief fosforgehalte er ontstaat, nu ze boven de vermeende hokjes weet uit te stijgen. Een bevestiging van Sassens status als kunstenaar en modefotograaf van wereldformaat.
De tentoonstelling van avant-gardistenduo Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp zinderde van schoonheid en inspiratie. Hij roept ook een lastige vraag op: mag een kunstenaar zich het werk van de overleden partner toe-eigenen, al is het uit liefde?
Sandra Smets: Ik zag het jaren geleden al eens tijdens een bezoek aan hun atelierwoning in Parijs: tussen alle mooie beelden van Hans Arp hing een kleine kleurige verftekening die onwaarschijnlijk goed was, en wat bleek, die was van zijn vrouw: Sophie Taeuber-Arp. Haar talent straalt op de tentoonstelling van dit avant-garde-echtpaar. Zijn werk is goed, soms matig, dat van haar is fabuleus. Zou er geometrische kunst kunnen bestaan die mooier is? Misschien niet.
Op de tentoonstelling Kandinsky was het hoogtepunt – en hart – de Bauhaus Salon, een grote achthoekige ruimte met metershoge wandschilderingen van Kandinsky uit 1922.
De koppeling van Susanna met #MeToo lijkt banaal, maar in Museum Gouda bleek hoe accuraat die is. Het roofdierseksisme dat #MeToo aanklaagt zit al in Susanna’s verhaal verborgen.
De iconische werken van een beweging die door oervader André Breton voor het schrijven was bedoeld, maar vooral in de beeldende kunst succesvol werd.
Joyce Roodnat: Het Centre Pompidou doorzoekt de sprankeling van het surrealisme, de kunstrichting die ons sinds de jaren 20 van de vorige eeuw dwingt een ándere werkelijkheid te ontdekken in wat we voor bekend verslijten. De gebruikelijke namen (Dalí, Magritte, De Chirico) ontbreken niet, maar de focus ligt op verrassender imaginaire werelden zoals de provocerende schilderijen van Leonora Carrington en Leonor Fini, of ontregelende sculpturen als de Angel of Anarchy van Eileen Agar. Hoogtepunt is de koortsdroom-hotelkamer van Dorothea Tanning uit 1970.
Navid Nuur doet altijd dingen die niet kunnen. Hij rekt de tijd op, zo ook in de Oude Kerk, waar het honderd jaar duurt voordat zijn kunstwerk af is.
De figuren van de Zwitserse kunstenaar Miriam Cahn zijn geen individuen. In Cahns universum zijn mannen en vrouwen symbolen, de afdrukken van wat in de werkelijkheid gebeurt.
Lucette ter Borg: Veel werk hoefde directeur Rein Wolfs niet te verzetten voor het overzicht met werk van de Zwitserse schilder Miriam Cahn. Want Cahn (1949) is notoir eigengereid. Alles doet ze zelf: niet alleen het schilderen, ook het selecteren, hangen en – oh ja – zaalteksten zijn taboe. Het resultaat is keelsnoerend. Atmosferische kleuren, verfstreken die in het licht gloeien en in contrast daarmee: gruwelijke taferelen van dood en geweld.
De eerste grote overzichtstentoonstelling ooit over de kunstenaar Maarten van Heemskerck toonde tekeningen, prenten en schilderijen. Sint Lucas schildert de Madonna werd voor de gelegenheid gerestaureerd waardoor de heldere kleuren en details weer prachtig zichtbaar zijn geworden.
In de amper acht jaar dat de Canadees-Chinese Matthew Wong kunst maakte, schilderde hij een gloeiend, fonkelend en eenzaam oeuvre bij elkaar.
Rianne van Dijck: De schilderijen van de Canadees-Chinese kunstenaar Matthew Wong zijn kleurrijk, oogstrelend, harmonieus. Ondanks de schurende thematiek van eenzaamheid en een intense droefheid die er óók in zit, is het vooral heel erg mooi. Daar kon ik niet gelijk mee uit de voeten. Kitscherig? Te illustratief? Maar er was geen houden aan: ik werd meegezogen in zijn sprookjesachtige fantasie-universum waarin de verf van het doek spat, dwaalde tussen bespikkelde berkenbomen en over barre vlaktes en zag de zon meerdere malen opkomen.
Alicja Kwade, kind van een cultuurwetenschapper en een conservator, ontpopt zich in Voorlinden als een fysicus en een klinisch geneticus met poëtisch talent.
Cathelijne Blok: In de tentoonstelling van Alicja Kwade kregen alledaagse objecten zoals klokken, stoelen en spiegels een compleet nieuwe betekenis. Kwade speelt met concepten als tijd en ruimte en weet tegelijkertijd zowel het oog als de geest te prikkelen. Haar werk onthult de kwetsbaarheid van ons begrip van de werkelijkheid. Ze transformeert het herkenbare tot iets onverwacht diepzinnigs, dat nog lang blijft resoneren.
De schoonmaak van het zeshonderd jaar oude paneel bevestigt de artistieke en inhoudelijke betekenis van Jan van Eycks De Maagd van kanselier Rolin, die te zien was in het Louvre.
Bram de Klerck: De tentoonstelling in het Louvre rond de restauratie van de Maagd van kanselier Rolin door Jan van Eyck (ca. 1430), maakte prachtig duidelijk hoe de schilder de traditie van zijn tijd volgde, maar laat ook zien waarin zijn vernieuwende genialiteit school. De voorstelling sluit aan bij oudere, middeleeuwse Mariasymboliek en devotionele portretten. En na de schoonmaak is ook de, tot dan toe ongekende, verbluffend minutieuze detaillering waar de schilder zo beroemd om is, weer kraakhelder te zien.
De Poolse kunstenaar Malgorzata Mirga-Tas zet kunst in voor het tonen van een eigen identiteit van Roma. De expositie gaat over meer dan Roma – ook om positief activisme: niet afkraken maar een alternatief wereldbeeld neerzetten, waarbij kunst kan helpen.
Voor het eerst is in Nederland een tentoonstelling van mummieportretten uit Egypte, waarin twee tradities samenkomen, die van het mummificeren van lichamen uit Egypte en die van Griekse en Romeinse portretten op paneel.
Bianca Stigter: Voor het eerst was er in Nederland een tentoonstelling van mummieportretten uit Egypte, de oudste bewaard gebleven portretschilderkunst. Het realisme van de portretten is verbluffend, ongeveer zoals de dieren in de grotten van Lascaux en Sulawesi verbluffend zijn. Maar nu zijn het geen dieren maar mensen, die je aankijken alsof je voor de spiegel staat. De vraag of er vooruitgang in de kunst is, wordt door de beste portretten meteen belachelijk gemaakt.
Een van Afrika’s grootste en volgens velen belangrijkste moderne kunstevenement in Senegals hoofdstad Dakar. Anders dan in Venetië of Kassel, waar kunst van over heel de wereld is te zien, draait de Dak’Art Biënnale om kunst van het continent en haar diaspora, met ook een plekje voor de Caraïben.
In de 60ste editie van de Biënnale in Venetië viel de hoofdtentoonstelling dit jaar een beetje tegen, maar wat waren er een hoop schitterende landenpaviljoens te zien, en een niet te versmaden William Kentridge.
Toef Jaeger: Hoewel het idee achterhaald is en er ook een hoop is af te dingen op hoe de landenpaviljoens verdeeld zijn in de Giardini en de stad, zijn de tentoonstellingen per land – bij de paviljoens die boeien – een soort staalkaart van de gesprekken die gevoerd worden binnen een samenleving en door een kunstenaar worden vormgegeven. Het Nederlandse paviljoen toonde lef in het gesprek over (de)kolonisatie en werd geweldig uitgewerkt. Bij elkaar genomen vertelden veel paviljoens het verhaal van werelden die vechten om hun (voort)bestaan. Om daar deelgenoot van te worden gemaakt is een geschenk.