Zestig dierenactivisten die in 2019 een varkensstal in het Noord-Brabantse Boxtel binnendrongen, zijn vrijgesproken. Het gerechtshof in Den Bosch oordeelt dat de activisten geen bewezen strafbare feiten hebben gepleegd.
Tientallen dierenactivisten bezetten in mei 2019 een varkensboerderij in Boxtel, omdat er gewonde dieren in het gebouw zouden zijn. De demonstranten wilden aandacht voor dierenleed en wilden dat de eigenaar van de fokkerij de gewonde dieren aan ze zou overdragen. Ze zeiden pas te vertrekken als aan die eis werd voldaan.
Tientallen boeren kwamen daarop naar de varkensboerderij voor een tegendemonstratie. Daarop ontstond een chaotische situatie, waarbij boeren onder meer auto's van de dierenactivisten in de sloot duwden.
Het Openbaar Ministerie meende dat de activisten op illegale wijze de stal waren binnengedrongen. Ook zouden ze die stal uren bezet hebben gehouden om "zo veel mogelijk aandacht te vragen voor wat zij belangrijk vinden, namelijk het gebrek aan dierenwelzijn in varkenshouderijen".
De rechtbank van Oost-Brabant veroordeelde in november 2019 67 dierenactivisten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van 300 euro. Dat moest volgens de rechtbank voorkomen dat de activisten opnieuw de fout in zouden gaan. Maar de dierenactivisten gingen daarop in beroep.
Het gerechtshof van Den Bosch oordeelt nu onder meer dat er niet bewezen kan worden dat de dierenactivisten de staldeuren hebben geforceerd. Ze gedroegen zich vreedzaam en konden volgens het hof er niets aan doen dat ze urenlang binnenbleven. Dat waren de activisten naar eigen zeggen niet van plan. Ze moesten van de politie langer binnenblijven "om een confrontatie met de buiten aanwezige boeren te vermijden".
Volgens het hof is niet bewezen dat de activisten "bij het uitoefenen van het demonstratierecht de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit hebben overschreden".
Source: Nu.nl algemeen