Onder leiding van Jan Zoet (1958-2024) werd tijdens de coronapandemie een monsterverbond opgericht, en ontstond iets bijzonders, waaraan het tot dan toe in de cultuursector had ontbroken: eendracht en solidariteit. Hij overleed zaterdag op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersentumor.
Eensgezindheid in de Nederlandse podiumkunsten. Dat leek door de schaarse verdeling van middelen lange tijd onmogelijk, totdat theaterdirecteur en belangenbehartiger Jan Zoet tijdens de coronapandemie het voortouw nam in een gezamenlijke lobby voor de zwaar getroffen cultuursector. Ondanks aanhoudende tegenslagen van langdurige sluitingen, dalende inkomsten en slinkende reserves wist hij met Jeroen Bartelse van TivoliVredenburg veel instellingen, vooral ook de middelgrote, te behoeden voor een financiële crisis.
Met Zoet aan het hoofd van een monsterverbond, de zogeheten Taskforce culturele en creatieve sector, ontstond iets bijzonders, waaraan het tot dan toe in de cultuursector had ontbroken: eendracht en solidariteit. De eensgezinde lobby resulteerde in substantiële financiële overheidssteun, waardoor geen enkele culturele instelling omviel tijdens de pandemie. Zoet overleed zaterdag op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersentumor.
Als theaterman in hart en nieren streed Zoet achter de schermen altijd voor het belang van makers en kunstenaars. Alleen met serieuze aandacht voor experiment en innovatieve makers kunnen podiumkunsten bloeien, was het motto van zijn lange carrière in de theaterwereld. Na een studie Nederlandse taal- en letterkunde werkte hij eerst vijf jaar als theaterrecensent voor dagbladen en tijdschriften.
In de jaren tachtig en negentig ontwikkelde hij zich van speler, producent en dramaturg tot zakelijk en artistiek leider van gezelschappen en festivals. Met regisseur Johan Simons in de leiding van Theatergroep Hollandia zette Zoet het locatietheater mede op de kaart en als programmeur bij het Mickery Theater toonde hij een neus voor avant garde.
In 1998 werd hij directeur van de Rotterdamse Schouwburg, waar hij in 2001 samen met Museum Boijmans Van Beuningen, V2 en het Internationale Filmfestival Rotterdam een interdisciplinair productiehuis oprichtte, eerst nog De Kist genoemd. Vijf jaar lang vormde het mede door hem bedachte festival De Internationale Keuze een belangrijke springplank naar de grote zaal voor experimentele makers van binnen en buiten de grenzen.
Zoet gaf een boost aan de samenwerking tussen verschillende kunstdisciplines, zoals theater, dans, nieuwe media, beeldende kunst en muziek, met steun voor jonge collectieven zoals Wunderbaum, Urland en Hotel Modern. En door internationaal vernieuwende kunstenaars vroeg naar Rotterdam te halen (zoals Forced Entertainment, Christoph Marthaler, William Forsythe, The Wooster Group en Nature Theater of Oklahoma). Hij bracht bovendien theaters in heel Nederland samen om zorg te dragen voor zichtbaarheid van een nieuwe generatie makers.
Vijftien jaar later verruilde hij zijn directeurschap van de Rotterdamse schouwburg voor de leiding van de Academie voor Theater en Dans, een faculteit van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Daar stimuleerde hij de ontwikkeling van maatschappelijk engagement onder kunstvakstudenten. Niet omdat subsidiënten zouden vragen om toegankelijk theater, wel omdat makers zich volgens hem met hun talent altijd moesten verhouden tot de grote vragen van hun tijd.
In 2020 volgde zijn benoeming tot directeur van Amare, het grote complex voor de podiumkunsten dat een jaar later in Den Haag werd geopend. Hoewel Amare het huis werd van drie grote instellingen (Residentie Orkest, Koninklijk Conservatorium en Nederlands Dans Theater) hield Zoet oog voor kleine initiatieven en speciale festivals. Bovendien bedacht hij een succesvolle, gastvrije strategie om via Open Amare iedere stadsbewoner zich thuis te laten voelen in het immense cultuurgebouw.
Naast zijn directeurschap maakte Zoet deel uit van talrijke besturen, commissies en jury’s. Zijn belangrijkste nevenfunctie was voorzitter van Kunsten ’92, de belangenorganisatie voor de culturele en creatieve sector. Die presenteerde in 2017 de belangrijke Arbeidsmarktagenda, waarin onder meer een lans werd gebroken voor ‘fair pay’: het beëindigen van de structurele onderbetaling in de cultuursector.
Langzaam maar gestaag realiseerde Kunsten’92 politieke, sociale en culturele aandacht voor een eerlijkere betaling. Net als bij de Taskforce culturele en creatieve sector, waarin 111 organisaties waren vertegenwoordigd, zoals werkgeversverenigingen en vakbonden, bleef Zoet bij Kunsten ’92 hameren op het maatschappelijk belang van een gezonde cultuursector.
Bij het afzwaaien als voorzitter van de belangenorganisatie werd Zoet in 2022 voor zijn inzet benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Toenmalig staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur prees bij die toekenning Zoets rol. ‘Jij ging altijd – gewapend met waardigheid, diplomatie en overtuigingskracht – op zoek naar oplossingen, naar samenwerking, naar geld. Als een echte ridder voor de kunsten heb jij je eindeloos, belangeloos en weergaloos ingezet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant