Home

Tiger II

Op 16 december 1944, vandaag tachtig jaar geleden, begon het Ardennenoffensief. Het was een wanhoopspoging van Adolf Hitler om het tij in de Tweede Wereldoorlog te keren. Volledig op zijn gedachtengoed gebaseerde tanks moesten de hoofdrol spelen, maar faalden.

In het dorpje La Gleize in de Belgische Ardennen staat een grote tank voor de deur van een oorlogsmuseum. Deze tank, een Duitse Panzerkampfwagen Tiger Ausf.B - ook bekend als de Tiger II, of Köningstiger - roest sinds december 1944 langzaam maar zeker weg. Ooit de schrik van tegenstanders van Hitlers Derde Rijk, nu al jaren toeristentrekker. Hoe is die gigantische tank daar gekomen?

Eerst de situatieschets: het is december 1944. Na de succesvolle invasie van de geallieerde troepen in Normandië in juni is de opmars na de mislukte Slag om Arnhem tot stilstand gekomen. De bevoorradingsproblemen zijn groot. De Antwerpse haven is na de Slag om de Schelde per eind november in gebruik, maar dat effect laat nog even op zicht wachten. Bovendien is er in de geallieerde top oneenigheid over volgende stappen.

Aan Duitse zijde zijn de problemen nog veel groter. Het immense Rode Leger rukt aan het oostfront gestaag op. Hitler wil tijd kopen door de geallieerde opmars in het Westen te stoppen. Maar de Duitse middelen zijn zeer beperkt. Vooral brandstof is schaars. Bovendien is de Luftwaffe de controle over het luchtruim kwijt. Verplaatsingen overdag zijn gevaarlijk.

Toch denkt Hitler dat het mogelijk is om met een offensief door de Ardennen uiteindelijk Antwerpen te heroveren. Zijn militaire top vindt dat voornemen veel te ambitieus, maar maakt toch een plan. Dat begint op 16 december 1944: Unternehmen Wacht am Rhein. Beter bekend als het Ardennenoffensief, of in het Engels: The Battle of the Bulge.

De Duitse legers waren in 1940 al succesvol door de Ardennen getrokken voor de aanval op Frankrijk. Dat gebeurde wel in mei, onder goede omstandigheden. De Ardennen in de wintermaanden leent zich op het eerste gezicht niet voor een snelle opmars, maar het geeft de Duitsers precies wat ze nodig hebben: slecht weer. Daardoor blijven de meeste geallieerde vliegtuigen aan de grond en kunnen de Duitse tanks overdag veilig bewegen.

Die Duitse tanks vertellen zelf het verhaal van de oorlog, van Hitlers megalomane en vaak weinig rationele kijk op de zaak. De Königstiger in La Gleize is daar het perfecte voorbeeld van. Als de 'Führer' in 1943 oog in oog staat met een prototype is hij razend enthousiast. Hitler vindt dat de Duitse oorlogsindustrie imposante tanks moet bouwen, met grote kanonnen die vijandige tanks met gemak kunnen uitschakelen. Grote, machtige tanks die de superioriteit van zijn Derde Rijk uitstralen; de Köningstiger is er een perfect voorbeeld van. Al is er op dat moment zelfs een nog veel grotere tank in ontwikkeling: de 188 ton wegende en vooral bizarre Panzer VIII 'Maus'.

Zoveel weegt de Königstiger niet, maar met 68 ton schoon aan de haak is de tank nog altijd een zwaargewicht. Dat gewicht blijkt uiteindelijk een van de grootste vijanden van de oorlogsmachine. Maar op het eerste gezicht is de belangrijkste geallieerde tank die de Tiger II in de Ardennen zal tegenkomen kansloos.

Dat is de Amerikaanse Sherman. Die weegt nog niet de helft, heeft veel dunnere bepantsering en bovendien een veredelde proppenschieter als kanon vergeleken met het hoofdwapen van de Tiger II. Geallieerde tankcrews vrezen de Duitse tanks, en met recht. Ook de relatief kleinere Tiger I en Panther zijn de geallieerde Shermans in een een-op-eenduel makkelijk de baas.

De praktijk blijkt weerbastiger. De Duitse oorlogsindustrie heeft structureel te maken met bombardementen. De Henschel-fabriek waar de Tigers in elkaar worden gelast, is in september 1944 nog vrijwel volledig in de as gelegd. Er zijn dus niet veel Königstigers beschikbaar. Uiteindelijk worden er in totaal maar 489 gemaakt. Ook voor de andere bekende Duitse tanktypes geldt: technisch superieur, maar de geallieerden hebben veel grotere aantallen tot hun beschikking.

Benzine is bovendien dus schaars, terwijl de Tiger II dat op een zorgwekkend niveau consumeert. Met een volle tank van 860 liter komt de tank hooguit 171 kilometer ver. De techniek is bovendien imponerend, maar ook een zwakte. Vooral de hoogste versnelling - de Tiger heeft er 8 vooruit en 4 achteruit - begeeft het regelmatig.

De Maybach-twaalfcilindermotor is grotendeels dezelfde als uit eerdere, lichtere Duitse tanks. Een motorvermogen van 600 pk is eigenlijk te weinig voor de 68 ton aan staal. De hele aandrijflijn krijgt zo veel te verduren dat veel Tiger II's het simpelweg begeven.

De Königstigers van 'Schwere SS-Panzerabteilung 501' vormen vanaf 16 december de speerpunt van de noordelijke aanval, maar lopen al snel tegen allerlei problemen aan. Tiger 213 is hier ook bij betrokken. In een confrontatie met de Amerikanen verliest de tank een deel van het kanon en raken de rupsbanden beschadigd, waarna de vijfmanscrew de tank achterlaat in La Gleize.

Het is het lot van veel Tigers, die door de bemanning met technische problemen of een lege brandstoftank worden geparkeerd. Bij aanvang hadden de Duitse troepen al niet genoeg benzine om Antwerpen te halen. Dat moet gebeuren op buitgemaakte Amerikaanse brandstof, die de Duitsers maar mondjesmaat vinden. De Duitsers verliezen hier meer tanks aan dan aan vijandelijk vuur.

De superieur geachte Tiger II's is bovendien bedacht voor duels op de open vlakte aan het oostfront, niet op de kronkelwegen in de Ardennen. Langzaam opererend zijn de tanks kwetsbaar voor verscholen anti-tankkanonnen of andere wapens die toch door het dikke pantser komen. De kansloos geachte Shermans worden inderdaad met enige regelmaat aan flarden geschoten, maar hebben ook wel degelijk effect tegen de Tigers.

Daar komt bij dat Schwere SS-Panzerabteilung 501 weliswaar bestaat uit fanatici van de SS, maar door jaren oorlogsvoering is ook een tekort aan ervaring. De vaak jonge bemanning van de tanks maakt tactische fouten.

Zo gaat het hard; eind december is de eenheid de helft van de dertig Tiger II's waarmee twee weken eerder de aanval begon al kwijt. Zustereenheid Panzerabteilung 506 vergaat het verder naar het zuiden in eerste instantie beter, maar moet uiteindelijk ook met de staart tussen de benen rechtsomkeert maken. Zonder tanks.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next