Leo van Raaij, journalist van De Twentsche Courant Tubantia, interviewde vorige week Henk Vermeer, de nummer twee van de BBB. Laatstgenoemde komt regelmatig in het nieuws vanwege de verspreiding van desinformatie en nam onlangs enthousiast een rapport over windturbines in ontvangst van de klimaatsceptische organisatie Clintel, in 2022 door de Nederlandse rechter veroordeeld voor de verspreiding van desinformatie.
Het werd een masterclass van de ervaren journalist, die Vermeer bleef confronteren met zijn vele loopjes met de waarheid. Het gesprek ging van Twentse windturbines naar Vermeers opmerkingen over de overstromingen in Valencia – die verergerd zouden zijn door het afbreken van wat dammetjes stroomopwaarts. Wanneer Van Raaij blijft volhouden dat die dammetjes geen relatie hadden met de (omvang van de) ramp, zegt Vermeer dat hij ‘andere informatie’ heeft. ‘Ik krijg ook berichten van mensen die in Valencia wonen.’
Voor Vermeer zijn de verzinsels van een enkele socialemediagebruiker uit de regio Valencia genoeg om de wetenschap overboord te gooien: ‘een roepende in de woestijn kan ook gelijk hebben’. Maar Vermeer of zijn ‘bron’ is natuurlijk helemaal geen roepende in de woestijn, maar een van de miljoenen mensen die op sociale media op industriële schaal gefabriceerde en verspreide desinformatie aanhangen. Omdat het ze wel goed uitkomt.
Het interview, dat tot de lesstof op journalistieke opleidingen zou moeten behoren, staat in schril contrast met de manier waarop Vermeer in landelijke kranten of talkshows wordt onthaald. Hij is regelmatig te gast bij Sven Kockelmann, die toch als een zwaargewicht wordt gezien, maar Vermeer voortdurend laat wegkomen met hele en halve verzinsels. Dat juist een journalist van een regionale krant laat zien hoe je een ‘regio’-politicus aanpakt, is niet verrassend.
Bij regionale kranten is er namelijk nog slow journalism; omdat men minder concurreert op snelheid is er op die redacties een vertraging, een overdenking en voorbereiding die maakt dat men beter beslagen ten ijs komt, zonder de haast die zo typisch is voor massamedia. Daarnaast spreken regionale journalisten de taal van de geïnterviewde, soms letterlijk, en hebben zij geen last van het verraderlijke exotisme dat Randstedelingen betrachten bij het interviewen van ‘lekker authentieke’ plattelanders.
Helaas zijn regionale redacties wereldwijd in de verdrukking gekomen door geldgebrek. Lokale verslaggeving wordt regelmatig simpelweg vervangen door een ‘liveblog’ waarin berichten van socialemedia-accounts zonder filter worden doorgeplaatst, bijvoorbeeld bij rampen. Zonde, want lokale media hebben een onderschat democratisch belang: zij zorgen voor verbinding tussen de regio en de rest van het land, en bieden andere inzichten dan de landelijke media.
Zeker wanneer de landelijke media en politieke pers onder invloed zijn van gamificatie, het idee dat politiek een spel is, entertainment zelfs, met winnaars en verliezers, een idee dat inmiddels de standaard is geworden. Carl Sagan, hoogleraar astronomie en ruimtewetenschappen en befaamd voorvechter van de wetenschap, klaagde al in 1996 over ‘dumbing down’ door het gebrek aan inhoud bij de massamedia, ‘de programmering van de laagste gemene deler’, die ‘vol goedgelovige presentaties over pseudowetenschap en bijgeloof’ zit, met ‘een soort viering van onwetendheid.’ En toen moesten sociale media nog komen.
De journalistiek fungeerde lange tijd als poortwachter; de media bepaalden welke gebeurtenissen het nieuws haalden en op welke manier dat nieuws werd besproken. Dat ging heus niet altijd goed, maar de mensen werkzaam in die media voelden de verantwoordelijkheid om een zuivere afweging en weergave te maken van een gebeurtenis of uiting, rekening houdend met het belang daarvan voor de publieke zaak. Leo van Raaij liet vorige week zien dat dat ambacht nog niet uitgestorven is.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.