In Baba Amr in de Syrische stad Homs keren de mensen terug die door de burgeroorlog werden verdreven. De arbeiderswijk ligt aan gort en er is niet genoeg te eten, maar iedereen is vol hoop. ‘Nu Assad weg is, maakt het me niks meer uit.’
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit de Syrische stad Homs.
Oproer in een zijstraat van Homs. Bij een buurtwinkel worden zakken met brood uitgedeeld, maar er is niet genoeg voor iedereen. In de deuropening probeert de verkoper de orde te bewaken. ‘Het brood van gister is ook op’, beantwoordt hij de smekende blikken van hongerige bewoners. ‘Wie meer dan één broodzak heeft, moet maar delen.’
Een eenvoudig leven is het niet, hier in Baba Amr, een arbeiderswijk in het zuidwesten van de Syrische stad Homs. Scholen en ziekenhuizen liggen in puin, net als bakkerijen. De zakken brood zijn door de nieuwe machthebbers aangevoerd vanuit de provincie Idlib, zo’n twee uur rijden noordwaarts. Ze zijn vandaag gratis af te halen. Om de buurtwinkel heen is het decor grimmig, met kogelgaten in iedere gevel.
Toch wordt er volop gelachen. Een pick-uptruck komt toeterend aangereden. De kinderen in de laadbak steken twee vingers in de lucht. Er is nauwelijks een week verstreken sinds de val van de Syrische president Bashar al-Assad, en overal in het land stoten mensen elkaar aan vol ongeloof, verwarring en euforie. Is hij echt weg? Iemand heeft het portret van Assad op het asfalt gelegd, zodat voorbijgangers er pontificaal op kunnen gaan staan, het liefst terwijl ze een selfie maken. De dictator is een voetveeg geworden.
Bewoners die door de burgeroorlog werden verdreven, keren druppelsgewijs terug naar Baba Amr. Neem de man achter het stuur van de pick-uptruck, Fadlallah al-Milaash (25). Hij ontvluchtte de wijk als tiener, en is nu – dertien jaar later – als vader teruggekeerd. ‘Dit was een droom’, glundert hij. Sinds hij met zijn gezin is teruggekeerd, drie dagen geleden, heeft hij van opwinding geen oog dichtgedaan.
Zoals iedereen hier kan hij je precies vertellen hoe het begon. Kort na het uitbreken van de opstand tegen Assad, in maart 2011, sloegen de protesten over naar Homs. Vanwege de aanhoudende demonstraties doopten activisten de stad om tot ‘hoofdstad van de revolutie’.
Geen wijk in de stad was zo opstandig als Baba Amr, een buurt van boerenzonen en dagloners. Zij trokken in de jaren zestig en zeventig naar de stad, aangelokt door de belofte van een betere toekomst, maar die loste de regering-Assad nooit in. Vreedzame protesten mondden uit in een gewapende strijd. Met hun kalasjnikovs maakten de mannen van Baba Amr uiteindelijk weinig kans tegen de artillerie en gevechtsvliegtuigen van het regime-Assad. De wijk ging aan gort. Iedere dag was het raak. Journalisten die ooggetuige waren van het wekenlange beleg turfden honderd explosies per uur.
Ruim een decennium later is de stilte totaal. Een vlucht duiven scheert over de daken. Hiba Sabbouh, een 35-jarige activist en influencer, wandelt met hernieuwd zelfvertrouwen door haar wijk. Ook zij heeft nauwelijks geslapen. ‘Hoogstens vijf uur’, zegt ze glimlachend. ‘Voor het eerst in ons leven voelen we iets van vrijheid.’
Sabbouh heeft haar eigen stichting die zich inzet voor verbeteringen in de wijk. Ze schat dat zo’n 15 à 20 procent van de vooroorlogse bevolking is teruggekeerd. De rest is dood, verdreven of wacht op betere tijden. Sinds het regime weg is, hangt ze aan de telefoon met vrienden en familieleden om te peilen of ze willen terugkeren. Dat klinkt simpel, maar is het allerminst. Wat als je huis in puin ligt? Wie gaat er voor de wederopbouw betalen? ‘Jullie zijn de generatie van het vrije Syrië, zeg ik dan. Het land heeft jullie nodig.’
Zelf heeft ze ook een lange weg afgelegd. In 2012, toen de wijk werd belegerd, was Sabbouh student Engelse literatuur. Ze woonde een paar honderd meter buiten Baba Amr. Ze besloot kleren, medicijnen en voedsel in te zamelen voor de wijkbewoners – een riskant besluit, want diezelfde bewoners stonden in Damascus te boek als ‘terroristen.’
Een buurman verklikte haar in 2013 aan het regime. ‘Vervolgens gingen mannen de wijk rond. Ze vroegen: waar is het huis van Hiba Sabbouh?’ Op de universiteit werd ze opgepakt, geblinddoekt en afgevoerd naar een detentiecentrum. Iedere ochtend werden de namen voorgelezen van de mensen die naar beruchte martelcentra zoals Sednaya (nabij Damascus) zouden worden afgevoerd. ‘Ik dacht: dit wordt mijn dood.’
Tijdens de ondervragingen hield ze vol dat ze nooit ‘terroristen’ had geholpen. ‘Mijn inzamelingen waren voor burgers, zei ik, niet voor de strijders.’ Vrienden van haar familie wisten haar uiteindelijk vrij te krijgen door smeergeld te betalen – hoeveel precies is onduidelijk. Toen ze na een week thuiskwam, was de buurman er ook. De herinnering doet haar huiveren. ‘Ik kon hem horen zingen.’ De man, wiens naam bekend is bij de Volkskrant, zou tientallen mensen hebben verraden. Het is onduidelijk waar hij nu is; mogelijk is hij uitgeweken naar Europa.
Terugkeren naar Baba Amr betekent terugkeren naar een landschap vol spoken. Het is goed denkbaar dat er lichamelijke resten onder het puin liggen. Op een blinde muur heeft iemand – vermoedelijk een regeringssoldaat – de naam ‘Bashar’ gekalkt, een onmiskenbare verwijzing naar de dictator. Sabbouh zegt dat ze 75 familieleden, inclusief neven en achterneven, tijdens de burgeroorlog heeft verloren. Na een stilte: ‘Als God het wil, maken we Syrië mooier dan het vroeger was.’
Onder de wijkbewoners die zijn teruggekeerd, is ook rebellenleider Nasser al-Nahar (41) die momenteel – bij gebrek aan een wijkburgemeester – de scepter zwaait over Baba Amr. Hij houdt kantoor in het oude hoofdkwartier van het Syrische leger, midden in zijn oude wijk. Omdat zijn huis in puin ligt, is dit ook zijn slaapplek. In de hoek liggen opgestapelde matrasjes en paardendekens.
Nahar heeft de route afgelegd die talloze rebellen hem voorgingen. Na de val van Baba Amr week hij uit naar Noord-Syrië, waar hij bij de pro-Turkse Sultan Murad-brigade terechtkwam. Hij voerde het bevel over achtduizend man. De groepering is omstreden, en wordt door Amnesty International beticht van oorlogsmisdaden. ‘Dat speelde zich af voor ik bij de groep kwam’, bromt Nahar. Ondanks die omstreden reputatie ontving de brigade pick-uptrucks en andere spullen van de Nederlandse regering – een ongemakkelijke waarheid waar een Haagse commissie uiterst kritisch over oordeelde.
Tijdens het recente offensief vocht de pro-Turkse groepering onder de vlag van Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Volgens Nahar zijn er handlangers van Assad opgepakt bij de inname van Homs, al wil hij niet zeggen hoeveel. Wat moet er met hen gebeuren? ‘Als een zoon van Syrië vind ik dat ze moeten worden geëxecuteerd. Maar ik ben geen rechter, daar zal een nieuw tribunaal over moeten oordelen.’
Als het om terugkeer gaat, maakt hij onderscheid tussen twee groepen: vluchtelingen in Europa en die in buurlanden als Libanon. ‘Die laatste groep komt zeker terug. Uit Europa weet ik het niet, daar leiden ze comfortabele levens.’ Vier van zijn zussen zitten nog in Turkije. Wat zij gaan doen, is nog onduidelijk.
Terugkeer, zo blijkt, is een proces vol hobbels. Het gebeurt geregeld dat families naar Baba Amr komen, ontdekken dat hun huis nog in puin ligt en besluiten dat de tijd voor terugkeer nog niet rijp is. Er zijn ook mensen zoals Naim Sabbouh (65), een verre verwant van Hiba. Hij keerde al in 2019 terug naar de wijk, destijds in een procedure die mogelijk werd gemaakt door het regime-Assad. Het volstond om een lijst in te leveren met de namen van al je familieleden. Zolang er geen ‘terroristen’ op stonden, kon je terug.
Naim vindt dat hij heeft geboft. Hij heeft twee huizen, waarvan er ‘slechts’ eentje is kapotgeschoten. Terwijl de oproep tot gebed door de wijk schalt, laat hij zien waar de voordeur ooit zat. De verwoesting is immens, maar hij treurt er niet om. ‘Nu Assad weg is, maakt het me niks meer uit.’ Die blijdschap maakt alles draaglijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant