De bevriende natuurkundigen Wolfgang Gentner en Fréderic Juliot-Curie werkten tijdens de oorlog samen om een Duitse atoombom tegen te houden. Onderzoeksjournalist Astrid Viciano ontrafelde het verhaal van de Duitser en de Fransman.
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Wolfgang Gentner was de vijand. Officieel dan. Na de Franse capitulatie in de zomer van 1940 kwam de Duitse fysicus in opdracht van het naziregime naar Parijs om daar de leiding te nemen over het atoomonderzoek in het prestigieuze Collège de France. Het instituut beschikte aan het begin van de oorlog over de grootste en krachtigste deeltjesversneller van Europa, opgesteld – of misschien is ‘ingebouwd’ een beter woord – in de kelder van het Collège in het hartje van de Franse hoofdstad. Een enorm apparaat, niet te verplaatsen en te complex om zomaar te demonteren en te verhuizen.
En dus detacheerden de nazi’s hun eigen natuurkundigen. Kleine misrekening van de Duitsers: het instituut stond onder leiding van Fréderic Joliot-Curie, de schoonzoon van Marie Curie en een goede vriend van Gentner. Terwijl Joliot-Curie alles probeerde om het Duitse atoomonderzoek te vertragen, en in de loop van de oorlog steeds verder in het verzet rolde, hield Gentner hem zoveel mogelijk uit de problemen met de nazi’s.
De Duitse onderzoeksjournalist Astrid Viciano (onder meer Die Zeit, Stern, Südddeutsche Zeitung) ontrafelt het verhaal van Gentner en Joliot-Curie in haar boek Die Formel des Widerstands (De formule van verzet), dat dit najaar uitkwam in Duitsland. Viciano kwam de geschiedenis op het spoor toen ze in Parijs woonde, vertelt ze via een videoverbinding. ‘Ik kwam op weg naar het station altijd langs een woning met een plaquette: hier woonde Marie Curie met haar familie. Dat wekte m’n belangstelling. Gaandeweg ben ik gaan lezen over haar rol in de wetenschapsgeschiedenis. Via Marie kwam ik bij haar dochter Irène, die zelf ook een Nobelprijs voor natuurkunde heeft gewonnen, en dat bracht me bij haar partner, Frédéric Joliot-Curie, óók een Nobelprijswinnaar. En zo kwam ik bij Wolfgang Gentner.’
U ontdekte de nogal onwaarschijnlijke vriendschap tussen Gentner en Frédéric Juliot-Curie. Hoe kenden zij elkaar?
‘Gentner werkte tussen 1933 en 1935 in het Institut du radium in Parijs, waar Marie Curie hem onder haar hoede nam. Terwijl hun Franse collega’s lange lunchpauzes hielden, spraken Curie en Gentner in de tuin van het instituut over hun onderzoek, maar bijvoorbeeld ook over de opkomst van Hitler. Zo ontwikkelde zich gaandeweg een hechte vriendschap met de familie Curie. Hij werd bij de familie thuis uitgenodigd voor het diner, destijds in Frankrijk erg ongebruikelijk. En als Marie ergens naartoe moest, dan reed Gentner haar soms met de auto.’
In tegenstelling tot de familie Curie lijkt Gentner een beetje vergeten. Wat voor man was hij?
‘Zijn mentor aan de Universiteit van Frankfurt omschreef hem in een aanbevelingsbrief aan Curie als een zeer getalenteerde jonge onderzoeker. Hij beschrijft ook zijn persoonlijkheid: ‘Een integer persoon. Iedereen in het laboratorium is op hem gesteld.’ Die integriteit verklaart denk ik waarom hij tijdens de oorlogsjaren deed wat hij deed.’
Na de Franse capitulatie in juni 1940 leek Gentner de aangewezen persoon om toezicht te houden op het werk van uitgerekend Joliot-Curie. Onderzoek in diens laboratorium moest de Duitsers helpen bij het maken van een eigen deeltjesversneller – essentieel voor nucleair onderzoek en uiteindelijk de atoombom.
Terwijl Frédéric en zijn Franse collega’s probeerden het werk te traineren en zich op allerlei andere manieren verzetten tegen de Duitsers, stelde Gentner alles in het werk om zijn oude vriend en diens kompanen te beschermen. Hij wist, of hij kon vermoeden, dat er vanuit het verzet van alles speelde. Terwijl de résistance het Collège de France gebruikte om wapens te verbergen (jaren na de oorlog werd bij een verbouwing een groot arsenaal aan pistolen, geweren en granaten teruggevonden), leerde Gentner om geen vragen te stellen als Franse collega’s ineens de deuren van hun labs sloten.
Toen Joliot-Curie door de nazi’s werd opgepakt, bespeelde Gentner op handige wijze de nazi-hiërarchie om hem uit de cel te krijgen. Intussen werkten de mannen gestaag aan hun onderzoek dat vooral geen resultaat voor de Duitse oorlogsinspanning mocht opleveren.
Het lijkt me met name voor Gentner als Duitser lastig om de druk op hun vriendschap te weerstaan.
‘Toen hij er na de oorlog naar werd gevraagd, zei hij dat het ‘vanzelfsprekend’ was, the right thing to do, maar in de praktijk was het moeilijk en gevaarlijk.’
Hoe zit dat voor Joliot-Curie? Hoe keek men in Frankrijk naar zijn samenwerking met het Duitse onderzoek?
‘Mensen dachten dat hij collaboreerde met de nazi’s en het verradersregime in Vichy. Officieel was dat ook zo. Hij had gekozen om in zijn lab te blijven en daar met Duitsers samen te werken aan het atoomonderzoek. In werkelijkheid werkte hij in de loop van de oorlog meer en meer voor het verzet.
‘Er zijn wel zeer publieke voorbeelden van Joliot-Curies verzet tegen de Duitsers. Toen de nazi’s in oktober 1940 Paul Langevin arresteerden – een eminente natuurkundige die in Frankrijk in hoog aanzien stond – heeft Juliot-Curie een hoorcollege gehouden met de mededeling dat hij alle atoomonderzoek staakte zolang Langevin in de cel zat.’
Joliot-Curie had kort na de Duitse inval kans om te ontkomen naar Engeland, en van daaruit misschien de Verenigde Staten. Waarom bleef hij in Frankrijk?
‘Hij was een briljante wetenschapper, maar hij was ook een ambitieuze man die hechtte aan zijn status van Nobelprijswinnaar en toonaangevende fysicus. Ik denk dat hij daarmee geworsteld heeft. In het buitenland had hij niet hetzelfde aanzien gehad en misschien niet dezelfde mogelijkheid om onderzoek te doen.’
Tijdens uw onderzoek sprak u met de zoon van Gentner én de kinderen van Joliot-Curie. Hoe bent u met hen in contact gekomen?
‘De directeur van het Curie Museum vroeg of ik Hélène Langevin-Joliot had gesproken, de dochter van Frédéric en Irène, op haar beurt getrouwd met de kleinzoon van Paul Langevin. Ik heb haar een e-mail gestuurd. Binnen twee uur had ik antwoord. Een 95-jarige dame met een vlijmscherp geheugen.
‘Ze vertelde hoe haar ouders tijdens de oorlog spraken over Gentner. Het was altijd duidelijk dat Gentner een vriend was, iemand die aan de goede kant stond. Ze vertelde ook allerlei details. Hoe haar ouders tijdens bombardementen naar buiten gingen om naar het vallen van de bommen te kijken. Of dat de docent Duits ineens veel meer huiswerk opgaf.’
Het nazi-atoomonderzoek is goed gedocumenteerd. Biedt dit verhaal nieuw perspectief?
‘De rol van Frankrijk in de wedloop om een atoombom te maken is relatief onbekend. In Duitsland weten we van de Uranverein en het atoombomonderzoek van Werner Heisenberg, en mensen kennen Robert Oppenheimer en het Manhattan Project, maar de rol van Franse atoomonderzoekers is lang onderbelicht geweest.
‘Frédéric Juliot-Curie was kort voor de oorlog de eerste die – theoretisch – een nucleaire kettingreactie beschreef, in een artikel in Nature. Dat alarmeerde dan weer de Duitse onderzoekers, die ermee naar de autoriteiten stapten: ‘We moeten hiermee aan de slag, anders zijn andere landen ons voor.’
‘De deeltjesversneller in het lab van Joliot-Curie was in Europa het krachtigste instrument in zijn soort. Vanzelfsprekend wilden de nazi’s daarmee werken.’
Wat raakte u tijdens het onderzoek?
‘In het nationaal archief van Frankrijk liggen dozen en dozen vol materiaal. Stempels die gebruikt zijn om papieren te vervalsen bijvoorbeeld. Heel bijzonder om die in je handen te houden.
‘En het is fascinerend, maar ook verontrustend, om de bureaucratische taal in Duitse documenten te lezen. Ik vond lijsten met namen van mensen die gearresteerd en gefusilleerd zijn, keurig op een rij met datum, tijd en plaats van executie. Op een van die lijsten, tussen een stuk of twaalf anderen, stond de schoonzoon van Langevin, die is omgebracht vanwege zijn rol in het verzet.’
Uw onderzoek steunt niet alleen op bureaucratische documenten, maar ook op memoires, brieven en oral history. Hoe beoordeelde u de woorden van betrokkenen op naoorlogse zelfrechtvaardiging en mythologisering?
‘Daar moet je altijd rekening mee houden als je schrijft over de oorlog. Mensen die samenwerkten met het naziregime proberen hun rol af te zwakken, aan de andere kant proberen mensen misschien hun daden op te poetsen. Maar als je genoeg bronnenmateriaal verzamelt, krijg je een betrekkelijk goed inzicht.’
Waren er ook momenten waarop u egodocumenten las en dacht: dit kan gewoon niet waar zijn, dit is in tegenspraak met alle andere informatie?
‘Het beste voorbeeld is denk ik de cyclotron – de deeltjesversneller in de kelder van het Collège de France. Die was altijd stuk. Vooral als wetenschappers speciaal uit Duitsland kwamen voor experimenten. Dat wordt toegeschreven aan sabotage. Dat is vast en zeker gebeurd, maar het was ook een groot, enorm complex apparaat. Het is niet per se vreemd of opvallend dat het vaak stuk was.’
Hoe ging het na de oorlog verder?
‘Direct na de oorlog kon Gentner een positie krijgen in Hamburg, maar Frankrijk had uitgerekend Joliot-Curie aangesteld om in de Franse bezettingszone, in het zuidwesten van Duitsland, toe te zien op de-nazificatie en de wederopbouw van de Duitse wetenschap. Dat was voor Gentner aanleiding om naar de Universiteit van Freiburg te gaan.
‘In 1958 werd hij hoofd van het Max Planck Instituut voor Kernfysica en in de jaren zestig was hij een van de grondleggers van Cern, de Europese organisatie voor kernonderzoek.’
Hoe was zijn relatie met andere Duitse fysici – zoals Werner Heisenberg, die tijdens de oorlog met meer overtuiging aan de Duitse bom werkte?
‘Ik kan alleen afgaan op losse opmerkingen. Ik zou zeggen: niet makkelijk.’
Astrid Viciano: Die Formel des Widerstands – Wie Kernphysiker mithalfen, die Atombombe der Nazis zu verhindern. Galiani; 240 pagina’s, € 26.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant