De tien jaar geleden definitief gesloten sigarettenfabriek draait op volle toeren: in de hoge hallen doen roestvrijstalen machines klinisch hun werk. Ze maken geen sigaretten maar halffabrikaten voor ‘heatsticks’, niet te verwarren met vapes, onderdeel van het almaar uitdijende, steeds onoverzichtelijker nicotinelandschap. Onderwijl is de lobby van het Nederlandse Philip Morris-hoofdkwartier opgesierd met het woord UNSMOKING in grote gele kapitalen – het blijft een wonderlijke slogan voor de multinational die zegt een rookvrije wereld na te streven, een rookverbod heeft op het fabrieksterrein, maar wel met groeiend enthousiasme nieuwe spullen maakt.
Deze week werd de staatssecretaris boos over het nieuws dat jeugd in het ziekenhuis belandt door te vapen, vertelden longartsen de Tweede Kamer hoe een nieuwe generatie nicotineverslaafden opgroeit dankzij het moderne roken, en kondigde het kabinet aan vaart te maken met het heffen van accijns. Maar in de oude sigarettenfabriek werken alweer zevenhonderd mensen en er is ruimte voor meer. Tegen ‘rookalternatieven’, zoals ze het hier noemen, is weinig opgewassen: de nieuwste vinding heet Levia en bevat geen tabak, maar wel nicotine.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Waarom zijn jullie geen meubels gaan maken of iets anders, vraag ik Abe Brandsma, senior manager corporate affairs and communications, die mijn verzoek om de fabriek te bekijken ruimhartig inwilligt; we kennen elkaar van de column die ik jaren terug schreef over de inmiddels gesloten shagfabriek in Groningen, waar hij destijds de nog nieuwe rookalternatieven liet zien. Het antwoord, kortweg: er is goed te verdienen aan alternatieven die ‘minder schadelijk’ zijn.
Beschermende kleding aan – de rondleiding wordt verzorgd door John, die na een carrière van twintig jaar in de fabriek nu operators traint voor de nieuwe machines. Ook hij is gestopt met roken en inmiddels ‘Levia-gebruiker’, al moet het ‘buiten onder een afdakje’.
We bevinden ons in het castleaf processing centre, ‘maar wij noemen het de papierfabriek’, zegt John. De hal lijkt inderdaad op een drukkerij. Spuitmonden leggen een dunne film van cellulose, nicotine en smaakstof op droogmachines, zodat vellen ontstaan die aanvoelen als elastisch verpakkingsmateriaal. Andere Europese fabrieken verwerken het in heatsticks: kleine sigaretten die in rookapparaatjes verwarmd worden tot 350 graden. Er zit een filter aan, maar die is eigenlijk niet nodig. ‘Geen verbranding, dat is het verschil’, zegt scientific engagement manager Elfriede Berger, ‘er komen 95 procent minder schadelijke stoffen vrij.
Er zit wel nicotine in, zeg ik. ‘Dat is niet ziekmakend’, zegt Elfriede. En Abe vertelt dat dit product te duur is voor de jeugd, zo’n apparaatje kost toch 60 euro. ‘Als bedrijf zorgen we dat het bij de juiste doelgroep terechtkomt, maar we zijn wel afhankelijk van goede handhaving en regelgeving.’
Levia is te koop in twee smaken: island beat (menthol) en electro-rouge (bessen). Smaakjes in tabaksproducten zijn verboden, maar dit is dus geen tabak. Handig omzeilen van de wet, zegt iedereen die zich zorgen maakt over het nieuwe roken, maar bij Philip Morris denken ze daar anders over.
Het bedrijf investeerde wereldwijd al 12,5 miljard dollar in rookalternatieven, die inmiddels bijna 40 procent van de omzet leveren, waaronder de tabaksticks Terea en Heets maar ook snus en nicotinezakjes. ‘Het is absoluut winstgevend’, zegt Abe. Er zijn een miljard rokers op de aarde, zegt Elfriede, ‘en wij bieden ze graag support’.
Maar waarom, vraag ik, investeert Philip Morris zoveel geld in alternatieve sigaretten met als doel een rookvrije toekomst? Dat is investeren in het eigen einde. ‘Ik begrijp de vraag’, zegt Abe, ‘maar niemand weet waar we over dertig jaar zijn.’
En Elfriede zegt: ‘We investeren veel in onderzoek, daar mogen we fier op zijn’ – ook de Belgische gezondheisraad, vertelt ze, heeft uitgezocht dat smaakjes de overgang van echt roken naar betere alternatieven vergemakkelijken. Maar ook die stelt duidelijk: ‘begin er niet mee’. Rookalternatieven zijn slecht en verslavend, waarschuwen RIVM, Jellinek en Trimbos, dat niet voor niets een ‘generationeel verbod’ wil op nicotinehoudende spullen. Dat is duidelijke taal.
‘Niet beginnen is inderdaad het beste’, zegt Abe, ‘stoppen is goed, maar wie dat niet lukt kan overstappen. Het zou toch verdrietig zijn als we de verstokte roker de kans ontnemen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns