Home

Laten we hopen dat het Syrië van de Assads geen bron van nostalgie wordt

Wekelijks duikt Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman in een internationaal fenomeen. Deze week: Hoe grimmiger het toekomstscenario dat zich in Syrië zal voltrekken, hoe groter de kans dat westerse publicisten zullen memoreren dat het Assad-regime tenminste seculier was.

Het valt goed te betogen dat de democratie in 2024 meer klappen kreeg dan in een ander jaar uit de recente geschiedenis. Maar aan het eind van het annus horribilis sneuvelde een van de grimmigste dictaturen van de afgelopen halve eeuw. Het huis Assad heerste 54 jaar over een land in de Arabische woestijn waarvan de grenzen waren getrokken door Fransen en Britten die zich niet hadden vermoeid met het etnische en religieuze mozaïek op de grond.

Over deze rubriek

In de rubriek Op het tweede gezicht schrijft Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman wekelijks op scherpe en satirische wijze over een buitenlands nieuwsonderwerp. Lees hier het protocol van de Volkskrant.

In het kielzog van een militaire coup maakte Hafez al-Assad (1930-2000), vader van de zondagochtend naar Moskou gevluchte Bashar al-Assad, van dit land een totalitaire staat naar Sovjet-model. Syrië was niet communistisch, maar het onderdrukkingsapparaat was uit Moskou gekopieerd – van de staatsveiligheidsdienst tot de isoleercellen en de martelmethoden.

Anders dan de Sovjet-wereld gaf Hafez al-Assad de voorkeur aan erfopvolging. Na het verongelukken van de uitverkoren oudste zoon Basil in 1994, viel de taak toe aan de jongere broer Bashar, die in Londen was opgeleid tot oogarts. Bashar al-Assad vertelde na zijn aantreden in 2000 aan westerse journalisten dat hij Syrië wilde gaan hervormen. Voor zover hij ooit met het idee heeft gespeeld, moet hij het snel hebben losgelaten, vanuit het besef dat het hervormen van een totalitaire staat gelijkstaat aan het opgeven ervan: zonder terreur stort de boel in.

‘Harde hand’ is het enige alternatief

Bashar al-Assad zette zijn vaders regime voort op de enige manier waarop dat kon: met harde repressie. En net als zijn vader ventte hij deze politiestaat uit als een seculier bastion tegen de politieke islam. Wat vader Assad zei in 1971, werd in 2021 nog steeds verkondigd door de zoon: onze ‘harde hand’ is het enige alternatief voor de religieuze fanatici, de enige dam tegen jihadisme. Een halve eeuw lang waren er westerse publicisten die dat discours overnamen. De curieuze logica daarachter was dat een gruwelijk regime minder gruwelijk wordt als er iets gruwelijkers voor in de plaats kan komen.

Wijlen de Frans-Duitse journalist en Midden-Oosten-kenner Peter Scholl-Latour omschreef het Assad-regime niet als typisch totalitair, maar als typisch voor de politieke cultuur van het Midden-Oosten. Daarin wordt de tegemoetkoming opgevat als een teken van zwakte. Wie de hand reikt, een opening biedt, geeft een sein aan de tegenstander dat hij kwetsbaar is en bewerkstelligt zijn eigen ondergang. Maar na bijna 54 jaar stortte dit regime in zonder ooit een tegemoetkoming te hebben gedaan.

Adepten van het idee dat een seculiere staat zich in het Midden-Oosten alleen op meedogenloze wijze kan handhaven, hadden minder met het idee dat een wrede seculiere dictatuur de wreedheid van religieuze tegenstanders kan versterken. In februari 1982 vermoordde het Assad-regime in een offensief tegen de Syrische tak van de Moslimbroederschap meer dan twintigduizend mensen in de stad Hama. Het jihadisme dat zich daarna ondergronds verspreidde, was van de grimmige soort.

Verzet in diskrediet brengen

Tijdens de Arabische Lente in het voorjaar van 2011 kwamen Syriërs uit alle lagen van de bevolking in opstand. Toen het regime daarop reageerde met de enige methode die het kende, gleed Syrië in luttele weken af naar een burgeroorlog. Naarmate die langer duurde, gingen radicale islamitische groepen het verzet domineren. Assad liet bewust jihadisten uit zijn gevangenissen vrij om het verzet in diskrediet te brengen.

Positieve toekomstscenario’s laten zich in 2024 lastig uittekenen. Hoe grimmiger het scenario dat zich zal voltrekken, hoe groter de kans dat er westerse publicisten zullen memoreren dat het Assad-regime tenminste seculier was en etnische en religieuze minderheden ‘beschermde’. Die kunnen hun voordeel doen met getuigenissen van Syrische christenen, druzen en andere minderheden die in de martelkamers van dit regime terechtkwamen. In de terreur tegen critici discrimineerde het niet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next