Een ‘eerlijke’ belasting heffen op vermogen; niet alleen Nederland worstelt er mee. De Tweede Kamer wil fijnmazigheid, maar in het buitenland doet men daar niet aan. Het probleem is dat de rijken der aarde de belasting vaak makkelijk ontwijken.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Een vermogensbelasting op de vierkante millimeter, dat is waar kabinet en parlement naar streven. Voormalig staatssecretaris Marnix van Rij (CDA, Fiscaliteit) ontwierp een nieuwe vermogensrendementsheffing die elke wijziging in het particuliere vermogen van 1,6 miljoen Nederlanders heel precies in kaart moet brengen. Het parlement streeft al bijna tien jaar naar een eerlijker belastingheffing, waarbij vermogenden alléén worden aangeslagen voor kapitaalinkomsten die zij daadwerkelijk hebben genoten.
Helaas voor Van Rij en de huidige ambtsdrager Tjebbe van Oostenbruggen brandde de Raad van State de ‘Wet werkelijk rendement box 3’ eerder deze maand helemaal af. Het adviesorgaan ziet een onuitvoerbaar en ingewikkeld stelsel opdoemen dat Belastingdienst en belastingplichtigen waarschijnlijk tot wanhoop zal drijven.
Bovendien: echt eerlijk wordt die nieuwe vermogensbelasting toch weer niet, omdat de fiscus de eigen woning (box 1) en particulier bedrijfskapitaal (box 2) dan nog steeds anders behandelt dan spaargeld en beleggingen (box 3). In de ogen van de Raad van State gebeurt dat zonder goede reden.
Van Oostenbruggen (NSC) zit nu met een probleem. De manier waarop Nederland tot voor kort box 3-belasting hief, is afgeschoten door de Hoge Raad. Van Rijs wetsvoorstel is volgens de Raad van State een heilloze weg, dus Van Oostenbruggen moet weer iets nieuws bedenken.
Alles over politiek vindt u hier.
Misschien kan hij daarbij inspiratie opdoen in het buitenland. Kijkend naar de wijze waarop andere landen vermogen belasten, valt op dat de belastingheffing nergens zo exact is als Nederland nu nastreeft. Andere landen accepteren gewoon dat hun vermogensbelasting beperkingen heeft.
De meeste landen heffen trouwens belasting over de vermogensopbrengsten (rente, dividend, huur, koerswinst, waardevermeerdering onroerend goed), niet over het vermogen zelf. Nog maar drie Europese landen heffen een zuivere vermogensbelasting (een bepaald percentage van het vermogen per jaar): Spanje, Noorwegen en Zwitserland.
Vroeger hadden veel meer landen een vermogensbelasting, maar die is in onbruik geraakt. Nederland schrapte haar in 2001 voor het nu geldende boxenstelsel. De belangrijkste reden voor de groeiende impopulariteit van vermogensbelastingen is dat rijke particulieren die steeds gemakkelijker ontwijken met slimme belastingconstructies of door hun vermogen in belastingparadijzen onder te brengen.
Tot in de jaren zeventig bestond het vermogen van rijke particulieren voornamelijk uit onroerend goed in eigen land: huizen en grond. Onroerend goed is niet makkelijk te verstoppen of verplaatsen. Tegenwoordig bezitten multimiljonairs vooral financiële belangen: aandelen en andere effecten. Die zijn juist heel makkelijk te verbergen in – pak ’m beet – een trust op de Kaaimaneilanden.
Vandaar dat overheden hun belastingheffing nu liever richten op de inkomsten uit dat vermogen, want daar hebben ze beter zicht op. Frankrijk schafte als een van de laatste EU-landen in 2017 zijn generieke vermogensbelasting af, en ruilde die in voor een onroerendgoedbelasting, Financiële bezittingen vallen daar niet meer onder.
Dit was deels een reactie op de exodus van rijke Fransen die emigreerden om de vermogensbelasting te ontlopen. Volgens sommige economen kost die belastingvlucht de schatkist meer dan de blijvers opleveren, omdat de emigranten dan ook in het buitenland consumeren en inkomstenbelasting betalen. Andere studies spreken die negatieve kosten-batenanalyse tegen, dus hier zijn de meningen over verdeeld. Feit is wel dat superrijken overal ter wereld relatief weinig belasting betalen, omdat ze meer ontwijkingsmogelijkheden hebben dan mensen met twee ton spaargeld.
De wereldwijde trend om vermogensbelastingen af te schaffen heeft ook een politiek-ideologische achtergrond. Vaak klinkt het argument dat het belasten van vermogen slecht is voor het investeringsklimaat, en daarmee voor de economie. Bedrijven zijn deels afhankelijk van investeringen van vermogende particulieren, hun aandeelhouders. Het wegbelasten van dat vermogen zou ook om die reden contraproductief zijn.
Vermogende particulieren bedienen zich dus van hetzelfde argument als grote bedrijven die lobbyen voor een lage vennootschapsbelasting. Ze kunnen er geloofwaardig mee dreigen zichzelf, hun vermogen en hun investeringen naar het buitenland te verkassen als hun belastingdienst te hebberig wordt.
Bij de vermogensrendementsheffing leunen buitenlandse belastingdiensten – net als de Nederlandse – zwaar op de databestanden van financiële instellingen. Duitsland laat de belastinginning zelfs geheel aan de banken over. Duitse banken houden elk jaar 25 procent bronbelasting in op de rente, dividenden en koerswinsten die hun klanten op hun spaar- en effectenrekeningen incasseren. Dit systeem werkt net zo als de Nederlandse loonheffing en btw, waarbij werkgevers inkomstenbelasting op het salaris inhouden, en bedrijven omzetbelasting doorberekenen aan de consument.
De Duitse vermogensrendementsheffing is een vlaktaks: multimiljonairs betalen procentueel evenveel belasting als minder vermogende Duitsers. Dit is misschien minder ‘eerlijk’, maar wel eenvoudiger dan het heffen van een progressieve belasting. Duitsland neemt voor lief dat de sterkste schouders geen zwaardere lasten dragen, net als Nederland vóór 2017. Toen betaalden alle Nederlanders boven een bepaalde vermogensdrempel 1,2 procent vermogensrendementsheffing.
Van Rij kiest in zijn wetsvoorstel voor een vermogensaanwasbelasting als hoofdvorm. Daarbij wordt de waardevermeerdering van het vermogen op jaarbasis belast, in plaats van de winst bij verkoop zoals bij een vermogenswinstbelasting. Het voordeel van een vermogensaanwasbelasting is dat belastingplichtigen betaling niet eindeloos kunnen uitstellen door aan hun bezit vast te houden.
Het nadeel is dat een virtuele waardevermeerdering moeilijk is vast te stellen en veel administratie vereist. Niet alleen moeten de waardeverandering van vastgoed en effectenportefeuilles dan jaarlijks berekend worden, maar ook alle tussentijdse aan- en verkopen, geldstortingen en -opnames, onderhouds- en rentekosten. Belastingplichtigen moeten dat allemaal gaan bijhouden: nog een kritiekpunt van de Raad van State.
Om die reden komen vermogensaanwasbelastingen in andere landen weinig voor. Het buitenland kiest bij het belasten van vermogensbestanddelen waar banken weinig gegevens over hebben massaal voor de minder nauwkeurige, maar makkelijker te administreren vermogenswinstbelasting. De fiscus rekent dan pas af bij verkoop, vererving of schenking.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant