Ducati kende als geheel een geweldig seizoen met negentien Grand Prix-zeges, zeventien sprintsuccessen en wederom drie wereldtitels, maar van Franco Morbidelli kan zeker niet hetzelfde gezegd worden. De Italiaan maakte afgelopen winter de overstap van Yamaha naar Pramac Ducati, waar hij over het nieuwste materiaal van de Italiaanse fabrikant beschikte. Echt profiteren daarvan deed hij niet. Als enige rijder op de GP24 wist Morbidelli op zondag geen podiumplaatsen te behalen, laat staan mee te doen om de overwinningen. Het gevolg: de drie andere rijders eindigden in de titelstrijd op de eerste, tweede en vierde positie met hun GP24, terwijl hij het zelf moest stellen met de negende plaats. Als verzachtende omstandigheid kan Morbidelli aandragen dat hij met een achterstand aan het seizoen begon door zijn zware trainingscrash in Portimão, die hem dwong tot het missen van de wintertests. Na de verwachte moeizame start ging gedurende het seizoen zeker wel beter, maar een derde plek in de sprintrace in San Marino als enige wapenfeit is veel te weinig voor iemand op de beste motorfiets van het veld.
Het plekje van Morbidelli bij Pramac had in 2024 ook van Marco Bezzecchi kunnen zijn. Hij had een uitstekend 2023 met drie overwinningen en een derde plek in de titelstrijd, wat hem de kans gaf om naar de renstal van Paolo Campinoti over te stappen. De Italiaan koos echter voor een langer verblijf bij het voor hem zeer bekende VR46, omdat hij alleen de overstap naar een fabrieksteam wilde maken. Het betekende echter dat Bezzecchi in 2024 aan de slag moest met de Ducati GP23 en dat bleek geen gelukkig huwelijk. Na vorig jaar zeven keer op het podium te hebben gestaan, moest hij het dit jaar doen met slechts één ereplaats: een derde plek in de Spaanse Grand Prix in Jerez. Verder presteerde hij ronduit wisselvallig, wat hem naar een magere twaalfde plek in de eindstand leidde. Daarmee was Bezzecchi de slechtst geklasseerde fulltime Ducati-rijder. Lichtpuntje voor de man uit Rimini is dat hij er desondanks in slaagde om een fabriekszitje af te dwingen voor 2025. Niet bij Ducati, maar - net als wereldkampioen Jorge Martín - bij Aprilia.
Waar Bezzecchi en Morbidelli in 2024 nog op een Ducati zat, gold dat niet voor Jack Miller. Dat neemt echter niet weg dat hij een teleurstellend tweede en laatste seizoen in het fabrieksteam van KTM meemaakte. Op weg naar de veertiende plaats in het kampioenschap scoorde de 29-jarige Australiër 87 punten, ongeveer de helft van het puntentotaal in zijn eerste seizoen bij het Oostenrijkse merk. Ook teamgenoot Brad Binder scoorde weliswaar minder punten dan in het jaar ervoor, maar hij handhaafde zich in de top-vijf van het kampioenschap en stond op het podium. Dat gold eveneens voor nieuwkomer Pedro Acosta van satellietteam Tech3. Het jonge talent kreeg al vroeg in het seizoen te horen dat hij in 2025 promoveert naar het fabrieksteam en dat gaat ten koste van Miller, die in heel 2024 geen enkele keer op het podium mocht plaatsnemen. De man uit Townsville, die zijn tiende MotoGP-seizoen achter de rug heeft, staat volgend jaar echter gewoon weer op de grid. Met zijn ruime ervaring kan hij terugkeren bij Pramac, dat in 2025 voor het eerst met motorfietsen van Yamaha in actie komt. Het mag van Miller verwacht worden dat hij aldaar een goede bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de M1.
Augusto Fernández reed in 2024 te vaak anoniem rond in de achterhoede - evenals Honda.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Dat wordt ook verwacht van Augusto Fernández, die in 2025 als testrijder van Yamaha aan de slag gaat. Hij zet een stapje terug na een ondermaats tweede MotoGP-seizoen 2024 in dienst van GasGas Tech3. De Moto2-kampioen van 2022 scoorde zeer regelmatig punten in zijn debuutseizoen en liet met een vierde plaats in Frankrijk zien potentie te hebben, maar dit seizoen kwam dat er eigenlijk geen moment uit. Fernández viel op zondagen maar liefst zeven keer uit en eindigde slechts zeven keer in de punten, met een tiende plek in Maleisië als beste resultaat. Met slechts 27 punten - 44 punten minder dan in 2023 - eindigde de 27-jarige Madrileen op de twintigste plek in de eindstand. Wat daarbij ook niet hielp, was het feit dat nieuwe teamgenoot Acosta meermaals op het podium eindigde op weg naar de zesde plek in de eindstand. Daar waar het jonge talent promotie verdiende naar het fabrieksteam, raakte Fernández zelfs zijn plek bij Tech3 kwijt. Dat team gaat verder met de ervaren Maverick Viñales en Enea Bastianini, waardoor Fernández na twee seizoenen alweer genoegen moet nemen met een plekje langs de zijlijn.
Het laatste plekje bij de verliezers is niet voor een individuele rijder, maar voor de slechtst presterende fabrikant van het jaar: Honda. De Japanse fabrikant was jarenlang toonaangevend in de MotoGP, maar zakte de laatste jaren ver weg. Na een onrustig 2023, met veel personele wisselingen en het verlies van Marc Márquez aan Gresini Ducati, bleef het ook dit jaar rommelen. Er werd wederom met poppetjes geschoven in een poging de ontwikkeling van de RC213V goed op gang te krijgen. Dat lukte lange tijd niet, ondanks de ruimere testmogelijkheden die Honda door de concessies had. Pas in de tweede helft van het seizoen leken er serieuze stappen gezet te worden, maar op dat moment was het merk uit Tokio al zo goed als verzekerd van de laatste plaats bij de constructeurs. Opvallend was vooral dat het fabrieksteam dit jaar veel minder presteerde dan satellietteam LCR, waardoor Repsol Honda onderaan eindigde bij de teams. Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Zeker wel. Johann Zarco presteerde boven verwachting op de RC213V van LCR, terwijl men ook versterkingen heeft aangetrokken. Het is echter de vraag hoe snel technisch directeur Romano Albesiano en testrijder Aleix Espargaro hun stempel kunnen drukken.
Source: Motorsport