Vechten? Schrijver Gilles van der Loo kan zich er niets bij voorstellen als zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia vertelt dat hij zich heeft aangemeld voor het leger. Maar door de vele gesprekken die ze tijdens de oorlog voeren – met een gezamenlijk boek als resultaat – beseft hij nu dat hij hetzelfde zou doen.
is redacteur van Volkskrant Magazine, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.
Schrijver, docent en voormalig horecaman Gilles van der Loo (51) heeft vanmorgen een fiets meegebracht voor zijn vriend Andrii Kobaliia (28).
‘We moesten naar een fotoshoot in Amsterdam-Noord, ik dacht: dat doen we op de fiets. Maar het was helemaal niet in mij opgekomen dat Andrii niet kan fietsen. Hij heeft het gered tot de overkant van de straat, toen heb ik hem op mijn fiets meegenomen. Zo reden we samen door de stad, het was net als in Turks Fruit.’ Tegen zijn vriend: ‘I’m referring to a Dutch movie, ‘Turkish Fruit’, a love story.’
Is jullie gezamenlijke boek Mens blijven aan het front ook een liefdesverhaal?
Van der Loo: ‘In zekere zin wel. Mensen vragen mij steeds: wat zag je in Andrii? Toen ik hem voor het eerst ontmoette, nu zeven jaar geleden, voelde ik vriendschap op het eerste gezicht.’
Kobaliia, zachte blauwe ogen en baardje zoals dat van Zelensky, zit naast zijn vriend in de lobby van het Amsterdamse Ambassadehotel en drinkt koffie. ‘Ik vond Gilles een kruising tussen Johnny Depp en Orlando Bloom. Maar ik viel voor zijn boekencollectie.’
Van der Loos Oekraïense vriend is militair aan het front. Zijn huidige functie is voluit: aanvoerder van een drone-eskader bij het 107de bataljon van de 109de brigade van de Territoriale Verdedigingstroepen van Oekraïne. Kobaliia is gestationeerd vlak bij Donetsk, waar hard wordt gevochten.
Maar nu hoeft hij even niet te letten op afgevuurde mortieren en raketten, hij heeft verlof en is in Amsterdam ter promotie van het boek dat hij samenstelde met Van der Loo: Mens blijven aan het front. Dat is ontstaan uit de tientallen telefoon- en videogesprekken die de twee vrienden met elkaar voerden sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne.
Het is een indringend verslag, opgetekend door Van der Loo, van een slimme jongen die al snel opklimt binnen het Oekraïense leger en wordt uitgezonden om strookjes land of verlaten dorpen te verdedigen, met de vijand soms op enkele honderden meters afstand.
Kobaliia is een gevoelige militair, een gen Z’er die in de loopgraven aan selfcare doet. Hij belt met zijn psycholoog, hij verdiept zich in de filosofie van stoïcisme. Hij mediteert en kijkt héél veel romantische komedies. Kobaliia ziet zijn missie aanvankelijk als een groot avontuur, maar de psychische last bouwt zich razendsnel op, als mannen om hem heen sterven en een diepe vermoeidheid toeslaat. Mens blijven aan het front is een onderzoek naar de moeilijke vragen: kun je jezelf blijven in oorlogstijd? Hoe bewaak je je menselijkheid?
De vrienden vertellen graag hoe ze elkaar ontmoetten in Amsterdam op een lentedag in 2017. Van der Loo had die dag koks en sommeliers op bezoek. Hij werkte zelf lange tijd in de Amsterdamse horeca, de vriendengroep zou de hele dag koken voor elkaar.
Kobaliia was op vakantie in Amsterdam, en wandelde langs Gilles’ huis in de Jordaan, toen zijn oog viel op een paar uitgestalde boeken.
Kobaliia: ‘Ik wist niet wat de bedoeling was, of ze gratis waren of te koop.’
Van der Loo: ‘Die boeken lagen op het gevelbankje voor mijn huis, waar ik wijn stond te drinken met mijn vrienden. Ik zei tegen Andrii dat hij die boeken mee mocht nemen. ‘Maar het zijn heel goede boeken’, zei hij.’
Kobaliia: ‘Toen raakten we in gesprek. We hadden het over de Oekraïense schrijver Andrej Koerkov, Gilles bleek hem ook te kennen!’
Van der Loo: ‘Ik vond hem meteen leuk en interessant, dus ik zei tegen mijn vrienden: ‘Zou het niet grappig zijn om hem uit te nodigen en net te doen alsof het in Nederland de gewoonste zaak is om toeristen zo’n uitgebreide lunch te serveren?’ Andrii schoof aan, maar hij deed helemaal niet verbaasd, hij ging meteen op in de groep.’
Kobaliia: ‘Het gezelschap was heel geïnteresseerd. We praatten over de Nederlandse en de Oekraïense cultuur en we hadden het over filosofische onderwerpen, daar was ik toen al mee bezig.’
Van der Loo: ‘Het werd laat, veel te laat. Het dessert werd pas rond middernacht geserveerd. Andrii bleef tot het eind, hij nam een paar boeken mee in zijn rugzak. Hij zei dat hij een uitgever voor me zou vinden in Oekraïne en nam mijn eerste roman mee, Het laatste kind. Ik dacht: dat gaat nooit gebeuren, maar wat een lieve gast.’
Na die avond blijven ze in contact. Maar de vriendschap verdwijnt langzaam naar de achtergrond door het dwingende dagelijks ritme. Kobaliia is in Kiev druk bezig met zijn studie geschiedenis, zijn baan als buitenlandredacteur en presentator bij een publieke Oekraïense radiozender.
Vlak voordat zijn leven voorgoed zou veranderen, worstelt Andrii met relaties, en met een existentiële crisis. Een leegte in zijn leven, waarover hij praat met een psycholoog. Van der Loo is naast romanschrijver onder meer culinair recensent bij Het Parool en schrijfdocent, hij zorgt daarnaast voor twee kleine kinderen, die hij elke dag van en naar school brengt. De twee mannenlevens bewegen zich op natuurlijke wijze weg van elkaar.
Totdat Rusland op 24 februari 2022 Oekraïne binnenvalt en een bezorgde Van der Loo zijn vriend Andrii een berichtje stuurt: of hij oké is, en jezus, wat een heftig nieuws. Kobaliia schrijft hem terug: hij heeft zich aangemeld voor het leger.
Van der Loo is in shock. ‘Ik dacht dat wij op elkaar leken, dat we geestverwanten waren, en dat hij, net als ik, nooit in staat zou zijn een ander dood te schieten. Ik kon die beslissing niet begrijpen, maar ik stuurde hem wel meteen geld. Ik wilde hem ook helpen, op een of andere manier dicht bij hem blijven.
Op sociale media schreef hij korte verhalen over wat hij meemaakte. Andrii was zich zo bewust van zijn situatie en had tijdens zijn studie zoveel historische kennis over het leven in de loopgraven opgedaan, hij weet over PTSS. Willens en wetens ging hij die oorlog in. Maar ik las dat hij ook bezig was met zelfbehoud, met proberen de jongen te blijven die hij was, zodat er ook iets was om naar terug te keren. Dat greep mij aan.’
Andrii, wat kun jij je herinneren van de eerste dag van de Russische invasie?
‘O, elke minuut. Ik had eindelijk eens een paar dagen vrij genomen, ik zou een lang weekend met mijn vriendin Tata zijn. De avond ervoor was ik naar een feestje gegaan, ik was tegen tweeën thuisgekomen. Ik zou de volgende dag relaxen thuis.
‘Een paar uur later werd ik wakker van het geluid van mensen die in de galerij liepen, van rolkoffers over de vloeren. What the hell, dacht ik, kan ik eindelijk eens een keertje uitslapen, besluit het hele appartementencomplex tegelijk op te staan. Maar toen hoorde ik knallen in de verte en begonnen de ramen van mijn appartement te trillen. Ik checkte mijn telefoon en las online de koppen: ‘Rusland valt Oekraïne binnen’.’
Kon je meteen bevatten dat jouw land in oorlog was?
‘Niet meteen, maar toen belde mijn babushka, mijn oma. Zij heeft de Sovjet-bezetting nog meegemaakt, ze weet sneller wat er aan de hand is. Toen ik haar stem hoorde, raakte ik doordrongen van de ernst van de situatie. Ze zei dat ik goed voor mezelf moest zorgen en dat we elkaar waarschijnlijk een tijdje niet zouden zien.
De eerste uren daarna was ik nog op zoek naar een uitweg: misschien was het toch niet een volledige invasie? Maar de Russen vielen Oekraïne binnen. Ik ben gehecht geraakt aan de filosofie van het stoïcisme, ik denk dat het belangrijk is om de realiteit zo goed mogelijk onder ogen te zien. En die realiteit was dat mijn leven, zoals ik het had geleid in Kiev, in een klap voorbij was.’
Wanneer besloot je je op te geven voor het leger?
‘Diezelfde dag nog. Ik wilde geen slachtoffer zijn. Ik begrijp dat kinderen en vrouwen vluchten, maar zoveel vrienden om me heen waren verlamd van angst. Terwijl: in mijn ogen heb je altijd een keuze, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. En mijn keuze was om me aan te melden voor de Territoriale Verdedigingstroepen van Kiev.’
Was dat achteraf gezien ook een stressreactie?
‘Absoluut. Ik had ook vrijwilligerswerk kunnen doen, of kunnen vluchten naar West-Europa. Maar dit was mijn overlevingsstrategie: om mezelf niet te verloochenen besloot ik te vechten, want ik kon het idee niet verkroppen dat de Russen door de straten van Kiev zouden marcheren. Mijn vader, die maritiem archeoloog is, meldde zich ook aan; hij werd mortierist in de Donbas. Door het besluit kreeg mijn leven in een keer betekenis. Ik was meteen van mijn existentiële crisis verlost.’
Gilles, jij begrijpt aanvankelijk niets van die keuze. Jij schat jezelf in als iemand die zou vluchten.
‘Ja, ik ben in de kern van mijn wezen conflictvermijdend, ik probeer alle shit vaak te ontlopen. Ik geef ook niets om landsgrenzen, om welke taal er in Amsterdam wordt gesproken. Iedereen doet weleens het gedachte-experiment: wat zou je doen bij een oorlog. Ik heb altijd gezegd dat ik zou vluchten.
‘Maar door Andrii ben ik gaan begrijpen dat zijn keuze om te vechten niet zoveel te maken heeft met patriottische ideeën over volk en vaderland. Het gaat om de plek waar je bent opgegroeid, waar je jezelf bent geworden. Als die wordt bedreigd, dan is dat een aanval op jezelf. En wat Kiev betekent voor Andrii, betekent Amsterdam voor mij. Ik denk inmiddels dat ik hetzelfde zou doen.’
In Mens blijven aan het front wordt duidelijk hoe naïef jij, Andrii, de oorlog ingaat. Je hebt nog nooit gevochten, behalve in het spel Call of Duty, je bezit niet eens een rijbewijs. Je pakt wat eten en een keukenmes in. Was je niet bang om te falen als militair?
‘Nee, want ik ben een snelle leerling, ik kan mezelf ook snel nieuwe talen aanleren. Ik heb een sterk geloof in mezelf, dat grenst aan narcisme. Maar bij mijn eerste opdracht, het verdedigen van een bevroren brug ten zuiden van Kiev, was ik wel degelijk bang dat ik meteen zou worden doodgeschoten. Rusland was in het noorden bezig met een blitzkrieg, hun troepen rukten razendsnel op, de situatie veranderde de hele tijd. Ik had niet eens een kogelvrij vest.’
Je draaide shifts van steeds vier uur slapen en zes uur brug bewaken. ’s Nachts deden je oogbollen pijn van de kou. Hoe houd je zo’n hel vol?
‘Door veel grapjes te maken en de tijd te doden met spelletjes. De sfeer was heel avontuurlijk, het moreel was zo hoog. We waren met zijn allen supergemotiveerd om die brug te verdedigen, en werden gezien als helden.
Vrouwen stuurden ons vareniki (Oekraïense deegkussentjes, red.), restaurants om ons heen kwamen sushi en pizza brengen. Iedereen was in een broederlijke stemming, omdat we een gedeelde vijand hadden.’ Verzucht: ‘It was the best of times, it was the worst of times. Het was vooral een romantische tijd.’
Bij een volgende missie, in Kiev, ontdek je de helende werking van romantische komedies. Via een Starlink-verbinding kijk je naar He’s Just Not That Into You en The Break-Up. Ben jij zo romantisch aangelegd?
‘Nee, deze voorliefde ontstond pas tijdens de oorlog, ik was daarvoor misschien twee keer naar een romcom geweest in de bioscoop, en alleen omdat een vriendinnetje dat dan wilde. Die romantische films bleken een effectieve vorm van zelfzorg.
‘Ze herinnerden me aan het gewone leven, buiten de loopgraven en kapotgeschoten kelders. Ik wilde iets van warmte in mijzelf behouden, en dat lukte door naar Jennifer Aniston te kijken, die aan het daten is in New York. Voor mij vormden die films een belofte op een liefdesleven, alhoewel ik realistisch moet zijn: waarschijnlijk niet met Jennifer Aniston.’
Jennifer Aniston is single.
‘Echt? Ik volg haar wel op Instagram, misschien kan ze me eens terugvolgen.’
Van der Loo: ‘Ze is te oud voor jou.’
Je probeert ook op andere manieren voor jezelf te zorgen: soms bel je in een kapotgeschoten gebouw of loopgraaf met je psycholoog. En elke dag probeer je mindful af te sluiten. Hoe doe je dat?
‘Er bestaat een yogahouding die savasana heet, dan lig je op de grond, en focus je je op je lichaam en je gevoel. Ik doe aan het einde van elke militaire dag min of meer hetzelfde: Ik stel mezelf drie vragen: wat is er gebeurd vandaag, welke problemen heb ik gehad en hoe voelde ik me daarbij?
‘Ook probeer ik dertig minuten te mediteren. Het is ontzettend belangrijk om stil te staan bij je gevoel, want zonder zelfreflectie raak je jezelf kwijt, en dan is de oorlog zinloos geweest.’
Ben jij een uitzondering, of zijn er meer Oekraïense mannen die aan yoga-oefeningen doen, en aan zelfreflectie?
‘Nou, de Oekraïense cultuur is heel patriarchaal, de bedoeling is dat je als man je emoties niet laat zien: we praten niet over onze angsten of zenuwen. Maar Oekraïne is ook in beweging: jongere mannen gaan vaker naar de psycholoog en durven meer te praten over hun gevoel, de oorlog heeft daar invloed op gehad.’
Je verbreekt aan het begin van de oorlog je relatie, en zit daarna in loopgraven op datingapps, op verlof beleef je kortstondige seksuele avonturen. Maar de vrouwen die je tegenkomt, lijk je niet echt een kans te geven.
‘Wacht even, ik heb mijn relatie met Tata niet verbroken, het ging uit omdat mijn leven zo onvoorspelbaar was. Ik kwam later een heel leuke vrouw tegen, Ana, maar ook haar kon ik geen garantie geven op een toekomst, omdat ik niet weet hoelang ik nog zal dienen, dus was het beter om de relatie te verbreken.’
Van der Loo: ‘Maar Andrii, hoe weet je zeker dat het alleen de oorlog is? Ik bedoel, zou je anders wel met haar zijn gesetteld?’
Kobaliia: ‘Nou ja, ik heb natuurlijk wel een patroon waarin ik serieuze relaties vermijd. Ik wil wel een vrouw en kinderen, maar ik kan vrouwen nu alleen maar eenzaamheid en angst garanderen. En aan het front ben je scherper als je niets te verliezen hebt, daarover leerde ik al tijdens mijn studie: de samoerai waren zo effectief omdat ze hadden geaccepteerd dat ze gingen sterven.
‘Voor mannen aan het front met vrouw en kinderen, is dat veel moeilijker. Ik heb gezien hoe bang vaders kunnen zijn. Dus houd ik het bij onenightstands, ook al zijn die overgewaardeerd en weet ik dat ik eigenlijk iets anders nodig heb.’
Heb jij Andrii zien veranderen de afgelopen twee jaar, Gilles?
‘Ja. ik heb hem rationeler zien worden, de kleuren en de details verdwenen gaandeweg uit zijn verhalen, zeker toen het vuur van die beginperiode begon te doven, en de oorlog hopelozer leek.’ Tegen Kobaliia: ‘Ik heb altijd contact met je kunnen leggen, maar je komt steeds meer in een overleefstand, dat wordt sterker.’
Het lijkt me ook een onmogelijke opdracht, Andrii, om jezelf te blijven als je leven voortdurend in gevaar is. Zoals wanneer je bent gestationeerd in het verlaten dorp Krasnopillia en je in een dag 365 ontploffingen telt van mortieren en raketten.
‘Ik beleefde daar echt een dierlijke angst, de angst om binnen vijf seconden dood te gaan. Dat gevoel is bijna niet te beschrijven, maar het verdween na een paar dagen omdat ik leerde het geluid van onze artillerie te onderscheiden van die van de Russen.
‘Het gekke is, zodra het gevaar was geweken, sloeg de verveling toe en werd ik soms roekeloos. Ik ben adrenalineverslaafd geraakt. Het is heel moeilijk om niet af te stompen. Het pad van de oorlog leidt uiteindelijk naar de dood, of naar een verlies van jezelf. Ik moet op een bepaald moment naar huis.’
Als Kobaliia even naar het toilet is, deelt Van der Loo aan tafel zijn zorgen. ‘Nu hij hier in Amsterdam is, zie ik hem ontdooien. Zoals hij nu met jou praat, is hij zoveel zachter dan een paar dagen geleden. Dat vind ik verdrietig om te zien, omdat ik weet dat hij weer terug moet.’
Vreesde jij vaak voor zijn leven tijdens het schrijfproces van Mens blijven aan het front?
‘Heel vaak. Soms hadden we een belafspraak en verscheen Andrii niet op het afgesproken moment, dan ging mijn hart tekeer. Ik kon geen kant op met die zorgen, ik wilde niet tegen hem zeggen: ga toch naar huis. Ik hou er zelf ook niet van als mensen me vertellen wat ik moet doen, en ik wist dat hij heel bewust had gekozen voor het leger.
‘Ik had het zelf in die tijd ook moeilijk. In dezelfde periode dat wij dit boek maakten, werden mijn beide ouders ziek. Mijn vader had een progressieve longziekte, zijn situatie ging heel snel achteruit, hij is gestorven omdat hij geen adem meer kon halen.
‘Dat was voor mij een traumatische ervaring. Mijn moeder was ook al langer ziek, maar na de dood van mijn vader bleek pas hoe slecht het met haar ging, ze had uitgezaaide borstkanker en kon de chemo’s nauwelijks aan.
‘Omdat ik enig kind ben, rustte er een grote zorg op mijn schouders. Eigenlijk was Andrii het enige waarvoor ik in die tijd concentratie kon opbrengen. Als die goede kop van hem op mijn scherm verscheen, was ik even helemaal weg uit mijn eigen leven, die uren met hem hielpen mij om het vol te houden.’
Kobaliia schuift weer aan, we praten over de toekomst, over de invloed van Trump op de oorlog. Hij gelooft niet langer dat Oekraïne deze oorlog kan winnen, hij lijkt er gelaten onder: ‘Ik kan niet anders dan mijn best doen, en de mannen in mijn bataljon zo goed mogelijk begeleiden.
‘Als deze oorlog eindigt in onderhandelingen, en dat doen alle oorlogen vroeg of laat, zal ik dat accepteren. Maar zonder garanties op een veilige toekomst, zoals een lidmaatschap van de Navo, is een akkoord met Rusland weinig waard.’
Over de mannen die steeds minder vaak bereid zijn om te vechten, waardoor Oekraïne op grote schaal militairen tekortkomt, zegt hij droogjes: ‘Ik ben geneigd die niet serieus nemen.’
Er wordt bier besteld en de militair op verlof vertelt hoe wonderlijk het voor hem is om terug in Amsterdam te zijn, hoe de schoonheid van de grachten hem tot rust brengt.
Van der Loo: ‘Ik vertelde net, toen je naar het toilet ging, dat ik je heb zien opbloeien de afgelopen dagen, dat je zachter werd. De gedachte dat je nu weer teruggaat, vind ik erg.’
Kobaliia: ‘Het is niet erg.’
Van der Loo: ‘Dat is het wel. Ik weet ook wel dat je een taaie bent, net als je oma. Maar je weet wat we vannacht in de bar hebben afgesproken.’ Van der Loo’s ogen schieten vol: ‘We hebben een deal gemaakt: ik zou meer stilstaan bij het succes van onze prestatie, van dit boek. En jij zou ervoor zorgen dat je in leven blijft aan het front, totdat je een kantoorbaan binnen het leger vindt. Dat was de afspraak.’
Kobaliia, zachtjes: ‘Ik weet het.’
Wat ga je doen om die afspraak na te komen, Andrii?
‘Mijn oma en mijn moeder willen hetzelfde, ze wijzen me op de statistische werkelijkheid dat hoe langer ik aan het front dien, des te groter de kans is dat ik sterf. Ik wil niet dood.
‘Misschien lukt het de komende maanden om afgelost te worden aan het front, ik heb wat lijntjes uitgezet.’ Tegen zijn Nederlandse vriend: ‘Ik zal alles doen binnen mijn macht om me aan de afspraak te houden, om te overleven.’
26 maart 1997 Geboren in Dnipro.
2014 Begint bij de Oekraïense publieke radio, voornamelijk als vertaler.
2017 Wordt presentator en buitenlandredacteur
2020 Master westerse geschiedenis aan de Taras Shevchenko National University van Kiev.
2022 Meldt zich aan bij de Territoriale Verdedigingstroepen van Kiev.
2023-2024 Publiceert met behulp van Van der Loo een oorlogsdagboek in De Groene Amsterdammer.
2024 Publicatie Mens zijn aan het front.
Kobaliia was vlak voor publicatie nog steeds aanvoerder van een drone-eskader aan het front, en op zoek naar een kantoorfunctie.
8 september 1973 Geboren in Breda.
1985-1992 Gemeentelijk gymnasium, Hilversum.
1993-2000 Klinische psychologie aan de Vrije Universiteit.
1993-2011 Barman, ober, gastheer en kok in Amsterdamse horecagelegenheden zoals Zeppos, Panini, Toscanini, Le Hollandais, Rijsel en De Klepel.
2011 Debuteert met de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (Van Oorschot).
2013 Publicatie roman Het laatste kind (Van Oorschot).
2014-heden Geeft les in proza/roman aan de Schrijversvakschool in Amsterdam en bij diverse middelbare scholen.
2016 Publicatie Het jasje van Luís Martin (Van Oorschot).
2018-2021 Schrijft recensierubriek Proefwerk voor Het Parool.
2019 Publicatie Dorp (Van Oorschot).
2023 Publicatie Café Dorian (Van Oorschot).
2024 Publicatie Mens blijven aan het front (Hollands Diep).
Gilles woont in Amsterdam samen met zijn vrouw en twee kinderen (8 en 13).
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant