Home

Inwoners van verwoest Aleppo durven voorzichtig te dromen over de toekomst: ‘Misschien krijgen we elektra’

Na jaren oorlog liggen grote delen van Aleppo in puin, en bijna anderhalf miljoen inwoners zijn de tweede stad van Syrië ontvlucht. Maar onder de achterblijvers is de hoop weer springlevend. ‘Alsof het paradijs op aarde is neergedaald.’

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Hij doet verslag vanuit Aleppo.

Het duurt even voor het oude Syrië definitief heeft plaatsgemaakt voor het nieuwe Syrië. Op een regeringsgebouw in het centrum van Aleppo, de tweede stad van het land, hangt nog een enorme foto van Bashar al-Assad, de verjaagde dictator. Zijn lachende hoofd bevindt zich zo’n tien meter boven straatniveau, kennelijk te hoog om te klimmen voor een scheurder.

Hoewel, rechts van de entree hangt ook zo’n foto, maar daar herinnert alleen het blauwe kostuum aan de man met het bloed van een half miljoen landgenoten aan zijn handen. Het gezicht hangt in flarden naar beneden.

Dat is wat gebeurde met vrijwel al zijn portretten, ze werden van de muur getrokken. Vaak bleek daar dan nog een foto van de president onder te zitten en soms nóg een. ‘Voorheen durfde niemand een portret van Assad te verwijderen’, zegt Ahmad, een 30-jarige inwoner van de stad. ‘Ook niet degene die de nieuwe foto moest ophangen. Je kon zomaar gearresteerd worden.’

Opstandelingen

Ook veel straatnamen herinneren nog aan het oude regime, en instituten als de middelbare school Bassel al-Assad, genoemd naar de in 1994 omgekomen broer van de president.

Erg zichtbaar is het nieuwe gezag nog niet. Juichende, in de lucht schietende opstandelingen zijn uit het straatbeeld verdwenen. Geen pick-uptrucks vol gewapende jonge mannen meer in Aleppo.

Alleen op het Al-Jabiriplein in het centrum staan vrijdagmiddag zo’n vijftien mannen in grijze uniformen met het opschrift ‘Ministry of Interior’ en ‘Syrian Salvation Government’, regering van nationale redding. Het politiekorps van de vroegere rebellenenclave Idlib waakt nu over het hele land.

Nieuwe machthebbers

Vandaag op het plein houden ze een oogje in het zeil bij het feest van de overwinning dat in alle Syrische steden wordt gevierd. Duizenden mensen hebben zich verzameld om leuzen te roepen als ‘Thawra!’ (revolutie) en ‘O Aleppo, we zijn eindelijk gekomen’. Een waaghals is bovenop het monument van de Onbekende Soldaat geklommen om met de nieuwe Syrische vlag te zwaaien.

Geleidelijk maken de nieuwe revolutionaire machthebbers zich bekend aan de bevolking. Op diverse plekken in de stad hangen grote posters waarop de leden van de interim-regering zich voorstellen, één minister per poster.

In de wijk En-Shahel, zo’n 300 meter van het Al-Jabiriplein, is het nieuwe bewind herkenbaar aan de naam ‘E-clean’ op het oranje hesje van Keiro Sheikh Mohammad. De 49-jarige schoonmaker veegt het straatvuil bij elkaar, om het in zijn kar te deponeren. Zo doet hij het al twintig jaar, in overheidsdienst.

Tijdens de gevechten in de stad, eind november, bleef hij twee dagen thuis. Toen hij zich daarna meldde op kantoor, waren zijn oude meerderen verdwenen, de rebellen hadden de gemeente overgenomen. Zij installeerden de organisatie E-clean, met nieuwe hesjes en al. Blijkbaar hadden ze de machtsovername goed voorbereid.

Mohammad is er blij mee, zegt hij. Hopelijk gaat hij nu meer verdienen. Onder de oude regering kreeg hij maar 560 duizend Syrische lira per maand, zo’n 40 euro. Beloofd is hem niets, maar hij rekent op minstens het driedubbele. Eind van de maand zal hij wel zien wat hij in zijn loonzakje aantreft.

‘Syrisch Stalingrad’

Niet alle verandering in Aleppo zal zo snel gaan. Grote delen van de stad liggen in puin sinds december 2016, toen een overwinning van Assads regeringsleger – met steun van de Russische luchtmacht – een eind maakte aan een vernietigende stadsoorlog die Aleppo de bijnaam ‘het Syrische Stalingrad’ bezorgde.

Overdag neemt een helse, stinkende automassa bezit van Aleppo, maar ‘s avonds lijkt het een spookstad. Straatverlichting is er amper, in veel straten en huizenblokken is geen bewoner meer over. De schaarse peertjes op een enkele etage benadrukken de naargeestige verlatenheid. Bijna 1,5 miljoen inwoners zijn gevlucht, de meesten naar Turkije.

Nergens is de verwoesting zo groot als rond de wijk Bab Antakiya in Oost-Aleppo. Hier liep tussen 2012 en 2016 de frontlijn; aan de oostkant de opstandelingen, aan de westkant het regeringsleger, naderhand gesteund door Russische bommenwerpers. Cynisch genoeg is de wijk vernoemd naar de Turkse stad die vorig jaar bij de aardbeving grotendeels instortte. De gelijkenis tussen de twee – wijk en stad – is treffend.

Paradijs

Op de brokstukken naast de verwoeste wijk zitten vier oudere mannen de dag door te nemen. Ze hebben het allemaal meegemaakt, zeggen ze, de bommen en de raketten. Dagenlang zaten ze weggedoken in kelders onder hun woningen. Dáár, wijst Mohammad Assi (53), woonde een familie die in z’n geheel werd gedood bij een bombardement.

Zijn ze blij met de nieuwe regering? ‘Hamdulillah’, zegt de 71-jarige Abdullah Ashur, God zij geloofd. ‘Alsof het paradijs op aarde is neergedaald. We zaten jarenlang opgesloten, als in een fles.’

De mannen hebben in een naburige wijk woonruimte gehuurd. Alleen Othman, de 29-jarige zoon van Ashur, woont nog in de puinhopen, met zijn vrouw Hanan, zijn schoonmoeder, zoontje Abdullah van anderhalf en baby Hanan van drie maanden. Ze hebben twee kamertjes, maar geen ramen, geen deuren, geen verwarming. In de oorlog raakte hij verminkt, veel verdient hij niet als groenteverkoper.

Dat de nieuwe regering hier voorlopig geen nieuwe woningen zal bouwen, dat kan Othman begrijpen. Toch heeft hij goede hoop op een beter leven. ‘Misschien krijgen we elektra en stromend water.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next