Home

Permanente angst voor de kiezer leidt tot schraapwerk zonder overtuigingskracht

De regeringspartijen proberen eens wat en als iemand een ander idee heeft doen ze dat. Zolang de kiezers maar niet uit hun humeur raken.

De onderwijsbegroting is gered, maar toch waren er donderdag weinig vrolijke gezichten te zien in de Kamer. Van de voorgenomen bezuinigingen is slechts een derde teruggedraaid. Het bleek niet mogelijk om met zoveel partijen wezenlijke alternatieve bezuinigingsposten te vinden. Daarom werd het schrapen: een potje hier, een potje daar. NSC-Kamerlid Soepboer raakte de kern toen hij het eindresultaat een ‘optelsom van wensen van partijen’ noemde, ‘zonder coherente onderwijsvisie’.

Dat zegt veel over het politieke klimaat in welvarend Nederland. Er waren tijden dat politici een reputatie konden bouwen op ingrepen in de collectieve sector. Lubbers, Kok en Balkenende durfden protesten te weerstaan en hun beleid uit te dragen. Ze wonnen er verkiezingen mee. Daarop vertrouwde ook PvdA-voorman Diederik Samsom, die in Rutte II (2012-2017) pal bleef staan voor ingrepen in met name de zorg en de sociale zekerheid. Hij kwam er echter niet meer mee weg bij zijn kiezers.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Sindsdien is elke wil om te snijden in de overheidsuitgaven of – de andere optie – de lasten voor wie dan ook te verhogen, geheel verdwenen bij de leidende partijen in Den Haag. Waarom zou je je kiezers boos maken? De kabinetten Rutte III en IV hadden het economisch tij mee en hoefden dat dus ook niet. Het kabinet-Schoof werd dit jaar wakker in de rauwe realiteit: internationale afspraken die verplichten tot klimaatinspanningen en een forse verhoging van de defensieuitgaven, gecombineerd met teruglopende belastinginkomsten en almaar stijgende zorguitgaven. En de Groningse gasbel, die ouwe trouwe reddingsboei, is niet meer beschikbaar.

De situatie schreeuwt om een fundamentele herbezinning op de collectieve uitgaven. Waar liggen de prioriteiten? Wie moet dat betalen? Maar in hun verkiezingsprogramma’s deden veel partijen niet eens een serieuze poging. De grote winnaar van de verkiezingen voerde jarenlang oppositie tegen zowat elk bezuinigingsvoorstel. Wilders peinst er niet over om het roer nu opeens om te gooien.

Zonder veel electorale risico’s zou hij zijn oog wél kunnen laten vallen op de groeiende vermogens van het bezittende deel van het land. En op de winsten van het bedrijfsleven, die in de afgelopen jaren zo snel zijn gestegen – sneller ook dan in de rest van Europa. Herverdeling, heette dat vroeger. Maar dat stuit dan weer op de VVD, die natuurlijk niet het ministerie van Financiën heeft opgeëist om de aandeelhouders tegen zich in het harnas te jagen.

Wat resteert is de afspraak dat Nederland zich, met lange tanden, aan de Europese begrotingsnormen houdt. Dat leidde in de formatie al tot willekeurig schraapwerk zonder enige overtuigingskracht, met de alweer teruggedraaide btw-verhoging op sport, cultuur en boeken als pregnantste voorbeeld. De reparatie van de onderwijsbegroting past in dat patroon. De regeringspartijen proberen eens wat, maar zonder verhaal. En als iemand een ander idee heeft doen ze dat. Zolang de kiezers zich maar niet misnoegd voelen.

Misschien komt er weer een moment dat ook deze coalitie bereid is voor financiële beslissingen te gaan staan waar de eigen achterban niet meteen voor staat te klappen. Maar daar zal waarschijnlijk eerst een forse economische crisis aan te pas moeten komen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next