Home

Maakte MeToo een eind aan victimblaming bij verkrachting? Het proces rond Gisèle Pélicot bewijst het tegendeel

Vrijdag 13 december was de laatste zittingsdag in de zaak rond Gisèle Pélicot, slachtoffer in een van de grootste verkrachtingszaken in de Franse geschiedenis. Daarin valt de badinerende retoriek van de verdediging op. Wat zegt dit over seksueel geweld en de positie van de vrouw in Frankrijk?

is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

‘Waar zijn we eigenlijk naar op zoek in deze zaal? Dat ik schuldig ben?’ Het is woensdag 18 september 2024, de derde week van het massaverkrachtingsproces rond slachtoffer Gisèle Pélicot, als ze haar uiterlijke kalmte verliest. ‘We vragen ons af wie de schuldige is in deze rechtbank!’

Op een groot scherm zijn die ochtend in de zittingszaal in Avignon 27 foto’s getoond, gevonden op de laptop van haar inmiddels ex-echtgenoot Dominique Pélicot. Beelden van Gisèle, in lingerie op de bank. Beelden van Gisèle, naakt. Gisèle met seksspeeltjes. Close-ups tussen haar benen. Vastgelegde seksscènes tussen Gisèle en Dominique.

Anders dan de uren aan videobeelden die als bewijsmateriaal dienen in deze zaak, zijn de foto’s niet bedoeld om te getuigen van seksueel geweld. Het zijn privéfoto’s van een echtpaar, die op nadrukkelijk verzoek van twee advocaten van de verdachten worden getoond. Want, claimen zij, dat is ‘nuttig voor de openbaring van de waarheid’.

Hors normes

Hors normes wordt het proces, waarin komende week het vonnis volgt, genoemd: buitengewoon. Aanvankelijk vooral vanwege het verhaal. Bijna vijftig jaar was Gisèle met Dominique getrouwd, toen de politie haar vertelde dat haar man al negen jaar lang kalmeringsmiddelen in haar eten verwerkte en haar, zodra ze buiten bewustzijn was, verkrachtte en liet verkrachten in haar eigen bed.

Gisèle was die dag naar het politiebureau gekomen om gehoord te worden vanwege een ander vergrijp, zo dacht ze. Haar echtgenoot was door een beveiliger in de supermarkt betrapt terwijl hij onder de rokken van vrouwen probeerde te filmen. Het onderzoek dat daarop volgde nam een onverwachte wending: het werd het begin van een van de grootste verkrachtingszaken in de Franse geschiedenis.

Op de harde schijf van Dominique werden tienduizenden foto’s en filmpjes gevonden waarop te zien was hoe een bewusteloze Gisèle werd verkracht door hemzelf en ruim zeventig anderen, gerekruteerd via een sekswebsite. Met behulp van de beelden konden vijftig van hen worden geïdentificeerd.

Maar ook om andere redenen is het proces buitengewoon: het grote aantal verdachten dat betrokken is bij de verkrachting van één slachtoffer, de overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal, en het feit dat de zaak in openbaarheid wordt gevoerd. Dat gebeurt op nadrukkelijk verzoek van Gisèle. ‘De schaamte moet van kamp veranderen’, sprak ze bij aanvang van het proces, begin september.

Te midden van zo veel seksueel geweld en bewijs valt de strategie van de verdediging op. De retoriek is ontkennend, badinerend, of zelfs beschuldigend richting het slachtoffer. Wat zegt dat over zedenzaken in Frankrijk, en over de positie van de vrouw in dit land?

‘Ik constateer dat mevrouw Pélicot wakker is, we zien haar glimlachen’, zegt Isabelle Crépin-Dehaene. Ze is een van de advocaten die heeft aangedrongen op het tonen van de privéfoto’s van Gisèle. ‘Niet alle vrouwen zullen dit soort foto’s accepteren. (...) Ik leid hieruit af dat het koppel Pélicot zijn eigen seksspel had.’

Stel nou dat de heer Pélicot dit soort foto’s heeft gedeeld met andere mannen, zegt Crépin-Dehaene. Dan zou een deel van de verdachten zomaar het idee kunnen hebben opgevat dat ‘mevrouw speels was en bereid om een moment met z’n drieën te delen’.

‘Heeft u exhibitionistische neigingen waarvoor u niet durft uit te komen?’, vervolgt een tweede advocaat de aanvalsstrategie. ‘Deze vraag ga ik niet eens beantwoorden’, reageert Gisèle intussen verbijsterd. ‘Ik vind dit denigrerend en vernederend.’

Het slachtoffer vernederen en destabiliseren

Graven in het seksuele verleden van een slachtoffer is heel gebruikelijk, vertellen experts die eerdere zaken rond seksueel geweld in Frankrijk volgden.

‘Het tonen van die foto’s is bedoeld om te vernederen, het slachtoffer te destabiliseren’, zegt de Franse bioloog en essayist Noémie Renard, die veelvuldig heeft geschreven over wat zij en andere feministen culture du viol noemen, verkrachtingscultuur: de opvattingen en overtuigingen die seksueel geweld bagatelliseren, normaliseren of zelfs aanwakkeren.

‘Door de suggestie te wekken dat ze een flirt was, iemand die uitdaagt, roept de verdediging een klassieke opvatting op over vrouwen die seksueel ‘vrij’ zijn. Alsof zij het in zekere zin verdienen om verkracht te worden, of dat het niet zo erg voor ze is.’ Renard noemt dat ‘het fameuze ze-vroeg-erom-argument’.

Canadese toerist

Vaak zie je dat soort redeneringen in zaken van slachtoffers die met een man mee naar huis zijn gegaan, zegt Renard. In 2019 volgde ze de zaak van een Canadese toerist die in Parijs door twee agenten werd verkracht toen ze na een dronken avond met hen mee was gegaan naar het politiebureau. ‘Ook zij werd neergezet als een losbandige vrouw, iemand die bovendien ‘makkelijk te krijgen’ was.’

Gisèle was thuis, buiten bewustzijn bovendien. ‘Toch doet de verdediging hier haar best te suggereren dat ze libertijns was, een vrouw van lichte zeden. Alsof dat iets verandert aan de vraag of er sprake kan zijn van een verkrachting.’

Het beeld dat Gisèle en Dominique een libertijns koppel vormden dat graag seksueel experimenteerde, komt goed van pas bij het verhaal dat de verdachten vertellen over hun ontmoetingen met het echtpaar Pélicot.

‘Er is verkrachting en er is verkrachting’, zegt Guillaume de Palma, een advocaat met imposant postuur die de verdediging voert voor zes verdachten. Zijn clienten worden beschuldigd van verkrachting met verzwarende omstandigheden.

Het is dinsdagmiddag 10 september. De verhoren op deze zevende dag van het proces lopen ten einde als De Palma plots het woord richt tot Stéphan Gal, een van de leiders van het politieonderzoek. ‘U heeft verklaard dat het met zekerheid om een verkrachting gaat’, zegt De Palma over de videobeelden waarop twee van zijn cliënten te zien zijn. ‘Is die stelligheid niet wat voorbarig?’

Ter voorbereiding op het proces heeft hij de video’s opnieuw bekeken, antwoordt Gal. ‘Het gevoel blijft hetzelfde: er is geen instemming, de handelingen zijn gepleegd op een bewusteloze persoon.’ De rechercheur maakt de vergelijking met een moordzaak: dan spreekt men ook gedurende het proces van moord, al is een verdachte nog geen veroordeelde.

Die vlieger gaat niet op, volgens de advocaat: ‘Zonder intentie te verkrachten is er geen verkrachting.’ Van verkrachting kan volgens hem alleen sprake zijn als de verdachte doelbewust tot verkrachting overgaat.

Zijn cliënten, tegen wie het Franse Openbaar Ministerie straffen van 12 tot 14 jaar cel heeft geëist, zijn ‘gewone mannen’ die zich naar het plaatsje Mazan begaven voor een ‘uitwisseling’ met een ‘libertijns koppel’. Eenmaal ter plaatse vielen ze echter in handen van Dominique, ‘de grootste sekscrimineel van de 21ste eeuw’, waar ze ‘objecten’ werden, ‘van hetzelfde niveau als Gisèle Pélicot’.

Patrick Poivre d’Arvor

Bij Radio France hapt de Franse journalist Hélène Devynck, prominent in de Franse MeToo-beweging, later die dag naar adem: ‘Moet de man zelf maar beslissen of er sprake was van verkrachting? Het is van een totale absurditeit.’

Devynck is een van de zeven vrouwen die in 2021 publiekelijk getuigden over seksueel geweld door tv-presentator Patrick Poivre d’Arvor. De presentator dreigde in reactie op de aanklachten met een zaak wegens smaad en laster.

Ze weet uit ervaring hoe ingewikkeld de discussie over consent is in verkrachtingszaken. ‘Maar bij Gisèle is er duidelijk geen instemming. En alsnog redeneren ze dat het wel zo was.’

Instemming via machtiging

Binnen de muren van de rechtbank in Avignon klinkt de verdedigingslinie van De Palma als een refrein. De overgrote meerderheid van de verdachten, zo verklaren ze, had niet de intentie, is geen verkrachter, had het niet zo bedoeld.

‘Is mevrouw Pélicot op enig moment wakker geworden?’, vraagt de voorzitter van de rechtbank aan Vincent C., een veertiger die ervan wordt verdacht Gisèle twee keer te hebben verkracht.

Zijn antwoord: ‘Nee.’

‘Heeft ze ook maar iets geuit?’

‘Nee.’

‘Was ze in staat in te stemmen?’

‘Nee.’

Als Antoine Camus, een van de advocaten van Gisèle, doorvraagt op het gebrek aan instemming, antwoordt Vincent C.: ‘Ik had niet de intentie om mevrouw te verkrachten. Uitgenodigd worden door de echtgenoot, dat is voor mij hetzelfde als uitgenodigd zijn door het koppel. Als de man tegen mij zegt: ‘Ze is gaan slapen, we gaan haar wakker maken’, dan beantwoordt dat voor mij de vraag over toestemming.’

Camus: ‘U weet dat er niet zoiets bestaat als instemming via machtiging?’

‘Dat wist ik niet.’

Ouderwetse opvattingen over het huwelijk

‘Uit het boekje’, noemt taalkundige Noémie Trovato de argumentatie van de verdediging. Ze doet onderzoek naar de manier waarop over verkrachting wordt gesproken, onder meer in rechtszaken en het onderwijs.

Ze wijst op de ouderwetse opvattingen over het huwelijk die weerklinken in de verdediging. ‘Het idee dat een vrouw ten dienste staat van haar man, en hij daarmee ook zeggenschap over haar krijgt. Zo kunnen de andere verdachten zich ontdoen van elke verantwoordelijkheid en die geheel op rekening van Dominique schuiven.’

Zo verklaarde Didier S., tegen wie 10 jaar cel is geëist, dat Gisèle weliswaar slachtoffer was, maar niet zíjn slachtoffer. ‘Het was [Dominiques] huis, zijn slaapkamer, zijn bed, zijn vrouw. Ik vertrouwde deze man.’ Daders worden zo zelf tot slachtoffers gemaakt, verstrikt geraakt in het web van mastermind Dominique.

‘Mannen verkrachters noemen is gemakkelijk in een democratie. Als u iemand de les wilt lezen, of wilt praten over de situatie van vrouwen: ga naar Iran.’

De eerste keer dat Patrick Gontard, die in Avignon bekendstaat als steradvocaat, over Iran begint, kijken de journalisten in de rechtbank elkaar verward aan. Bij de derde keer is duidelijk dat ze het goed hebben verstaan. ‘Elders is het erger’ is een klassieke truc om feministen die de ‘verkrachtingscultuur’ in Frankrijk aan de kaak stellen onschadelijk te maken.

Het is woensdag 27 november, Gontard houdt zijn slotpleidooi voor Jean-Pierre M., een zestiger tegen wie 17 jaar cel is geëist. Hij gaat tekeer tegen activisten en de media die zich volop over de zaak uitlaten. De rechter mag zich niet laten overspoelen door de publieke opinie, roept hij fel. ‘Een proces is een proces, geef ons niet de rol van hervormers van de Franse samenleving.’

Overweldigende media-aandacht

Meerdere advocaten zullen het hem nazeggen. Ze hekelen de overweldigende media-aandacht, stellen dat in het ‘Frankrijk anno 2024 de rechten van de verdediging met de voeten worden getreden’, omdat de verdachten in de publieke opinie al zijn veroordeeld. Ze gaan tekeer tegen de leuzen waarmee de muren in het centrum van Avignon zijn beplakt: ‘20 jaar voor ieder van hen’.

Tegelijkertijd beroepen ze zich op beschaving. ‘Laat wie droomt van 20 jaar [celstraf] in Moskou, Iran of Noord-Korea gaan wonen’, zegt een van hen. ‘Respecteer wie wij zijn: humanisten.’

De advocaten willen niet dat het proces op die manier wordt misbruikt, maar nemen zelf alle ruimte om tekeer te gaan tegen het feminisme, zegt journalist Victoire Tuaillon. Ze volgt de zaak voor haar podcast Les couilles sur la table (Met de ballen op tafel), waarin ze mannelijkheid onder de loep neemt.

‘De verdediging is een karikatuur van antifeministische opmerkingen die je doorgaans aan het familiediner hoort’, vindt Tuaillon. De een begint over testosteron, de ander over seksuele driften, en elders hebben vrouwen het altijd erger.

Tuaillon gooit het cultuurdenken over een andere boeg. ‘Dat zo veel mannen een erectie kregen van een bewegingsloos lichaam, van het idee dat ze hun geslacht in dat lichaam zouden steken, dát moeten we onder ogen komen. Welke cultuur brengt zoiets voort?’

Proces over verkrachtingscultuur

Het proces-Pélicot is een proces over verkrachtingscultuur, zegt essayist Renard. Het legt de opvattingen bloot over vrouwen en seksualiteit die bijdragen aan de alomtegenwoordigheid van seksueel geweld in Frankrijk. Volgens de recentste enquête werden in 2022 ruim 1,4 miljoen vrouwen slachtoffer van seksueel geweld, van wie er 270 duizend te maken kregen met fysiek geweld (verkrachting of poging daartoe en aanranding). Van die laatsten doet slechts 6 procent aangifte.

‘In onze collectieve verbeelding is verkrachting nog altijd iets met geweld in een donkere steeg en een vrouw in een kort rokje’, zegt Renard. ‘Dat stereotype over ‘echte verkrachting’ maakt het moeilijk andere soorten verkrachting te herkennen, ook in de rechtszaal. De verdediging gebruikt dat cliché om twijfel te zaaien over de vraag of het hier om echt seksueel geweld gaat.’

Die stereotypen zijn deels universeel, zegt taalkundige Trovato. Maar ze ziet ook Franse bijzonderheden in het proces-Pélicot. Zo werd in de rechtszaal herhaaldelijk een beroep gedaan op Sigmund Freud, die veelvuldig over seksuele driften schreef. ‘In Frankrijk zijn we dol op Freud en de psychoanalyse. Er wordt veel verwezen naar driften, alsof die je ontslaan van elke verantwoordelijkheid voor seksueel geweld.’

Driften, maar geen slechte intenties

Bovendien: de advocaten die Gisèle aanvallen op haar vermeende promiscuïteit en hun cliënten neerzetten als mannen die weliswaar driften hebben maar geen slechte intenties, doen dat niet voor niets. Ze weten dat het – nog steeds – werkt, omdat het aansluit bij traditionele Franse opvattingen over man-vrouwverhoudingen en seksualiteit, zowel in de samenleving als in de rechtbank.

‘We horen voortdurend dat dit een buitengewoon proces is’, zegt Trovato. ‘Maar wat me opvalt in de verdediging van de verdachten is vooral hoe doorsnee het is. Mensen hadden misschien verwacht dat met de MeToo-beweging het denken over consent zou zijn veranderd, dat we niet langer aan victimblaming doen. Dit proces doet vooral beseffen dat het tegendeel waar is.’

‘Sinds het moment ik deze zaal voor het eerst binnenkwam voel ik me vernederd’, zegt Gisèle in de rechtbank. ‘Ik ben medeplichtig genoemd, iemand die instemming gaf. Er is zelfs geprobeerd om me als alcoholist neer te zetten. Je moet sterk zijn, hier.’

Maar deze zaak, waarin naar verwachting op donderdag 19 december uitspraak wordt gedaan, draait niet alleen om haar, benadrukt ze in haar slotpleidooi. Ze hoopt dat het proces tot bezinning leidt, dat het een ijkpunt wordt voor de berechting van toekomstige zaken rond seksueel geweld.

‘Het is hoog tijd dat de patriarchale samenleving, die verkrachting banaliseert, gaat veranderen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next