Het leed in Gaza wordt niet ongedaan gemaakt door het buiten onszelf als medici te plaatsen. Het is de ethische plicht van artsen om positie te kiezen in het debat. ‘Wij zien als eerste dat de kanarie in de kolenmijn benauwd wordt.’
Stel je voor: je bent werkzaam in een ziekenhuis terwijl er voortdurend een drone overvliegt. Kort daarna hoor je het geluid van een bom die inslaat. Er volgt een stofwolk terwijl mensen alle kanten oprennen. Het lijkt onwerkelijk, maar dit was de realiteit van onze collega-gynaecoloog Tarek Meguid tijdens de vier weken die hij werkzaam was in het Al Awda ziekenhuis in Gaza.
Gaza is klein, slechts 40 km lang en 8 km breed: tweemaal zo groot als Texel. Meer dan twee miljoen mensen zijn er nog in leven. Dagelijks worden de meest verwoestende bommen gegooid, waarbij de doelwitten niet te voorspellen zijn. Zelfs ziekenhuizen, scholen, universiteiten, moskeeën en kerken zijn gerichte doelwitten. Niets en niemand wordt ontzien. Van de doden is volgens de Verenigde Naties 70 procent vrouw of kind.
Over de auteurs
Sebastian Grüschke (kinderrevalidatiearts); Jenneke de Jager - Kievit (kinderrevalidatiearts); Tarek Meguid (gynaecoloog); Jules Schagen van Leeuwen (gynaecoloog); Khansa Soufidi (gynaecoloog).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Al sinds oktober 2023 wordt de toegang tot humanitaire en medische hulp doelbewust tegengehouden. Een veelvoud van de getroffenen sterft door infecties, ondervoeding en onbehandelde ziekten. Een vernietigd zelfbeeld van een in de steek gelaten, een niet gezien en niet gehoord mens, laat voor altijd zijn sporen na. Gaza is, kortom, dé ontkenning van alle menselijkheid geworden.
Deze situatie heeft er inmiddels toe geleid dat we gebruik moeten maken van een acronym zoals WCNSF: wounded child, no surviving family. Maar het leed wordt niet ongedaan gemaakt door het buiten onszelf te plaatsen. Als artsen hebben wij de morele én professionele verantwoordelijkheid te alle tijden te pleiten voor de menswaardigheid van de medemens in de meest erbarmelijkste omstandigheden en ons hiervoor actief in te zetten.
In Gaza, in het ziekenhuis, is de solidariteit, de saamhorigheid en het respect voor het leven en voor elkaar meer dan duidelijk. Geen enkele twijfel. Maar wat moeten we zeggen als we weer ‘buiten’ zijn? De collega’s in het Al Awda ziekenhuis zijn daar helder over: vertel de wereld de waarheid. Dat ondanks alles, er nog hoop en empathie leeft in Gaza.
Buiten Gaza is dat bijna onmogelijk om te geloven. Wanneer iemand dreigt dood te bloeden, proberen we als medici eerst de bloeding te stoppen. Pas daarna kijken we naar de oorzaak van die bloeding om die proberen op te lossen. Dat moet hier ook gebeuren: het doden, verminken, vernietigen moet onmiddellijk stoppen. Vervolgens behandel je het conflict zelf met een vreedzame oplossing.
Artsen leggen een artseneed af, de Eed van Hippocrates. Het medische domein heeft haar eigen taak en verantwoordelijkheid om een positieve bijdrage te leveren aan maatschappelijk welzijn en gezondheid. En daarom moeten wij als medici en wetenschappers, wanneer de politiek wegkijkt van de feiten, of waar deze gekaapt en misbruikt worden in een gepolariseerd debat, onze stem laten horen.
Wij zien als eerste dat de kanarie in de kolenmijn benauwd wordt. Zoals de Britse epidemioloog sir Michael Marmot zei: ‘Zorgongelijkheid en de sociale omstandigheden die de gezondheid beïnvloeden, zijn geen bijzaak in de bepalende factoren voor gezondheid. Ze zijn de hoofdzaak.’ We leven in Nederland in één van de rijkste, veiligste, meest vrije plaatsen, die waar dan ook ter wereld ooit hebben bestaan. Dat schept ook een medische morele verplichting.
In 2019 nam de ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) de stelling aan: ‘De NVOG onderschrijft universele rechten voor meisjes en vrouwen wereldwijd om toegang te hebben tot kwalitatief optimale reproductieve en gynaecologische zorg en levert hier een actieve bijdrage aan’. Deze rechten worden in Gaza onder het toeziend oog van de wereld geschonden en zijn inmiddels niet meer dan holle retoriek.
Volgens filosoof Hannah Arendt ligt de oplossing van de banaliteit van het kwaad in het eigen denkvermogen. We zijn niet in staat om zelf moreel te oordelen, als we oppervlakkigheid en clichés toestaan in een debat en we genoegen nemen met de ingenomen standpunten door instituten en organisaties die ons zogenaamd vertegenwoordigen. ‘Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad’, aldus Arendt.
Aan alle medische beroepsorganisaties, ziekenhuizen, universiteiten, zorgorganisaties en zorginstellingen. individuele zorgverleners en zorgbestuurders: volg niet het pad van de onrechtvaardige banale neutraliteit die dood en destructie faciliteert.
Kom in actie, toon ambitie en laat je stem horen.
Je hoort de hele dag de drones overvliegen en wanneer er een bom neerkomt - ver weg van waar je bent - dan is dat in Gaza nooit echt ver weg. Een bom die dichtbij valt is oorverdovend en voelt als een aardbeving. Je kijkt dan direct in de richting van het geluid en wacht op de stofwolk die gaat opstijgen. Soms gebeurt het maar een straatblok verderop en zie je mensen rennen, zowel er naartoe, als er vandaan, niet wetende of er nog een tweede bom achteraan komt.
De bommen vallen iedere dag, maar niet altijd, en het is totaal niet te voorspellen wanneer en waar ze neer gaan komen. Heel vaak worden de lichamen van de doden ook naar het ziekenhuis gebracht, gewikkeld in
witte doeken en soms met de gezichten zichtbaar. Ze komen in alle maten: volwassenen, kinderen en kleinere kinderen. Er wordt gebeden en de lichamen snel begraven; het werk in het ziekenhuis gaat door.
Het is vreemd om zo veel gedode mensen te zien en dan een bevalling te mogen begeleiden, in de operatiekamer of de verloskamer. Om te mogen werken met collega’s die vaak in tenten ‘wonen’ met hun gezinnen, die je verwelkomen en ‘gewoon’ werken. In hun ogen zie je dankbaarheid en saamhorigheid, maar ook zorgen en angst. Tranen, die blijk geven dilemma’s en grote verantwoordelijkheden jegens patiënten, collega’s, gezinnen, families, kinderen.
Had ik moeten weggaan toen het nog kon? Wat als mijn patiënten en mijn collega’s en vrienden dan zouden zijn gedood terwijl ik ergens veilig zou zijn geweest? Nu ik ben gebleven ben ik elk uur van elke dag bang dat mijn kinderen gedood zullen worden. Ook ben ik bang dat al dat leed dat ze zien, horen en ruiken iets heel slechts met ze doet.
Wat zullen ze zeggen als we dit overleven? Wat als we het niet allemaal overleven? Wat ben ik voor ouder, arts, medemens? De dilemma’s zijn slechts tijdelijk dragelijk op momenten wanneer er toch even gelachen kan worden. Ook al is er niets om over te lachen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant