Home

Rechter: Nederlandse staat hoeft niet méér te doen om genocide in Palestina te voorkomen

De Nederlandse staat hoeft zich niet harder in te zetten om genocide en Israëlische oorlogsmisdaden in de Palestijnse gebieden te voorkomen. Dat heeft de rechtbank van Den Haag vrijdag besloten in een kort geding. De rechter wijst daarbij op de beleidsvrijheid van de staat.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

De zaak was aangespannen door een coalitie van tien organisaties, waaronder de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq, Een Ander Joods Geluid, Somo en het Nederlands Palestina Komitee. Ze baseerden hun aanklacht op het genocideverdrag en de Geneefse Conventies. Die verplichten landen om oorlogsmisdrijven en genocide elders te helpen voorkomen.

De organisaties eisten dat Nederland per direct zou stoppen met het leveren van wapens, wapenonderdelen en zogeheten dual-usegoederen (spullen die zowel civiel als militair kunnen worden gebruikt) naar Israël. Ze stellen dat niet valt uit te sluiten dat door Nederland geleverde wapens worden gebruikt bij ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht.

De staat voerde ter verdediging aan dat er geen reden is voor een algeheel verbod omdat ze van geval tot geval beoordeelt of een bepaalde wapenleverantie toelaatbaar is. De rechter acht dit voldoende: ‘Deskundig personeel aan de zijde van de staat moet goed in staat worden geacht te kunnen beoordelen welke militaire goederen wel en welke niet een duidelijk risico vormen op gebruik bij schending van het humanitair oorlogsrecht.’

Ontmoedigingsbeleid

Daarnaast eiste de coalitie een verbod op alle handels- en investeringsrelaties met de illegale nederzettingen. Nederland voert al jaren een zogeheten ontmoedigingsbeleid, waarbij de regering bedrijven ‘adviseert’ geen handel te drijven met de illegale nederzettingen. De eisers vinden dat veel te vrijblijvend en vroegen om een verbod.

Ook hier gaf de rechter de staat gelijk: ‘Het is primair aan de staat om zijn buitenlands beleid, ook op dit punt, vorm te geven.’ De uitspraak concludeert: ‘Daargelaten dat de staat de geldende regels in acht neemt, is het niet aan de voorzieningenrechter de staat op te dragen overheidsbeleid te heroverwegen. Dat is primair een politieke verantwoordelijkheid.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next